Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) d.d. 15 mei 2009 en latere wijzigingen: T2. Planning – H2. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – Afdeling 1 Algemene bepalingen & Afdeling 4 Gemeentelijke Ruimtelijke Uitvoeringsplannen:
Artikel 2.2.21. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) stipuleert dat de gemeenteraad het ontwerp van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voorlopig vaststelt. Na de voorlopige vaststelling wordt het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan onmiddellijk opgestuurd naar de deputatie van de provincie waarin de gemeente ligt, naar het departement en naar de Vlaamse Regering.
Het college van burgemeester en schepenen onderwerpt het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan samen met het ontwerp van de effectbeoordelingsrapporten aan een openbaar onderzoek dat binnen dertig dagen na de voorlopige vaststelling, vermeld in paragraaf 1, minstens wordt aangekondigd door een bericht in het Belgisch Staatsblad. Die termijn is een termijn van orde.
Artikel 2.2.4. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) bepaalt dat:
§ 1. Het geïntegreerde planningsproces uit vijf fasen bestaat, waarbij het resultaat telkens geconsolideerd wordt in een van de volgende documenten :
1° de startnota;
2° de scopingnota;
3° het voorontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan;
4° het ontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan;
5° het definitieve ruimtelijk uitvoeringsplan.
De informatie over de inspraak of adviesvraag in elke fase geeft duidelijk aan waarover de inspraak of adviesvraag gaat.
Artikel 2.2.5. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) bepaalt dat:
§ 1. Een ruimtelijk uitvoeringsplan bevat:
1° een beschrijving en verantwoording van de doelstellingen van het plan;
2° een grafisch plan dat aangeeft voor welk gebied of welke gebieden het plan van toepassing is;
3° de bijbehorende stedenbouwkundige voorschriften inzake de bestemming, de inrichting of het beheer en, in voorkomend geval, de normen, vermeld in artikel 5.96 en 5.97 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
4° een weergave van de juridische toestand;
5° een weergave van de feitelijke ruimtelijke toestand en de toestand van het leefmilieu, de natuur en andere relevante feitelijke gegevens;
6° de relatie met het ruimtelijk structuurplan of ruimtelijk beleidsplan of de ruimtelijke structuurplannen of ruimtelijke beleidsplannen waarvan het een uitvoering is en, in voorkomend geval, een omschrijving van andere relevante beleidsplannen;
7° in voorkomend geval, een zo mogelijk limitatieve opgave van de voorschriften die strijdig zijn met het ruimtelijk uitvoeringsplan en die opgeheven worden;
8° de kwaliteitsbeoordeling en, in voorkomend geval, de verklaring, vermeld in artikel 4.2.11, § 7, eerste lid, 2°, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, en, in voorkomend geval, een overzicht van de conclusies van de volgende effectbeoordelingen waarbij aangegeven wordt hoe die geïntegreerd zijn in het plan:
a) het planmilieueffectrapport;
b) de passende beoordeling;
c) het ruimtelijk veiligheidsrapport;
d) andere verplicht voorgeschreven of gemaakte effectenrapporten;
in voorkomend geval de monitoringsmaatregelen in het kader van de uitgevoerde effectbeoordelingen;
9° in voorkomend geval, een register, al dan niet grafisch, van de percelen waarop een bestemmingswijziging wordt doorgevoerd die aanleiding kan geven tot een planschadevergoeding als vermeld in artikel 2.6.1 van deze codex, een planbatenheffing als vermeld in artikel 2.6.4 van deze codex, of een compensatie als vermeld in boek 6, titel 2 of titel 3, van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid;
10° in voorkomend geval, een register, al dan niet grafisch, van de percelen waarop een bestemmingswijziging wordt doorgevoerd of een overdruk wordt toegevoegd die aanleiding kan geven tot gebruikerscompensatie als vermeld in het decreet van 27 maart 2009 houdende vaststelling van een kader voor de gebruikerscompensatie bij bestemmingswijzigingen;
11° voor de gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen, in voorkomend geval, een overzicht van de geheel of gedeeltelijk gewijzigde of opgeheven erkennings-, rangschikkings- en beschermingsbesluiten inzake onroerend erfgoed, samen met de gegevens, vermeld in artikel 6.2.5 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met uitzondering van de aanduiding van de plaats van de aanplakking van het bericht over het openbaar onderzoek op het gegeorefereerde plan;
12° in voorkomend geval, het grondruilplan, vermeld in artikel 2.1.65 van het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting;
13° in voorkomend geval, de inrichtingsnota, vermeld in artikel 4.2.1 van het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting;
14° in voorkomend geval, een overzicht van de instrumenten waarover samen met het ruimtelijk uitvoeringsplan een beslissing genomen wordt door de bevoegde overheid om die aspecten te regelen of om de maatregelen of voorwaarden te bepalen die de bevoegde overheid op basis van het planningsproces, in het bijzonder de effectbeoordelingen, noodzakelijk acht voor de vaststelling van het ruimtelijk uitvoeringsplan en die niet geregeld worden met toepassing van punten 1° tot en met 13°;
15° in voorkomend geval het rooilijnplan, vermeld in het decreet van 8 mei 2009 houdende vaststelling en realisatie van de gewestelijke rooilijnen en het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.
