Omzendbrief BB-2013/01 van de Vlaamse Minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand.
De rekening voor het dienstjaar 2021 van de verschillende kerkfabrieken en de Protestantse kerk werd nagezien door de financieel directeur. De opmerkingen zijn opgenomen in bijlage.
De jaarrekeningen zijn correct en volledig.
Alle vereiste stukken zijn bijgevoegd. Ook is er telkens een inhoudelijke toelichting te vinden m.b.t. 2021.
Vaststelling m.b.t. dit jaar is weerom dat de impact van de coronamaatregelen bij alle kerkfabrieken duidelijk te zien is in de rekeningen; dit zowel in ontvangsten als uitgaven.
De gebudgetteerde toelagen (toelagen die voortvloeien uit het door de stad goedgekeurde budget) werden betaald aan de kerkfabrieken, dit cf. de regelgeving.
In concreto werd er een bedrag van 399.381,18 euro betaald, terwijl het effectief tekort dat uit de rekeningen blijkt 214.836,18 euro is. Er werd aldus 184.545 euro ‘teveel’ betaald over alle kerkfabrieken heen.
Wat de investeringen betreft, werd een bedrag van 51.623,43 euro uitbetaald aan de eredienstbesturen. Deze betroffen de restauratie van beelden (Sint Petrus en Paulus), sanitair (Sint Michiel) en werken aan de klok (Heilig Hart)
Artikel 55 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten en latere wijzigingen.
Er zijn geen financiële gevolgen.
De rekeningen van de hiernavermelde kerkfabrieken van de Stad Roeselare en van de Protestantse kerk voor het dienstjaar 2021 worden gunstig geadviseerd :
De rekeningen zijn onderworpen aan de goedkeuring van de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen.
Een exemplaar van deze beslissing wordt bezorgd aan: