Er zijn geen financiële gevolgen.
Artikel 55 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten en latere wijzigingen.
De rekening voor het dienstjaar 2020 van de verschillende kerkfabrieken en de Protestantse kerk werden nagezien door de financieel directeur. De opmerkingen zijn opgenomen in bijlage.
De jaarrekeningen zijn allemaal correct en volledig.
Alle vereiste stukken zijn bijgevoegd. Ook is er telkens een inhoudelijke toelichting te vinden m.b.t. 2020.
Vaststelling m.b.t. dit jaar is dat de impact van de coronamaatregelen bij alle kerkfabrieken duidelijk te zien is in de rekeningen; dit zowel in ontvangsten als uitgaven.
De gebudgetteerde toelagen (toelagen die voortvloeien uit het door de stad goedgekeurde budget) werden betaald aan de kerkfabrieken, dit cf. de regelgeving.
In concreto werd er een bedrag van 424.852,16 euro betaald, terwijl het effectief tekort dat uit de rekeningen blijkt 200.014,86 euro is. Er werd aldus 224.837,30 euro ‘teveel’ betaald over alle kerkfabrieken heen.
Als we dit per kerkfabriek bekijken, is het effectief ‘teveel betaalde’ iets lager, nl 206.655, 52 euro.
Wat de investeringen betreft, betaalden we toelages uit voor een bedrag van 6.818,35 euro. Deze betroffen telkens de betaling van een eerste factuur i.h.k.v. het calamiteitenplan.
Omzendbrief BB-2013/01 van de Vlaamse Minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand.
De rekeningen van de hiernavermelde kerkfabrieken van de Stad Roeselare en van de Protestantse kerk voor het dienstjaar 2020 worden gunstig geadviseerd :
De rekeningen zijn onderworpen aan de goedkeuring van de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen.
Een exemplaar van deze beslissing wordt bezorgd aan: