Bij uitvoering van riolering- en wegeniswerken worden woningen aangesloten op het gescheiden rioleringsstelsel. Tijdens deze werken worden er bij elke woning twee nieuwe putjes geplaatst en aangesloten op de riolering. Eén putje voor DWA en 1 putje voor RWA.
Bij een monoliete verharding, zoals asfalt of beton worden de putjes op openbaar domein geplaatst. Bij verharding bestaande uit klinkers, tegels, platines, grastegels, dolomiet, … worden de putjes net over de grens op het privéterrein geplaatst.
In theorie moet de aannemer na het uitvoeren van de aansluiting er voor zorgen dat alles perfect wordt hersteld in oorspronkelijke staat en eventuele obstakels terug geplaatst worden.
In de praktijk is het echter onmogelijk om deze herstelling uit te voeren in de oorspronkelijke staat.
Bij het openbreken worden klinkers of tegels beschadigd, voegen verschillen van kleur, ze liggen minder recht, enzovoort…
Dit lijdt bij veel mensen tot frustraties, vooral wanneer de putjes bij de buurman, met een monoliete verharding, wel op het openbaar domein kunnen/mogen zitten.
De betonstenen van het openbaar domein en de putjes op het openbaar domein zijn overal uniform.
Als men in een straat 20 opritten moeten openbreken, dan zal men meestal 20 verschillende soorten verharding vinden op de opritten.
Er gaan opritten zijn met arduinen tegels, kandela, platines, tegels, betonklinkers, … Daarnaast heb je ze nog in alle formaten en kleuren.
Het lijkt mij geen evidentie om voor iedere oprit de correcte en oorspronkelijke verharding terug te vinden.
Dit lijkt mij ook zeker niet de meest budgetvriendelijke oplossing te zijn.
Waarom er niet geopteerd wordt om alle putjes op het openbaar domein te plaatsen?
Voor het antwoord zie audio-opname en schriftelijke weergave.
ma 31/01/2022 - 16:04