Cf. artikel 332, §1, derde lid van het decreet lokaal bestuur wordt meegedeeld dat de rekening dj. 2024 van de Stad werd goedgekeurd door de gouverneur op 14 november 2025.
In toepassing van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad worden de notulen en het zittingsverslag van de zitting van de gemeenteraad van 24 november 2025 ter goedkeuring voorgelegd.
De notulen en het zittingsverslag van de zitting van de gemeenteraad van 24 november 2025 worden goedgekeurd.
De Stad Roeselare is voor één of meerdere activiteiten aangesloten bij de opdrachthoudende vereniging Gaselwest.
De Stad Roeselare werd per aangetekend schrijven van 17 september 2025 opgeroepen om deel te nemen aan de algemene vergadering tevens jaarvergadering van Fluvius West die op 16 december 2025 plaatsvindt met volgende agenda:
De deelnemers kunnen één maand voor de Buitengewone Algemene Vergadering op de website van Fluvius West (https://over.fluvius.be/fluvius-west-bav-december-2025) kennis nemen van het splitsingsvoorstel, voormelde verslagen en de overige stukken bedoeld in de artikelen 12:59, 12:61 en 12:62 WVV en kosteloos een kopie van deze stukken verkrijgen.
c. Goedkeuring van:
i. De partiële splitsing door overneming van de Opdrachthoudende vereniging Fluvius West (partieel te splitsen vereniging) om de activiteit openbare elektronische-communicatienetwerken van de gemeente Kampenhout, over te brengen naar de Opdrachthoudende vereniging Fluvius Zenne-Dijle (overnemende vereniging) omvattende alle activa en passiva en alle rechten en plichten, niets uitgezonderd, noch voorbehouden, en dit op basis van een balans afgesloten op 30 juni 2025, met inwerkingtreding per 1 januari 2026 en dit op basis van de ruilverhouding (voorlopige) van de balans afgesloten op 30 juni 2025 en een definitieve ruilverhouding vastgesteld op de balans per 31 december 2025.
ii. De overeenkomstige wijzigingen aan het eigen vermogen.
iii. De overeenkomstige wijzigingen aan het register van de deelnemers.
d. Aanvaarding van de uittreding voor de activiteit openbare elektronische-communicatienetwerken van de gemeente Kampenhout vanaf 1 januari 2026.
e. Vaststelling van de noodzakelijke uitvoeringsmaatregelen en verlenen van de desbetreffende machtiging naar aanleiding van de besluitvorming omtrent de partiële splitsing en wijzigingen aan het eigen vermogen en inzonderheid verlening van machtiging aan de Raad van Bestuur met mogelijkheid tot subdelegatie om:
i. De al dan niet vervulling van de opschortende voorwaarden die gelden ten aanzien van de partiële splitsing zoals vermeld onder punt 2.a. vast te stellen;
ii. De verwezenlijking van de partiële splitsing vast te stellen;
iii. Het overgedragen vermogen exact te beschrijven, en desgevallend de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie vrij te stellen van het nemen van een ambtshalve inschrijving;
iv. De definitieve ruilverhouding in het kader van de partiële splitsing vast te stellen op basis van de geactualiseerde
netto actief-waarde van de partieel te splitsen vereniging en de overnemende vereniging per 31 december 2025, berekend volgens de principes vastgelegd in het partiële splitsingsvoorstel en de bijzondere verslagen over het partiële splitsingsvoorstel, dit na revisorale controle van de cijfers per 31 december 2025;
v. Daartoe alle akten en stukken te tekenen, woonplaats te kiezen en alles te doen wat nodig of nuttig kan zijn;
vi. Alle formaliteiten te vervullen met betrekking tot de neerlegging en publicatie van de beslissingen van de Buitengewone Algemene Vergadering en de uitvoering van de partiële splitsing in de meest brede zin.
Statutenwijzigingen:
a. Kennisneming bijzonder verslag van de Raad van Bestuur opgesteld overeenkomstig artikel 6:86 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV);
(deze kennisneming blijft geagendeerd)
b. Kennisneming bijzonder verslag van de Raad van Bestuur opgesteld overeenkomstig artikel 6:87 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV);
(deze kennisneming blijft geagendeerd maar het onderdeel met betrekking tot de wijziging van de rechten verbonden aan de aandelen AW is zonder voorwerp geworden, aangezien in de finaal voorgestelde statutenwijzigingen de artikelen met betrekking tot de activiteit warmte niet ter goedkeuring zullen worden voorgelegd.)
c. Kennisneming voorafgaand niet-bindend advies Vlaamse Regering d.d. 23 juli 2025;
(deze kennisneming blijft geagendeerd).
d. Goedkeuring voorstel van statutenwijzigingen (inclusief de wijziging van het voorwerp);
(Conform het Decreet Lokaal Bestuur zullen de voorgestelde wijzigingen aan de statuten en aan de bijlagen artikelsgewijs ter goedkeuring worden voorgelegd, behalve de voorgestelde wijzigingen met betrekking tot de activiteit warmte. De artikelen 9 punt 7, 29ter, 29quater en 30 punt 4b van de statuten en de artikelen 11 en 15 van de bijlage 3 met betrekking tot de activiteit warmte zullen niet ter goedkeuring worden voorgelegd.)
e. Vaststelling van de opschortende voorwaarden met betrekking tot de statutenwijzigingen;
(Deze vaststelling is zonder voorwerp geworden.)
f. Verlenen van machtiging aan de Raad van Bestuur met mogelijkheid tot subdelegatie om de al dan niet vervulling van de opschortende voorwaarden die gelden met betrekking tot het agendapunt 3 vast te stellen;
(Deze vaststelling is zonder voorwerp geworden.)
g. Verlenen van een machtiging aan de Secretaris van de Raad van Bestuur met mogelijkheid van subdelegatie om de statuten inclusief de bijlagen te coördineren.
(Deze volmachtverlening zal ter goedkeuring worden voorgelegd.)
Verlenen van machtiging aan de Secretaris van de Raad van Bestuur met de mogelijkheid tot subdelegatie voor de opmaak en finalisering van de nodige documenten en voor de afhandeling van de formaliteiten met betrekking tot de agendapunten 1, 2, en 3, en om de beslissingen genomen in de agendapunten 1, 2, 3, 7 en desgevallend 9 en 10 bij authentieke akte te doen vaststellen.
Bespreking in het kader van artikel 432 van het decreet over het lokaal bestuur van de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie voor het boekjaar 2026 alsook van de door de Raad van Bestuur opgestelde begroting 2026.
Vaststelling uitkeringen overeenkomstig artikel 6:114 e.v. WVV.
Aanvaarding toetreding/uitbreiding aansluiting gemeenten voor (neven)activiteiten.
Beëindiging deelnemerschap Fluvius West in Leiedal.
Statutaire benoemingen.
Statutaire mededelingen.
In de gemeenteraadszitting van 24 februari 2025 werd dhr. Henk Kindt aangeduid als effectief vertegenwoordiger en dhr. Piet Delrue als plaatsvervangend vertegenwoordiger voor het bijwonen van de algemene vergaderingen van Fluvius West voor de duur van de legislatuur.
Artikel 432, alinea 3 van het decreet lokaal bestuur:
de vaststelling van het mandaat dient herhaald te worden voor elke algemene vergadering
Er zijn geen financiële gevolgen.
Zijn goedkeuring te hechten aan de agenda van de Buitengewone Algemene Vergadering van de opdrachthoudende vereniging Fluvius West van 16 december 2025:
De deelnemers kunnen één maand voor de Buitengewone Algemene Vergadering op de website van Fluvius West (https://over.fluvius.be/fluvius-west-bav-december-2025) kennis nemen van het splitsingsvoorstel, voormelde verslagen en de overige stukken bedoeld in de artikelen 12:59, 12:61 en 12:62 WVV en kosteloos een kopie van deze stukken verkrijgen.
c. Goedkeuring van:
i. De partiële splitsing door overneming van de Opdrachthoudende vereniging Fluvius West (partieel te splitsen vereniging) om de activiteit openbare elektronische-communicatienetwerken van de gemeenten Asse, Dilbeek, Grimbergen, Lennik, Liedekerke, Machelen, Meise, Merchtem, Opwijk, Pajottegem, Pepingen, Roosdaal, Steenokkerzeel en Vilvoorde, over te brengen naar de Opdrachthoudende vereniging Fluvius Halle-Vilvoorde (overnemende vereniging) omvattende alle activa en passiva en alle rechten en plichten, niets uitgezonderd, noch voorbehouden, en dit op basis van een balans afgesloten op 30 juni 2025, met inwerkingtreding per 1 januari 2026 en dit op basis van de ruilverhouding (voorlopige) van de balans afgesloten op 30 juni 2025 en een definitieve ruilverhouding vastgesteld op de balans per 31 december 2025.
ii. De overeenkomstige wijzigingen aan het eigen vermogen.
III. De overeenkomstige wijzigingen aan het register van de deelnemers.
d. Aanvaarding van de uittreding voor de activiteit openbare elektronische-communicatienetwerken van de gemeenten Asse, Dilbeek, Grimbergen, Lennik, Liedekerke, Machelen, Meise, Merchtem, Opwijk, Pajottegem, Pepingen, Roosdaal, Steenokkerzeel en Vilvoorde vanaf 1 januari 2026.
e. Vaststelling van de noodzakelijke uitvoeringsmaatregelen en verlenen van de desbetreffende machtiging naar aanleiding van de besluitvorming omtrent de partiële splitsing en wijzigingen aan het eigen vermogen en inzonderheid verlening van machtiging aan de Raad van Bestuur met mogelijkheid tot subdelegatie om:
i. De al dan niet vervulling van de opschortende voorwaarden die gelden ten aanzien van de partiële splitsing zoals vermeld onder punt 1.a vast te stellen;
ii. De verwezenlijking van de partiële splitsing vast te stellen;
iii. Het overgedragen vermogen exact te beschrijven, en desgevallend de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie vrij te stellen van het nemen van een ambtshalve inschrijving;
iv. De definitieve ruilverhouding in het kader van de partiële splitsing vast te stellen op basis van de geactualiseerde netto actief-waarde van de partieel te splitsen vereniging en de overnemende vereniging per 31 december 2025, berekend volgens de principes vastgelegd in het partiële splitsingsvoorstel en de bijzondere verslagen over het partiële splitsingsvoorstel, dit na revisorale controle van de cijfers per 31 december 2025;
v. Daartoe alle akten en stukken te tekenen, woonplaats te kiezen en alles te doen wat nodig of nuttig kan zijn;
vi. Alle formaliteiten te vervullen met betrekking tot de neerlegging en publicatie van de beslissingen van de Buitengewone Algemene Vergadering en de uitvoering van de partiële splitsing in de meest brede zin.
2. Realisatie van een partiële splitsing door overneming overeenkomstig de artikelen 12:8 en 12:59 en volgende WVV van de Opdrachthoudende vereniging Fluvius West (partieel te splitsen vereniging) om de activiteit openbare elektronische-communicatienetwerken van de gemeente Kampenhout, dewelke zij heeft toevertrouwd aan Fluvius West, over te brengen naar de Opdrachthoudende vereniging Fluvius Zenne-Dijle (overnemende vereniging):
a. Vaststelling van de in het splitsingsvoorstel opgenomen opschortende voorwaarden en tijdsbepaling.
b. Kennisneming van het splitsingsvoorstel (art. 12:59 WVV), van het omstandig verslag van de Raad van Bestuur (art. 12:61 WVV) en van de Commissaris (art. 12:62 WVV) met betrekking tot het voorstel tot partiële splitsing door overneming en van eventuele belangrijke wijzigingen in activa en passiva van het vermogen (art. 12:63 WVV), met juridische, boekhoudkundige en fiscale uitwerking van de partiële splitsing per 1 januari 2026.
De deelnemers kunnen één maand voor de Buitengewone Algemene Vergadering op de website van Fluvius West (https://over.fluvius.be/fluvius-west-bav-december-2025) kennis nemen van het splitsingsvoorstel, voormelde verslagen en de overige stukken bedoeld in de artikelen 12:59, 12:61 en 12:62 WVV en kosteloos een kopie van deze stukken verkrijgen.
c. Goedkeuring van:
i. De partiële splitsing door overneming van de Opdrachthoudende vereniging Fluvius West (partieel te splitsen vereniging) om de activiteit openbare elektronische-communicatienetwerken van de gemeente Kampenhout, over te brengen naar de Opdrachthoudende vereniging Fluvius Zenne-Dijle (overnemende vereniging) omvattende alle activa en passiva en alle rechten en plichten, niets uitgezonderd, noch voorbehouden, en dit op basis van een balans afgesloten op 30 juni 2025, met inwerkingtreding per 1 januari 2026 en dit op basis van de ruilverhouding (voorlopige) van de balans afgesloten op 30 juni 2025 en een definitieve ruilverhouding vastgesteld op de balans per 31 december 2025.
ii. De overeenkomstige wijzigingen aan het eigen vermogen.
iii. De overeenkomstige wijzigingen aan het register van de deelnemers.
d. Aanvaarding van de uittreding voor de activiteit openbare elektronische-communicatienetwerken van de gemeente Kampenhout vanaf 1 januari 2026.
e. Vaststelling van de noodzakelijke uitvoeringsmaatregelen en verlenen van de desbetreffende machtiging naar aanleiding van de besluitvorming omtrent de partiële splitsing en wijzigingen aan het eigen vermogen en inzonderheid verlening van machtiging aan de Raad van Bestuur met mogelijkheid tot subdelegatie om:
i. De al dan niet vervulling van de opschortende voorwaarden die gelden ten aanzien van de partiële splitsing zoals vermeld onder punt 2.a. vast te stellen;
ii. De verwezenlijking van de partiële splitsing vast te stellen;
iii. Het overgedragen vermogen exact te beschrijven, en desgevallend de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie vrij te stellen van het nemen van een ambtshalve inschrijving;
iv. De definitieve ruilverhouding in het kader van de partiële splitsing vast te stellen op basis van de geactualiseerde
netto actief-waarde van de partieel te splitsen vereniging en de overnemende vereniging per 31 december 2025, berekend volgens de principes vastgelegd in het partiële splitsingsvoorstel en de bijzondere verslagen over het partiële splitsingsvoorstel, dit na revisorale controle van de cijfers per 31 december 2025;
v. Daartoe alle akten en stukken te tekenen, woonplaats te kiezen en alles te doen wat nodig of nuttig kan zijn;
vi. Alle formaliteiten te vervullen met betrekking tot de neerlegging en publicatie van de beslissingen van de Buitengewone Algemene Vergadering en de uitvoering van de partiële splitsing in de meest brede zin.
3. Statutenwijzigingen:
a. Kennisneming bijzonder verslag van de Raad van Bestuur opgesteld overeenkomstig artikel 6:86 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV);
[Deze kennisneming blijft geagendeerd.]
b. Kennisneming bijzonder verslag van de Raad van Bestuur opgesteld overeenkomstig artikel 6:87 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV);
[Deze kennisneming blijft geagendeerd maar het onderdeel met betrekking tot de wijziging van de rechten verbonden aan de aandelen Aw is zonder voorwerp geworden, aangezien in de finaal voorgestelde statutenwijzigingen de artikelen met betrekking tot de activiteit warmte niet ter goedkeuring zullen worden voorgelegd.]
c. Kennisneming voorafgaand niet-bindend advies Vlaamse Regering d.d. 23 juli 2025;
[Deze kennisneming blijft geagendeerd.]
d. Goedkeuring voorstel van statutenwijzigingen (inclusief de wijziging van het voorwerp);
[Conform het Decreet Lokaal Bestuur zullen de voorgestelde wijzigingen aan de statuten en aan de bijlagen artikelsgewijs ter goedkeuring worden voorgelegd, behalve de voorgestelde wijzigingen met betrekking tot de activiteit warmte. De artikelen 9 punt 7, 29ter, 29quater en 30 punt 4b van de statuten en de artikelen 11 en 15 van de bijlage 3 met betrekking tot de activiteit warmte zullen niet ter goedkeuring worden voorgelegd.]
