Cf. artikel 332, §1, derde lid van het decreet lokaal bestuur wordt meegedeeld dat de rekening dj. 2021 van het OCMW werd goedgekeurd door de gouverneur op 24 november 2022.
De notulen en het zittingsverslag van de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn van 21 november 2022 worden goedgekeurd.
In zitting van de raad van maatschappelijk welzijn d.d. 6 juni 2018 werd principieel beslist om dit perceel landbouwgrond, gelegen in West-Vleteren, Eykehoek, te verkopen. Het notariaat Thiery, Rumbeeksesteenweg 352 te 8800 Roeselare, werd aangesteld om deze verkoop te begeleiden.
Dit perceel is kadastraal gekend als Vleteren (West-Vletren), Eykehoek, 2de afdeling, sectie E, nummers 123 P0000 en 126 P0000, met een gezamenlijke oppervlakte van één hectare eenennegentig are vijf centiare (1ha 91a 05 ca).
Medio augustus 2018 werd de verkoop opgestart en de nodige publiciteit gevoerd. Aan de persoon die reeds interesse had geuit, werd een brief gestuurd. Deze procedure leidde enkel tot een bod waarbij de voorwaarde werd gesteld dat de grond pachtvrij zou worden aangeboden.
De huidige pachter wenste de pacht niet te beëindigen zodat het OCMW niet kon tegemoetkomen aan deze voorwaarde. De pachter bleek effectief nog steeds geregistreerd als landbouwer. Anderzijds was de pachter niet bereid een bod uit te brengen dat de minimale waarde van het schattingsverslag bereikte. Dit bleek ter gelegenheid van de verzoeningszitting voor het vredegerecht d.d. 23 april 2022, die het OCMW had opgestart door meester Beernaert.
Bij meester Beernaert werd evenwel een bod uitgebracht door een potentiële koper die geen punt maakte rond het feit dat de grond verpacht is. Zijn bod, ten bedrage van 120.000,00 euro, overschreed ook het (geactualiseerde) schattingsverslag waardoor een verkoop wel mogelijk is.
Wettelijk was het OCMW nog verplicht de Vlaams Landmaatschappij (VLM) aan te schrijven omdat zij beschikken over een voorkeurrecht tot aankoop van deze gronden. Dit gebeurde op 23 september 2022. Op 28 oktober 2022 liet VLM weten geen gebruik te maken van het voorkeurrecht.
Wanneer de administratieve overheid van het Vlaamse Gewest het onroerend goed wenst te verkopen, dient eerst het recht van voorkeur aan de Vlaamse grondenbank aangeboden te worden (decreet landinrichting van 28 maart 2014).
Het recht van voorkeur moet aangeboden worden bij de verkoop van onroerende goederen die liggen in een gebied dat valt onder de categorie ‘recreatie’, ‘landbouw’, ‘bos’, ‘overig groen’, ‘reservaat en natuur’, ‘gemeenschaps- en nutsvoorzieningen’ of ‘ontginning en waterwinning’, vermeld in artikel 2.2.3. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009.
Bedrag verkoop : 120.000 euro
RAPP ACT-11193 : Verkopen grond West-Vleteren, Eykehoek.
Raming desinvestering : 99.200 euro.
Het ontwerp van akte wordt goedgekeurd.
Kantoor Thierry wordt belast met het verlijden van de akte.
De bepalingen uit het decreet lokaal bestuur die betrekking hebben op delegatie:
artikelen 41, 57, 78, 85, 220, 279 en 283
In zitting van 23 september 2019 werd door de raad van maatschappelijk welzijn het ‘gecoördineerd overzicht bevoegdheidsdelegaties bij de Stad en OCMW Roeselare’ goedgekeurd.
Volgende aanpassingen worden voorgesteld:
1. Overeenkomsten inzake onroerende goederen
Onder item ‘6. Delegatie inzake overeenkomsten’ zijn ook de overeenkomsten inzake onroerende goederen opgenomen. De standaardovereenkomst, betreffende het tijdelijk verhuren van stedelijke infrastructuur aan verenigingen die tijdelijk kampen met een gebrek aan huisvesting, werd als bijlage toegevoegd en door de raad voor maatschappelijk welzijn in zitting van 23 september 2019 goedgekeurd.
In deze standaardovereenkomst is onder ‘Artikel 4. – vergoeding’ een tabel opgenomen waarin de maandelijkse huurprijzen worden bepaald. Voor de lopende overeenkomsten wordt de huurprijs aangepast aan het indexcijfer van de consumptiegoederen en dit volgens de geijkte formules.
Gezien het stijgende indexcijfer is de verhouding tussen de bestaande overeenkomsten en de nieuw op te starten standaardovereenkomst niet correct. Een indexering van het basisgetal dringt zich op, de berekening volgens de vermelde parameters kan behouden blijven :
Een periodieke aanpassing van de tabel van de basishuurprijs (periode 3 jaar), naar het indexcijfer van de consumptiegoederen, wordt voorgesteld.
Aan de standaardovereenkomst worden ook nog volgende artikels uitgebreid of toegevoegd :
2. Besluiten m.b.t. leningen en beleggingen
Punt 8.5. in het overzicht behandelt de besluiten m.b.t. leningen en beleggingen.
'Leningen' blijkt te eng geformuleerd te zijn. Er wordt voorgesteld om het begrip 'leningen' te vervangen door het breder begrip 'financieringen'. Zo kan de financieel directeur, i.h.k.v. een actief schuldbeheer, sneller schakelen bij gunstige voorwaarden van bijvoorbeeld commercial papers, medium term notes of andere vormen van financiering die geen leningen zijn. Er wordt hierover gerapporteerd via de financiële rapportages.
Er zijn geen financiële gevolgen aan dit besluit.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de wijzigingen aan het gecoördineerd overzicht van bevoegheidsdelegaties goed voor wat haar bevoegdheden betreft. Het gewijzigd overzicht werd als bijlage toegevoegd aan dit besluit.
Ouderen die betalingsmoeilijkheden ondervinden om hun verblijf in een woonzorgcentrum te betalen, kunnen zich richten tot het OCMW voor financiële ondersteuning.
In Roeselare werden dergelijke hulpvragen vóór de splitsing in 2015 tussen het OCMW en Zorgbedrijf, behandeld door de maatschappelijk werkers van het opnameteam van de woonzorgcentra van het OCMW. Dit betrof zowel de aanvragen tot financiële ondersteuning voor de verblijfkosten van bewoners van de woonzorgcentra van het OCMW (de zgn. ‘eigen’ woonzorgcentra), als de aanvragen van bewoners van de andere (zgn. ‘vreemde’) woonzorgcentra.
Bij de splitsing tussen het OCMW en het Zorgbedrijf in 2015 wijzigde in de uitvoering van deze activiteit niets. Deze activiteit ging niet over naar de sociale dienst van het OCMW, maar bleef verder uitgevoerd worden door het opnameteam van het woonzorgcentra van het ondertussen gevormde Zorgbedrijf.
Voor het uitvoeren van deze activiteit ontvangt het Zorgbedrijf (later Motena) via de jaarlijkse stadstoelage:
Vanuit een pragmatische optiek was het verder laten behandelen van hulpvragen inzake individuele tussenkomsten in de verblijfskosten in een woonzorgcentra op dat moment een keuze die te verdedigen was. We merken ook op dat meer dan 80% van de hulpvragen tot financiële tussenkomsten in de verblijfskosten gesteld wordt door bewoners woonachtig in een woonzorgcentrum van het Zorgbedrijf (nu Motena).
Echter, het behandelen van hulpvragen tot individuele financiële ondersteuning van personen die behoeftig zijn, behoort tot de exclusieve bevoegdheid van een OCMW. Het voeren van een sociaal-financieel onderzoek, op basis waarvan een voorstel tot toekenning of weigering van financiële steun in de verblijfskosten van een woonzorgcentrum wordt gedaan, behoort tot de exclusieve bevoegdheid van een beëdigd maatschappelijk werker van een OCMW. Ook het nemen van een beslissing over het al dan niet toekennen van maatschappelijk dienstverlening in de vorm van een financiële tussenkomst in de verblijfskosten is een exclusieve bevoegdheid van het Bijzonder Comité Sociale Dienst (BCSD).
In de voorbije jaren zaten we in een duale situatie:
Vanaf januari 2023 willen we deze duale positie voor zowel het OCMW als Motena wegwerken. Conform het wettelijk kader voor individuele tussenkomsten voor bewoners in een woonzorgcentrum, wordt voorgesteld dat deze activiteit volledig wordt opgenomen door het OCMW (in concreto het Welzijnshuis) van Roeselare.
Dit betekent dat:
Er worden 42 personen financieel ondersteund in de verblijfskosten in een woonzorgcentra, 35 personen zijn woonachtig in een woonzorgcentrum van Motena, de andere 7 personen zijn woonachtig in een ander woonzorgcentrum dan van Motena (dd. april 2022).
Deze wijziging in werking houdt in dat het geïndexeerde bedrag van de hoger vernoemde sociale correcties in 2023 uit de stadstoelage aan Motena gaat, gezien zij deze taak niet meer hoeven uit te voeren. In concreto gaat dit over 163.332 euro die in 2023 uit de stadstoelage gaat.
Voor de rest blijven de financiële afspraken gelden.
Aangezien het bedrag van de sociale correcties is vermeld in de beheersovereenkomst, wordt deze aangepast via een addendum en een bijlage die de historiek en de nieuwe werking schetst.
Er wordt in 2023 een bedrag van 163.332,00 euro uit de stadstoelage aan Motena gehaald.
Het addendum aan de 'beheersovereenkomst met het Zorgbedrijf met ingang van 01/01/2016' wordt goedgekeurd zoals in bijlage gevoegd.