Stad Roeselare wenst de huidige algemene gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (zoals goedgekeurd door de Deputatie op 2 maart 2017) te herzien omwille van een aantal redenen. (In bijlage 1 wordt de herziene verordening weergegeven)
Allereerst traden de voorbij jaren een aantal nieuwe gemeentelijke visieplannen in Roeselare in werking (zoals het Groenplan, Kernplan, PRO-plan, Klimaatadaptatieplan, Mobiliteitsplan,...). Deze visies werden voor een deel verwerkt in de herziene verordening.
De nota Bouwen in Roeselare (zie bijlage 2) dient als een aanvulling bij deze verordening gezien te worden en geeft meer duiding bij de visie en de ruimtelijke ambitie die de stad Roeselare uitspreekt op het vlak van bouwprojecten.
Daarnaast vond met de inwerkingtreding van het instrumentendecreet en de bouwshift een radicale ommezwaai plaats hoe de principes van de goede ruimtelijke ordening in de praktijk dienen toegepast te worden. Minder ruimtebeslag in buitengebied, kwalitatieve verdichting binnen de kernen, in harmonie met zijn omgeving.
Het instrumentendecreet verplicht de gemeenten om de technische en financiële lasten die gekoppeld worden aan een omgevingsvergunning vanaf 1 januari 2024 via een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening uit te werken om zo meer vanuit een gemeentelijke visie het ruimtelijke beleid vorm te geven.
Bijgevolg voldeden de principes uit de algemene gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van 2017 onvoldoende om toekomstgericht het ruimtelijk beleid van de stad te bepalen, waardoor de herziening dient doorgevoerd te worden.
De nieuwe verordening streeft ernaar om tot meer kwaliteit te komen. De stad zet in op comfortabel en bereikbaar wonen in Roeselare met duidelijke klimaatengagementen in een groene omgeving.
1. Procedure
De procedure tot de herziening van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening is gelijk aan deze van de opmaak ervan. Deze volgt de bepalingen van art. 2.3.2 §2 van de VCRO (Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening). Het college van burgemeester en schepenen is belast met de opmaak van de verordening en relevante documenten. De gemeenteraad dient de verordening formeel vast te stellen. Na de vaststelling door de gemeenteraad wordt advies gevraagd aan de GECORO, de Deputatie en aan het Departement Omgeving. Ook onderwerpt het college van burgemeester en schepenen de verordening aan een openbaar onderzoek van 30 dagen, dat aangekondigd wordt in het Belgisch Staatsblad. Na het verwerken van de adviezen en de bezwaren uit het openbaar onderzoek wordt de verordening definitief vastgesteld door de gemeenteraad. Na de betekening van deze beslissing start een schorsingstermijn van 45 dagen in hoofde van de Deputatie en de Vlaamse Regering. Wordt de beslissing niet geschorst, dan treedt de verordening in werking 10 dagen na de publicatie (bij uittreksel) in het Belgisch Staatsblad.
2. Planmer-screening van de verordening
Op 22 juli 2021 heeft de Raad voor Vergunningsbetwistingen (RvVB) zich in een arrest uitgesproken over een weigeringsbesluit van de deputatie Oost-Vlaanderen voor een aanvraag van een omgevingsvergunning in de stad Gent. Het weigeringsbesluit werd vernietigd omdat de raad oordeelde dat de wijzigingen aan het bouwreglement van na 21 juli 2004 (datum waarop de termijn voor omzetting van de Europese plan-MER-richtlijn in nationale wetgeving verstreek) onwettig zijn bij gebrek aan plan-MER of plan-MER-screening.
In het algemeen is de draagwijdte van het arrest groot, omdat dit de toepassing van het bouwreglement (lees gemeentelijke stedenbouwkundige verordening) in toekomstige beslissingen over nieuwe omgevingsvergunningsaanvragen in het gedrang zou kunnen brengen. Toekomstige beslissingen (zowel vergunningen als weigeringen) waarin de motieven steun vinden in het algemeen bouwreglement (verordening), kunnen immers aangevochten worden met een verzoek tot nietigverklaring, en zullen door de RvVB kunnen vernietigd worden op grond van de (vermeende) onwettigheid van een bepaald artikel in het bouwreglement (verordening). Vandaar dat ingevolge dit arrest van de RvVb A-2021-1226 een planmer-screening (zie bijlage 3) werd opgemaakt van de vorige en de herziene versie van de verordening in Roeselare. Deze screening wees uit dat ook al zijn er een aantal beperkte gevolgen op bepaalde aspecten van het leefmilieu te verwachten in hoofde van deze verordening, toch moet vastgesteld worden dat deze gevolgen voor alle disciplines hoofdzakelijk positief zijn. Bijgevolg is een plan-MER niet vereist aangezien er geen aanzienlijke milieu-effecten verwacht worden.
3. Inhoud verordening
In tegenstelling tot de verordening uit 2017 (zie bijlage 4) is de opbouw van de herziene verordening anders. Allereerst werd ingezet op een meer leesbaar en helderder document, op basis van de gemeentelijke visieplannen en doelstellingen per hoofdstuk. Hieruit worden in elk hoofdstuk een aantal maatregelen voorzien, die daarna vertaald worden in verordenende voorschriften. De verordening bestaat uit de volgende 5 hoofdstukken:
De verordening wordt afgesloten met een aantal technische richtlijnen.
Het nieuwe hoofdstuk stedenbouwkundige lasten bij omgevingsvergunningen, dat omwille van het instrumentendecreet van 24 mei 2023 werd ingevoerd, bespreekt de technische en de financiële lasten. De bedragen van de financiële lasten worden later dit jaar in een nieuw apart retributiereglement bepaald. Dit reglement zal vanaf 1 januari 2025 in werking treden.
Deze retributie heeft als doel om de financiering mogelijk te maken van de bijkomende taken die de overheid door de uitvoering van de omgevingsvergunning op zich moet nemen. Deze inkomsten worden door de stad verplicht aangewend voor het ruimtelijk beleid van de stad.
4. Retributiereglement:
Het bijhorende retributiereglement gekoppeld aan deze verordening treedt vanaf 1 januari 2025 formeel in werking. De definitieve vaststelling van deze retributie wordt voorgelegd aan de gemeenteraad eind 2024.
tijdslijn procedure herziening:
niet van toepassing
De gemeenteraad start de formele procedure op tot herziening van de algemene gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (voorlopige vaststelling), op basis van de ontwerpdocumenten die door het college van burgemeester en schepenen werden opgemaakt op basis van de procedure van art. 2.3.2 § 2VCRO.