e. Vaststelling van de opschortende voorwaarden met betrekking tot de statutenwijzigingen;
[Deze vaststelling is zonder voorwerp geworden.]
f. Verlenen van machtiging aan de Raad van Bestuur met mogelijkheid tot subdelegatie om de al dan niet vervulling van de opschortende voorwaarden die gelden met betrekking tot het agendapunt 3 vast te stellen;
[Deze vaststelling is zonder voorwerp geworden.]
g. Verlenen van een machtiging aan de Secretaris van de Raad van Bestuur met mogelijkheid van subdelegatie om de statuten inclusief de bijlagen te coördineren.
[Deze volmachtverlening zal ter goedkeuring worden voorgelegd.]
4. Verlenen van machtiging aan de Secretaris van de Raad van Bestuur met de mogelijkheid tot subdelegatie voor de opmaak en finalisering van de nodige documenten en voor de afhandeling van de formaliteiten met betrekking tot de agendapunten 1, 2, en 3, en om de beslissingen genomen in de agendapunten 1, 2, 3, 7 en desgevallend 9 en 10 bij authentieke akte te doen vaststellen.
5. Bespreking in het kader van artikel 432 van het decreet over het lokaal bestuur van de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie voor het boekjaar 2026 alsook van de door de Raad van Bestuur opgestelde begroting 2026.
6. Vaststelling uitkeringen overeenkomstig artikel 6:114 e.v. WVV.
7. Aanvaarding toetreding/uitbreiding aansluiting gemeenten voor (neven)activiteiten.
8. Beëindiging deelnemerschap Fluvius West in Leiedal.
9. Statutaire benoemingen.
10. Statutaire mededelingen
Zijn goedkeuring te hechten aan de voorgestelde statutenwijziging van Fluvius West.
[[Partiële splitsing door overneming van Fluvius West naar Fluvius Halle-Vilvoorde voor de activiteit openbare elektronische-communicatienwetwerken van de gemeenten Asse, Dilbeek, Grimbergen, Lennik, Liedekerke, Machelen, Meise, Merchtem, Opwijk, Pajottegem, Pepingen, Roosdaal, Steenokkerzeel en Vilvoorde]
Zijn goedkeuring te hechten aan het voorstel van partiële splitsing door overneming inzake de overgang van Fluvius West naar Fluvius Halle-Vilvoorde van de activiteit openbare elektronische-communicatienetwerken verbonden aan de gemeenten Asse, Dilbeek, Grimbergen, Lennik, Liedekerke, Machelen, Meise, Merchtem, Opwijk, Pajottegem, Pepingen, Roosdaal, Steenokkerzeel en Vilvoorde.
De Buitengewone Algemene Vergadering van Fluvius West te verzoeken de uittreding voor de activiteit openbare elektronische-communicatienetwerken van de gemeenten Asse, Dilbeek, Grimbergen, Lennik, Liedekerke, Machelen, Meise, Merchtem, Opwijk, Pajottegem, Pepingen, Roosdaal, Steenokkerzeel en Vilvoorde te willen aanvaarden.
[Partiële splitsing door overneming van Fluvius West naar Fluvius Zenne-Dijle voor de activiteit openbare elektronische-communicatienwetwerken van de gemeente Kampenhout]
Zijn goedkeuring te hechten aan het voorstel van partiële splitsing door overneming inzake de overgang van Fluvius West naar Fluvius Zenne-Dijle van de activiteit openbare elektronische-communicatienetwerken verbonden aan de gemeente Kampenhout.
De Buitengewone Algemene Vergadering van Fluvius West te verzoeken de uittreding voor de activiteit openbare elektronische-communicatienetwerken van de gemeente Kampenhout te willen aanvaarden.
De opdrachthoudende vereniging Fluvius West te verzoeken om de nodige bestuurlijke en vennootschapsrechtelijke acties te ondernemen om uitvoering te kunnen geven aan bovenstaande beslissing van de gemeenteraad.
