Het decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen van 30 mei 2008, en latere wijzigingen;
Het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid en latere wijzigingen;
De Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening van 15 mei 2009 en latere wijzigingen;
Het belastingreglement op de activeringsheffing op onbebouwde kavels gelegen in een niet-vervallen verkaveling werd voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 goedgekeurd in de gemeenteraad van 17 december 2019 en gewijzigd in de gemeenteraad van 25 mei 2020, 29 januari 2024 en 18 november 2024.
De stad beschikt over een geactualiseerd register van onbebouwde percelen.
Het is wenselijk om potentiële woonlocaties vrij te maken en grondspeculatie tegen te gaan.
Verdichting in sterke kernen geeft meer woonruimte dichtbij voorzieningen, vlot bereikbaar, met oog voor kwaliteit. Zo blijft de open ruimte rond de stad écht open, helemaal in lijn met de bouwshift en het ruimtelijk beleid van Vlaanderen.
Onbenutte kavels in de kernen (zone 1) krijgen een hogere prikkel, zodat eigenaars ze activeren.
Dat houdt wonen betaalbaar, versterkt het aanbod op de juiste plekken en geeft de stad een helder ruimtelijk kompas richting 2040.
De activeringsheffing laat de stad toe om de eigenaars van die percelen daartoe aan te sporen.
Met het oog op een evenwichtige en billijke toepassing van de belasting op onbebouwde gronden, voorziet het belastingreglement in een vrijstelling gedurende een periode van 2 jaar voor nieuwe eigenaars en een periode van 5 jaar in geval van enige eigendom.
Deze vrijstellingsmaatregel is gestoeld op de overweging dat nieuwe eigenaars doorgaans een redelijke termijn nodig hebben om de nodige stappen te ondernemen met het oog op bebouwing. Dergelijke stappen omvatten onder meer het opmaken van bouwplannen, het bekomen van stedenbouwkundige vergunningen, het aanvragen van financiering en het organiseren van de bouwactiviteiten zelf.
De vrijstelling voorkomt dat nieuwe eigenaars onmiddellijk aan belasting worden onderworpen, nog vóór zij feitelijk tot bebouwing konden overgaan. Zij draagt bij tot de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid door te vermijden dat eigenaars zonder reële mogelijkheid tot onmiddellijke ontwikkeling fiscaal worden benadeeld.
Tegelijk blijft de algemene doelstelling van de belasting — namelijk het activeren van onbebouwde kavels en het voorkomen van langdurige inactiviteit of speculatie — behouden, aangezien de vrijstelling tijdelijk en begrensd is in de tijd. De maatregel kan dan ook worden beschouwd als proportioneel en in overeenstemming met het algemeen belang dat door de belasting wordt nagestreefd.
Om te voorzien in de algemene middelen van de stad en om het vooropgestelde beleid te handhaven is het aangewezen de belasting op onbebouwde kavels gelegen in een niet-vervallen verkaveling ook te heffen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Budgetsleutel 73710000/002000 - raming € 420.000
Het belastingreglement voor de activeringsheffing op onbebouwde kavels gelegen in een niet-vervallen verkaveling wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 1 - Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
Kavels: de in een verkavelingsvergunning van een niet vervallen verkaveling afgebakende percelen;
Onbebouwd: beantwoordend aan de criteria voor opname in het register van onbebouwde percelen, gesteld bij en krachtens artikel 5.6.1 VCRO;
Een kavel wordt als bebouwd aanzien wanneer de oprichting van een woning erop is aangevat op 1 januari van het aanslagjaar, overeenkomstig een stedenbouwkundige vergunning.
Register van onbebouwde percelen: het register, vermeld in artikel 5.6.1 VCRO;
Zone 1: Het Stadshart en de kernen van Rumbeke + Beveren zoals afgebakend in het college van burgemeester en schepenen van 1 december 2025.
Zone 2: De toekomstbestendige Grote Ring en het niet toekomstbestendige deel, zoals afgebakend in het college van burgemeester en schepenen van 1 december 2025.
