Artikel 464 tot en met 470/2 van het Wetboek op de Inkomstenbelastingen van 1992.
Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017
De gemeenteraad keurde in zitting van 17 december 2019 de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting goed voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025.
Om te voorzien in de algemene middelen van de stad is het noodzakelijk om de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting ook te heffen voor de komende jaren.
Het Beleidsprogramma voor de periode 2025 - 2030 stelt dat de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting niet wordt verhoogd.
Het tarief blijft behouden op 8,5 %.
Budgetsleutel 730100000/002000 - raming € 28.548.352
Het belastingreglement op de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 1
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 2
De belasting wordt vastgesteld op 8,5 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar.
Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar, dus in 2025 tot en met 2030.
Artikel 3
De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door het toedoen van het bestuur der directe belastingen geschieden, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Artikel 4
Deze verordening wordt aan de Federale Overheidsdienst Financiën en de toezichthoudende overheid toegezonden.