De belasting op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten heeft een ecologische inslag: ontmoedigen om massaal reclame of communicatiecampagnes op papier of wegwerpmateriaal te voeren. Deze hebben immers niet alleen een negatieve impact op het grondstoffenverbruik, maar ook op de kosten voor de inzameling en verwerking van afval door de stad.
Het opleggen van een belasting op de verspreiding van drukwerk recupereert een deel van de kosten. Bovendien creëert een belasting een ontradend effect op het uitgeven van dergelijk drukwerk, waardoor het volume van de afvalberg en de ophaal- en verwerkingskost worden verminderd.
Propaganda voor de verkiezingen en in het kader van een volksraadpleging wordt vrijgesteld van de belasting om het democratisch discours maximale kansen te geven. Het drukwerk of het gelijkgesteld product wordt in deze context verdeeld in het kader van het algemeen belang. Het is informatief, het heeft geen winstgevend oogmerk en het wordt beperkt in de tijd tijdens de periode van de verkiezingen of de volksraadpleging verdeeld.
Publicaties van socio-culturele organisaties, sportverenigingen en vormings- en onderwijsinstellingen van de erkende netten die bedoeld zijn om de inwoners te informeren over hun activiteiten, worden vrijgesteld van de belasting. Dat staat niet in de weg dat deze instellingen ook – in de eerste plaats – meer milieuvriendelijke manieren kunnen benutten om hun informatie te verspreiden.
De gemeenteraad stelde in zitting van 17.12.2019 de indirecte belasting op de huis-aan-huis-verspreiding van niet-geadresseerd publiciteitsbladen en –kaarten, catalogi en kranten en gelijkgestelde producten vast voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025.
Om het vooropgesteld beleid maximaal te realiseren en de verspreiders van reclamedrukwerk te stimuleren hun reclamevoering te digitaliseren wordt het tarief aangepast naar 0,075 euro per exemplaar.
Het minimum stijgt naar 100 euro per verspreiding.
Er wordt voorgesteld om een jaarlijkse stijging van de tarieven met 2 % in te schrijven in de reglementen. Op die manier evolueren uitgaven en ontvangsten in dezelfde richting.
Budgetsleutel 73424000/002000 - raming € 900.000
Het belastingreglement op de huis-aan-huis-verspreiding van niet-geadresseerd reclamedrukwerk en gelijkgestelde producten wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 1
Voor een periode ingaand op 01.01.2026 en eindigend op 31.12.2031, wordt een belasting gevestigd op de voor bestemmelingen kosteloze verspreiding aan huis van niet-geadresseerde reclamedrukwerk en gelijkgestelde producten.
Onder gelijkgestelde producten wordt verstaan, de stalen of reclamedragers van gelijk welke aard, die ertoe aanzetten gebruik, verbruik of aankoop te maken of te doen van de diensten, producten of transacties door de adverteerder aangeboden.
Deze opsomming is niet limitatief.
Collectieve adresaanduiding per straat of gedeeltelijke adresvermelding wordt niet beschouwd als zijnde geadresseerd.
Artikel 2
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke – of rechtspersoon die op het drukwerk als verantwoordelijke uitgever wordt vermeld.
Indien deze niet wordt vermeld is de belasting verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het drukwerk of product wordt verspreid.
Indien de verantwoordelijke uitgever in het buitenland is gevestigd, is de belasting verschuldigd door de Belgische vestiging van de verantwoordelijke uitgever.
Wanneer er geen Belgische vestiging is, is de belasting verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het niet-geadresseerde drukwerk of gelijkgesteld product draagt.
De natuurlijke of rechtspersoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het drukwerk of product wordt verspreid is hoofdelijk gehouden tot betaling van de belasting.
Artikel 3
De belasting wordt vastgesteld op € 0,075 euro per exemplaar met een minimum van € 100,00.
De belasting stijgt jaarlijks met 2 % en wordt afgerond op 3 cijfers na de komma. Het bedrag van het minimum wordt afgerond op de volle euro.
Artikel 4
Vrijstelling wordt verleend voor :
elke verspreiding van drukwerken met een totale papieroppervlakte kleiner of gelijk aan 623,7 cm² (formaat A4)
publicaties uitgaande van socio-culturele organisaties, sportverenigingen en vormings- en onderwijsinstellingen van de erkende netten.
de politieke partijen die een lijst indienen voor de Europese, de federale, de gewestelijke, provinciale of gemeentelijke verkiezingen, of van kandidaten die op een dergelijke lijst voorkomen, en dit voor zover de drukwerken of gelijkgestelde producten verspreid worden in de periode tussen de in de betreffende kieswetgeving vastgestelde datum van terhandstelling van de voordrachten van de kandidaten en de dag van de verkiezing;
de handelaars die hinder ondervinden naar aanleiding van grote infrastructuurwerken in de stad met een duur van meer dan drie maanden.
Deze vrijstelling geldt enkel voor zover de publiciteit uitsluitend gericht is op de vestiging welke hinder ondervindt van de infrastructuurwerken.
Onder hinder wordt begrepen: sterk verminderde toegankelijkheid ten gevolge van werken.
Het gebied en de periode waarbinnen de vrijstelling van toepassing is, zal door het college van burgemeester en schepenen vastgesteld worden na advies van de bevoegde dienst.
Onvolledige verspreiding of niet verspreiding van de drukwerken waarvan aangifte gedaan werd bij het stadsbestuur geeft geen aanleiding tot belastingvermindering.
Ook het al dan niet volledig gedrukt zijn van een blad geeft geen aanleiding tot enige vermindering.
Artikel 5
De belastingplichtige is gehouden uiterlijk tegen 15 april, 15 juli, 15 oktober van het aanslagjaar aangifte te doen respectievelijk voor het eerste, tweede en derde kwartaal van het aanslagjaar.
Voor verspreidingen tijdens het vierde kwartaal van het aanslagjaar dient de aangifte te gebeuren uiterlijk 15 januari volgend op het aanslagjaar.
Voor de periodieke verspreiding mag de aangifte op voorhand gedaan worden voor een periode van hoogstens 12 maanden.
Artikel 6
§1 Bij gebreke van een aangifte voor de in artikel 5 vastgestelde aangiftedatum of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het stadsbestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
§2 Indien het aantal verspreide exemplaren niet voor de in artikel 5 vastgestelde aangiftedatum wordt medegedeeld, wordt de belasting berekend op basis van een forfaitair aantal verspreide exemplaren, gelijk aan het totaal aantal bussen in de stad.
Dit aantal bussen wordt jaarlijks vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen op basis van de gegevens ons verstrekt door de diensten van bpost op toestand van 1 januari van het aanslagjaar.
§3 Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent de bevoegde overheid of het personeelslid dat daarvoor is aangesteld aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
§4 De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Artikel 7
De overeenkomstig artikel 6 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 50%.
Het bedrag van de verhoging wordt ingekohierd.
Artikel 8
De belasting wordt ingevorderd bij middel van een kohier, dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9
De belasting moet betaald worden binnen de 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10
De belastingschuldige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen, volgens de modaliteiten van het decreet van 30 mei 2008; en latere wijzigingen
Artikel 11
Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.