Artikel 2 - Belastbare grondslag
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de onbebouwde kavels die voorkomen in het gemeentelijk register van onbebouwde percelen.
Als niet-bebouwde kavel wordt enerzijds beschouwd; elke kavel als zodanig vermeld in de verkavelingsvergunning, waarop, ingevolge een verleende stedenbouwkundige vergunning, de oprichting van een voor bewoning bestemd gebouw niet is aangevat op 1 januari van het aanslagjaar.
Als niet-bebouwde kavel wordt anderzijds beschouwd; elke kavel als zodanig vermeld in de verkavelingsvergunning, waarop geen stedenbouwkundige vergunning werd aangevraagd en waar geen voor bewoning bestemd gebouw werd opgericht.
Artikel 3 - Belastingplichtige
§1. De activeringsheffing is verschuldigd door de persoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van de kavel.
In geval van eigendomsoverdracht wordt geen rekening gehouden met de tussen partijen gesloten overeenkomst.
Indien er een recht van opstal of erfpacht bestaat, is de activeringsheffing verschuldigd door de erfpachter of de opstalhouder.
In geval van mede-eigendom, is ieder mede-eigenaar belastingplichtig voor zijn wettelijk deel.
§2. Zo er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde activeringsheffing.
Artikel 4 - Berekening van de belasting
De belasting wordt als volgt vastgesteld :
| 2026 |
Zone 1 Tarief per strekkende meter | 100,00€ |
Zone 1 Minimum | 1000,00 € |
Zone 2 Tarief per strekkende meter | 50,00€ |
Zone 2 Minimum | 400,00 € |
De belasting stijgt jaarlijks met 2 % en wordt afgerond op 25 eurocent. Het minimum wordt afgerond op de volle euro.
Wanneer een kavel paalt aan twee of meer straten, zal de grootste kavelzijde langs één van die straten als grondslag van de belastingberekening in aanmerking komen.
Indien het een hoekkavel betreft, wordt het gemiddelde van beide kavelzijdes in aanmerking genomen.
Met hoekkavel wordt bedoeld: de kavel waarvan de hoek gevormd door het snijpunt van de rooilijnen minder dan 135° bedraagt.
Artikel 5 - Vrijstellingen
§1. Enkel de vrijstellingen opgenomen in dit artikel zijn van toepassing in de stad.
§2. Van de activeringsheffing zijn vrijgesteld :
De eigenaars, opstalhouders of erfpachters van één enkele niet-bebouwde kavel. Eigendom van enig ander onroerend goed, gelegen in België of het buitenland, doet de vrijstelling teniet. (attest kadaster bijvoegen)
De vrijstelling wordt toegekend voor de vijf aanslagjaren die volgen op de verwerving van de kavel.
Bij gedwongen mede-eigendom van enig ander onroerend goed, gelegen in België of het buitenland blijft de vrijstelling behouden gedurende maximum drie aanslagjaren, vanaf het ontstaan van de gedwongen mede-eigendom. (attest kadaster bijvoegen)
De ouders met kinderen ten laste, beperkt tot één onbebouwde kavel per kind ten laste.
Wordt ook beschouwd als kind ten laste: het kind, ongeacht de leeftijd, dat voor 66% invalide werd verklaard en is ingeschreven op het thuisadres. (attest Ministerie Sociale Voorzorg of onderwijsinstelling bijvoegen).
De vrijstelling wordt toegekend voor de vijf aanslagjaren die volgen op de verwerving van de kavel.
De natuurlijke en rechtspersonen, die een niet-bebouwde kavel hebben verworven: gedurende twee aanslagjaren die volgen op de datum van het verlijden van de notariële akte;
Deze vrijstelling geldt niet indien de overdracht van het zakelijk recht, hetzij geheel, hetzij gedeeltelijk onder bezwarende titel of om niet geschiedt tussen twee of meer rechtspersonen, tenzij de belastingplichtige onomstotelijk kan bewijzen dat tussen de twee rechtspersonen geen enkele verbondenheid bestaat, noch op het vlak van aandeelhouderschap, noch op het vlak van bestuurders/zaakvoerders, noch op enige andere wijze. Teneinde dit aan te tonen zal de belastingplichtige alle nodige stukken dienen voor te leggen.