De vertegenwoordiger van de stad die zal deelnemen aan de Algemene Vergadering tevens jaarvergadering van de opdrachthoudende vereniging Fluvius West op 16 december 2025 (of iedere andere datum waarop deze uitgesteld of verdaagd zou worden), op te dragen zijn/haar stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad van heden inzake voormeld artikel 1 van onderhavige beslissing.
Het college van burgemeester en schepenen te gelasten met de uitvoering van voormelde beslissingen en onder meer kennisgeving hiervan te verrichten aan de opdrachthoudende vereniging Fluvius West ov, ter attentie van het secretariaat (in pdf-versie), uitsluitend op het e‑mailadres vennootschapssecretariaat@fluvius.be.
De Stad Roeselare streeft naar een kwaliteitsvolle en betaalbare woonomgeving door het bestaande woningaanbod optimaal te benutten. Daarnaast willen we een aantrekkelijke leef- en woonomgeving creëren voor al onze inwoners.
Het is dan ook belangrijk om een geïntegreerd beleid te voeren ter bestrijding van leegstand, tweede verblijven en verwaarlozing van woningen en gebouwen. De belastingen op leegstaande woningen, tweede verblijven en verwaarlozing hebben hierbij een activerend en sensibiliserend karakter. Ze fungeren in de eerste plaats als beleidsinstrument om eigenaars aan te moedigen hun pand opnieuw bewoonbaar te maken, het zelf te betrekken, te verhuren of te verkopen. Op die manier draagt de Stad bij aan een kwalitatieve woonomgeving, het behoud en de optimalisatie van het woningaanbod en het voorkomen van bijkomende ruimte-inname.
Deze verordening dient opnieuw te worden aangepast aan de nieuw goedgekeurde reglementen inzake leegstaande woningen en/of gebouwen, woningen en/of gebouwen in verwaarloosde toestand en tweede verblijven.
Er zijn geen financiële gevolgen voor de Stad.
De administratieve verordening voor de registratie van leegstaande woningen en/of gebouwen - woningen en/of gebouwen in verwaarloosde toestand - tweede verblijven wordt vastgesteld zoals in bijlage gevoegd.
Subsidiereglement Roeselare B(l)oeit
Roeselare voert al jaren een actief kernversterkend beleid. Getuige hiervan is het eerste Kernplan van 2015 en het Kernplan 2 dat in 2020 werd gelanceerd.
1. Lancering Kernplan en eerste subsidiereglement Roeselare B(l)oeit
In 2015 lanceerde de Stad haar eerste Kernplan. Op 19 oktober 2015 keurde de gemeenteraad een eerste keer het reglement Roeselare B(l)oeit goed.
Het reglement werd ingevoerd omdat de Stad, in het bijzonder het kernwinkelgebied van de Stad, geconfronteerd werd met een veranderende en inkrimpende detailhandel. Het reglement had tot doel de detailhandel en de koopattractie in het kernwinkelgebied te stimuleren. Daarnaast wou de stad eveneens de leegstand in het kernwinkelgebied bestrijden.
2. Lancering Kernplan 2 en aanpassing subsidiereglement Roeselare B(l)oeit
In 2020 lanceerde de Stad het Kernplan 2 als vervolg op het eerste Kernplan. Eén van de acties uit het Kernplan betrof de evaluatie en de bijsturing van het subsidiereglement Roeselare B(l)oeit. Gezien de lokale handel en het kernwinkelgebied onder druk blijven staan en de wens van de Stad om de kernen van de deelgemeenten te ondersteunen, werd het subsidiereglement aangepast.
Het gewijzigde reglement Roeselare B(l)oeit omvatte de volgende maatregelen:
1. SHOP#VANRSL:
2. PROEF#VANRSL
3. De Geziene Vitrine
3. Optimalisatie subsidiereglement en wijziging afbakening KWG en groeigebied
Omwille van de coronacrisis, het steeds veranderend winkellandschap en de nood om concurrentieel te blijven met andere centrumsteden drong een optimalisatie van het subsidiereglement Roeselare B(l)oeit zich op. Dit reglement werd goedgekeurd tijdens de zitting van de gemeenteraad op 30 mei 2022. Specifiek werd het luik SHOP #VANRSL grondig geëvalueerd en geoptimaliseerd voor een doelgerichtere en efficiëntere ondersteuning van de lokale handel en horeca in Roeselare en de deelgemeenten.