Het grafische plan dat aangeeft voor welk gebied of welke gebieden het plan van toepassing is en de bijbehorende stedenbouwkundige voorschriften hebben verordenende kracht.
Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het geïntegreerde planningsproces voor ruimtelijke uitvoeringsplannen, planmilieueffectrapportage, ruimtelijke veiligheidsrapportage en andere effectbeoordelingen van 17/02/2017.
Het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan Roeselare goedgekeurd door de Deputatie op 2 augustus 2012.
Het Provinciaal Ruimtelijk Structuurplan, waarvan tweede partiële herziening goedgekeurd werd door de Vlaamse Regering op 20 januari 2020.
Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, waarvan de tweede herziening werd goedgekeurd op 17 december 2010 definitief werd vastgesteld.
De Strategische visie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 20 juli 2018.
Voorafgaand aan de start van de opmaak van dit Gemeentelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan werd door de gemeenteraad op 17 februari 2020 een gedeeltelijk positief planologisch attest met voorwaarden afgeleverd aan het autobedrijf Vander Stichele. Conform aan de kortetermijnvisie van dit planologisch attest verleende het college van burgemeester en schepenen op 11 oktober 2021 een omgevingsvergunning aan dit bedrijf.
In navolging van dit gedeeltelijk positief afgeleverd planologisch attest wordt een Gemeentelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan opgemaakt. De opmaak van dit Gemeentelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan doorliep de volgende fasen:
Doel
Het Gemeentelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan 'Vander Stichele' heeft als doel:
Advies Gecoro na openbaar onderzoek en verwerking
De gemeenteraad stelde het ontwerp-RUP voorlopig vast op 25 maart 2024. Van 3 mei tot en met 1 juli 2024 liep het openbaar onderzoek. Tijdens deze periode maakten het Departement Omgeving en de Provincie West-Vlaanderen een advies over aan de Gecoro. Aan de Gecoro werden ook 1 bezwaar en 1 opmerking overgemaakt.
Volgens het artikel 2.2.21. §.5. bundelt en coördineert de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (Gecoro) alle adviezen, opmerkingen en bezwaren en brengt binnen negentig dagen na het einde van het openbaar onderzoek gemotiveerd advies uit bij de gemeenteraad. Het advies bevat de integrale adviezen van de Deputatie en van het Departement. Op hetzelfde ogenblik bezorgt de Gecoro het college van burgemeester en schepenen de gebundelde adviezen, opmerkingen en bezwaren.
Op basis van dit artikel werd op 23 september 2024 een Gecorozitting georganiseerd. Op basis van de ontvangen adviezen en bezwaren bracht de Gecoro een advies uit. Daarna werden deze adviezen verwerkt in zitting van het College van Burgemeester en Schepenen van 21 oktober 2024.
Definitieve vaststelling Gemeenteraad
Het ontwerp van Gemeentelijk Ruimtelijk uitvoeringsplan wordt voorgelegd aan de Gemeenteraad tot definitieve vaststelling op 18 november 2024.
Het integrale advies van de Gecoro wordt gevolgd, behalve het punt waarbij geen consensus werd bereikt bij het bepalen van een percentage aan onbebouwde ruimte. Dit in afwijking van het percentage van minimum 30% aan onbebouwde ruimte in het artikel 7.3. 'aandeel onbebouwde ruimte' van de algemene stedenbouwkundige verordening van de Stad die op 1 september 2024 in werking trad.
Het voorstel is om met het RUP een onbebouwde ruimte met een hoofdzakelijk groen karakter vast te leggen. Dit met een minimaal percentage die de oppervlaktes omvat van de:
Met dit percentage wijkt het RUP af van het artikel 7.3. ‘aandeel onbebouwde ruimte’ van de algemene stedenbouwkundige verordening van de Stad. Het RUP voorziet deze afwijking omdat het RUP een uitvoering is van een eerder afgeleverd planologisch attest in functie van een uitbreiding van een bedrijf.
Het ontwerp omvat de volgende documenten die volgens de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening zijn opgelegd:
Geen Plan-MER en geen Ruimtelijk Veiligheidsrapport
Voor dit Gemeentelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan hoeft geen:
Volgende stappen:
Na definitieve vaststelling door de gemeenteraad op 18 november 2024 beschikt de hogere overheid (Departement Omgeving en de Provincie West-Vlaanderen) over een schorsingstermijn van 45 dagen. Na afloop van deze termijn en indien de hogere overheid dit plan niet heeft geschorst wordt de definitieve vaststelling van dit plan gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Veertien dagen na publicatie is dit plan van kracht.
Er zijn geen financiële gevolgen aan dit besluit.
Het ontwerp van het Gemeentelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan 'Vander Stichele' wordt definitief vastgesteld.