Volgende zaken werden reeds in de praktijk toegepast en zijn nu opgenomen in het reglement:
Volgende zaken zijn ontstaan uit evaluatie van voorgaande evaluatieperiodes i.f.v. het optimaliseren van een nieuw reglement en zijn dus ook nieuw in het reglement
Artikel 194 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB) bepaalt het volgende :
“De personeelsleden hebben recht op opvolging en feedback, al dan niet door middel van een evaluatie, over hun wijze van functioneren. De personeelsleden worden opgevolgd en, in voorkomend geval, geëvalueerd op ambtelijk niveau.
(…)
De algemeen directeur, de adjunct-algemeen directeur en de financieel directeur worden in voorkomend geval geëvalueerd door een evaluatiecomité, dat bestaat uit het college van burgemeester en schepenen en de voorzitter van de gemeenteraad. Die evaluatie vindt plaats op basis van een voorbereidend rapport, opgesteld door externe deskundigen in het personeelsbeleid. Het voorbereidend rapport wordt minstens opgemaakt op basis van een evaluatiegesprek tussen de externe deskundigen en de functiehouder en op basis van een onderzoek over de wijze van functioneren van de functiehouder, waarbij de burgemeester, de voorzitter van het vast bureau, de leden van het managementteam en de voorzitter van de gemeenteraad betrokken worden. Het evaluatiecomité bepaalt of het evaluatieresultaat gunstig of ongunstig is. Bij staking van stemmen is het evaluatieresultaat gunstig.
Het ontslag wegens beroepsongeschiktheid ingevolge het ontoereikend functioneren van het personeelslid, is niet mogelijk zonder voorafgaande evaluatie.”
Artikel 152 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn bepaalt het volgende :
“De raad kan ter uitvoering van artikel 48 en 51, § 1, 4°, een managementstoelage vaststellen. In voorkomend geval geldt het volgende :
1° de managementstoelage kan worden toegekend aan een lid van het managementteam als uit de evaluatie blijkt dat de betrokkene uitstekend heeft gepresteerd en de concrete doelstellingen die hem bij de aanvang van de evaluatieperiode waren opgelegd, heeft gerealiseerd;
2° de managementstoelage bedraagt maximaal 8 % van het geïndexeerde brutojaarsalaris;
3° de raad stelt de nadere regels ter zake vast.”
Het huidige evaluatiereglement voor het managementteam (MAT) dateert van 2015 (met nog wat aanpassingen in 2016). Sinds eind 2017 werd echter in de praktijk, met goedkeuring van de leden van het MAT en na inlichten van het college van burgemeester en schepenen op een andere manier te werk gegaan in de jaren waarop een 360 graden bevraging input de basis vormde van de evaluatie. De voornaamste redenen om anders te werk te gaan waren:
Een aantal zaken werden reeds in de praktijk toegepast maar waren nog niet opgenomen in een nieuw reglement, een aantal nieuwe zaken werden tevens toegevoegd aan dit reglement.
De gevolgen n.a.v. de uitvoering van dit reglement zijn voorzien binnen de reguliere budgetopmaak van P&O (meerjarenplanning).
Het gewijzigd evaluatiereglement leden managementteam Stad & OCMW, zoals opgenomen in bijlage, wordt goedgekeurd.