Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
De gemeenteraadsbeslissing van 17.12.2019 houdende de heffing van een directe belasting op de tweede verblijven voor aanslagjaren 2020 tot en met 2025;
Administratieve verordening voor de registratie van leegstaande woningen en/of gebouwen – leegstaande bedrijfsruimten in het kernwinkelgebied - woningen en/of gebouwen in verwaarloosde toestand - tweede verblijven;
De stad Roeselare wil het beschikbare woningpatrimonium optimaal benutten en maakt daarom binnen het lokale woonbeleid een helder onderscheid tussen tweede verblijven, vakantiewoningen en leegstaande woningen. Zowel tweede verblijven als vakantiewoningen worden effectief gebruikt als woonruimte, zij het niet als hoofdverblijfplaats. Hierdoor ontstaan voor de stad reële kosten op het vlak van administratie, veiligheid, infrastructuur en afvalbeheer. Het bezit van dergelijke verblijven is een gebruik dat binnen het eigendomsrecht algemeen aanvaard is.
Een leegstaande woning daarentegen wordt niet gebruikt als woonruimte en vormt dus een onbenutte woongelegenheid die potentieel beschikbaar kan zijn op de woonmarkt.
Om misbruik of “shopgedrag” tussen deze statuten te voorkomen, is het belangrijk dat de categorieën duidelijk van elkaar worden onderscheiden en dat de belasting op tweede verblijven, vakantiewoningen en leegstaande woningen op elkaar worden afgestemd. Op die manier wil de stad ontwijkingsgedrag ontmoedigen en een efficiënt en rechtvaardig woonbeleid voeren.
Om te voorzien in de algemene middelen van de stad en om het vooropgestelde beleid te handhaven is het aangewezen de belasting op tweede verblijven ook te heffen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Er wordt voorgesteld om de belasting van € 1000 op te trekken naar € 2000, met een jaarlijkse indexering van 2%.
Inhoudelijke aanpassingen:
Daarnaast wordt een vrijstelling voorzien voor woongelegenheden die als hoofdverblijfplaats worden verhuurd, maar waarvoor de huurder op 1 januari van het aanslagjaar nog niet is ingeschreven in de gemeentelijke registers. Deze vrijstelling geldt op voorwaarde dat:
het huurcontract werd afgesloten tussen 1 december en 31 december van het kalenderjaar voorafgaand aan het aanslagjaar, en
de huurder zich uiterlijk op 31 januari van het aanslagjaar in de gemeentelijke registers inschrijft.
Budgetsleutel 73770000/002000 - raming €383.000
De belasting op tweede verblijven wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 1 - Belastbaar feit
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een directe gemeentebelasting gevestigd op de tweede verblijven. De hoedanigheid van het tweede verblijf wordt beoordeeld op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 2 - Definitie
Als tweede verblijf wordt beschouwd elke woning of woongelegenheid die door de eigenaar of huurder niet tot hoofdverblijf dient maar die op elk ogenblik door hen voor bewoning of verblijfsgelegenheid kan worden gebruikt. Voor de registratie als tweede verblijven zijn de bepalingen van de administratieve verordening voor de registratie van leegstaande woningen en/of gebouwen – woningen en/of gebouwen in verwaarloosde toestand - tweede verblijven vastgesteld in de Gemeenteraad van 15/12/2025; en latere wijzigingen, van toepassing.
Artikel 3 – Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke - of de rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van het tweede verblijf.
In geval van vruchtgebruik, recht van opstal of erfpacht is de belasting verschuldigd door de vruchtgebruiker, de opstalhouder of erfpachter.
Zijn belastingplicht geldt ook wanneer het tweede verblijf verhuurd wordt of door een derde feitelijk gebruikt wordt.
In geval van mede-eigendom is iedere mede-eigenaar belastingplichtige in verhouding tot zijn aandeel.
Zo er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde belasting.
Artikel 4 - Bedrag van de belasting
De belasting wordt vastgesteld op 2.000 euro.
De belasting stijgt jaarlijks met 2 % en wordt afgerond op de volle euro.
Artikel 5 - Vrijstellingen
Van de belasting zijn vrijgesteld:
de studentenkamers
de woongelegenheid die uitsluitend door een student gebruikt wordt, op voorlegging van een attest van de onderwijsinrichting gevestigd in Roeselare, waarin uitdrukkelijk vermeld staat dat zij/hij, gedurende het schooljaar waarin 1 januari van het aanslagjaar valt, onbezoldigd voltijds regulier hoger dagonderwijs volgt.
de woongelegenheid die als hoofdverblijfplaats wordt verhuurd, maar waarvoor de huurder op 1 januari van het aanslagjaar nog niet is ingeschreven in de gemeentelijke registers, op voorwaarde dat:
huurcontract werd afgesloten tussen 1 december en 31 december van het kalenderjaar dat aan het aanslagjaar voorafgaat, en
de inschrijving in de gemeentelijke registers gebeurt uiterlijk op 31 januari van het aanslagjaar
Artikel 6 – Aangifte
De belastingplichtige ontvangt vanwege het stadsbestuur, minstens 20 dagen voor de uiterste aangiftedatum, een aangifteformulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, moet worden teruggestuurd uiterlijk tegen 30 april van het aanslagjaar.
De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen dient spontaan aan het stadsbestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen uiterlijk tegen 30 april van het aanslagjaar.
Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de uiterste aangiftedatum, wordt de belastingplichtige ambtshalve ingekohierd volgens de gegevens waarover het stadsbestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Artikel 7 - Belastingverhoging
Op de overeenkomstig artikel 6 ambtshalve ingekohierde belasting zal een belastingverhoging worden toegepast van :
20 % van de verschuldigde belasting, bij de eerste overtreding ;
50 % van de verschuldigde belasting, vanaf de tweede tot en met de vierde overtreding
100 % van de verschuldigde belasting, vanaf de vijfde overtreding
Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
Een correcte aangifte herstelt de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig.
Artikel 8 - Invordering
De belasting wordt ingevorderd bij middel van een kohier, dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9 - Betaling
De belasting moet betaald worden binnen 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10 - Bezwaarschrift
De belastingschuldige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen volgens de modaliteiten van het decreet van 30 mei 2008; en latere wijzigingen.
Artikel 11 - Toezicht
Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.