De natuurlijke en rechtspersonen die eigenaar zijn van een kavel en die voor de kavel een omgevingsvergunning hebben aangevraagd, waarvoor, ingevolge de nog niet beëindigde verkavelingswerken, nog geen omgevingsvergunning werd afgeleverd.
De minderjarige kinderen, eigenaars van één enkele niet-bebouwde kavel, bij uitsluiting van enig ander onroerend goed, gelegen in België of in het buitenland, vermeerderd met vijf aanslagjaren die volgen op het aanslagjaar waarin de minderjarigheid ten einde loopt.
De VMSW en de door de VMSW erkende sociale huisvestingsmaatschappijen en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
De eigenaars van kavels die ingevolge de bepalingen van de wet op de landpacht, niet voor bebouwing kunnen worden bestemd.(kopie landpachtovereenkomst bijvoegen)
De eigenaars van kavels die overeenkomstig de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, bouwtechnisch niet voor bebouwing in aanmerking kunnen komen.
De natuurlijke en rechtspersonen die zich in een geval van overmacht bevinden. Het college van burgemeester en schepenen beslist over elk individueel geval.
Overmacht kan enkel voortvloeien uit een van de menselijke wil onafhankelijke gebeurtenis die de belastingplichtige niet heeft kunnen voorzien of voorkomen. Het onderstelt dus een onvoorziene en onafwendbare gebeurtenis waardoor het naleven van de aangegane verbintenis of verplichting onmogelijk wordt gemaakt.
§3. De activeringsheffing wordt niet geheven op een onbebouwd perceel dat samen met een bebouwd perceel een harmonisch geheel vormt.
Twee percelen worden als harmonisch aanzien, wanneer het onbebouwde perceel één ononderbroken geheel vormt met het bebouwde perceel en aangelegd is als siertuin.
Scheidingselementen zoals hagen en andere types afsluitingen of een duidelijk functie-onderscheiding doorbreken de continuïteit, waardoor het geheel niet meer als harmonisch kan beschouwd worden.
§4. Van de activeringsheffing zijn vrijgesteld : de verkavelaars of in voorkomend geval de opdrachtgevende eigenaar(s), opstalhouder(s) of erfpachter(s) die houder zijn van een eerste omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden
1° die geen werken omvat, dit gedurende het aanslagjaar volgend op het jaar waarin de omgevingsvergunning werd goedgekeurd in laatste administratieve aanleg
2° die wel werken omvat, dit gedurende drie aanslagjaren volgend op het jaar waarin de omgevingsvergunning werd goedgekeurd in laatste administratieve aanleg
Artikel 6 – Aangifteplicht
De belastingplichtige ontvangt vanwege het stadsbestuur, minstens 20 dagen voor de uiterste aangiftedatum, een aangifteformulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, moet worden teruggestuurd uiterlijk tegen 31 mei van het aanslagjaar.
De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen dient spontaan aan het stadsbestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen uiterlijk tegen 31 mei van het aanslagjaar.
Bij gebrek aan aangifte tegen de uiterste aangiftedatum of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve ingekohierd volgens de gegevens waarover het stadsbestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Artikel 7 - belastingverhoging
Op de overeenkomstig artikel 6 ambtshalve ingekohierde belasting zal een belastingverhoging worden toegepast van :
20 % van de verschuldigde belasting, bij de eerste overtreding
50 % van de verschuldigde belasting, vanaf de tweede tot en met de vierde overtreding
100 % van de verschuldigde belasting, vanaf de vijfde overtreding
Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
Een correcte aangifte herstelt de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig.
Artikel 8 - Inkohiering
De activeringsheffing wordt ingevorderd bij middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9 - Betaling van de heffing
De activeringsheffing moet betaald worden binnen 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10 - Bezwaar tegen de aanslag
De belastingschuldige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen volgens de modaliteiten van het decreet van 30 mei 2008 en later wijzigingen.
Artikel 11 - Toezicht
Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.