Volgende wijzigingen worden doorgevoerd binnen het luik SHOP #VANRSL:
Samen met de optimalisatie van het subsidiereglement werd de afbakening van het kernwinkelgebied en het groeigebied in het stadscentrum herbekeken.
Met de gewijzigde afbakening beoogde de Stad een logische wandellus voor de shopper/bezoeker doorheen het kernwinkelgebied te creëren. De opname van het Polenplein en de Botermarkt wenste in te spelen op het potentieel voor een belevingsnetwerk langs straten en pleinen in het stadscentrum.
4. Optimalisatie subsidiereglement
Omwille van de coronacrisis, het steeds veranderend winkellandschap en de nood om concurrentieel te blijven met andere centrumsteden drong een optimalisatie van het subsidiereglement Roeselare B(l)oeit zich aan. Dit reglement werd goedgekeurd tijdens de zitting van de gemeenteraad op 27 maart 2023.
Volgende wijzigingen werden doorgevoerd:
Detailhandel vormt het kloppend hart van een stad en evolueert in een ongezien tempo. De sector is dan ook onderhevig aan verschillende trends waaronder de digitalisering, e-commerce en een veranderd consumentengedrag. De coronacrisis heeft deze evolutie alleen maar versneld. Aankopen gebeuren meer dan ooit via verschillende kanalen. De consument is op zoek naar beleving, gemak, winkelt bewuster en stelt persoonlijk advies van de handelaar op prijs. De coronacrisis, de oorlog in Oekraïne, de energiecrisis, hoge inflatie en de snelgroeiende e-commerce zorgden voor een shift in het retaillandschap. Hoewel veel van deze uitdagingen grotendeels achter de rug lijken, voelen retailers nog steeds de impact van al deze effecten met aanhoudende druk op de marges tot gevolg. Ook in Roeselare zijn de gevolgen hiervan merkbaar. Zo kan er na een daling van het aantal leegstaande handelspanden sinds 2021, een stijging worden vastgesteld.
Roeselare voert al jaren een kernversterkend beleid volgens de volgende pijlers:
Met het subsidiereglement Roeselare B(l)oeit worden startende en bestaande handels- en horecazaken ondersteund om de Roeselaarse kernen, zowel in het centrum van de stad als in de deelgemeenten te versterken. Om beter te kunnen inspelen op de actuele noden wordt voorgesteld om het reglement te optimaliseren met betrekking tot de restylings-, opportuniteits- en overnamepremie. Daarnaast wordt lokaal ondernemerschap in de kernen van de deelgemeenten verder gestimuleerd om tot levendige en bedrijvige kernen te komen.
1. Invoeren van een subsidie voor een overname van een bestaande handels- of horecazaak in het kernwinkelgebied
Om de aantrekkingskracht van het kernwinkelgebied van Roeselare te verhogen, voorziet het reglement Roeselare B(l)oeit in een subsidie voor nieuwe handels- of horecazaken in het kernwinkelgebied. Nieuwe handels- of horecazaken worden gedefinieerd als elke onderneming waarvoor een nieuwe inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) vereist is en die onder een andere handelsnaam wordt uitgebaat dan de vorige handelszaak. Bijgevolg is deze subsidie vandaag niet van toepassing bij een overname van een bestaande handelszaak. Nochtans brengt het overnemen van een handels- of horecazaak in het kernwinkelgebied ook een kostprijs met zich mee. Een financiële stimulans kan het aantal overnames in het kernwinkelgebied en daarmee de retentie van het aanbod ten goede komen. Om het ondernemerschap in het kernwinkelgebied verder te bevorderen wordt voorgesteld om een subsidie in te voeren voor het overnemen van een bestaande handels- of horecazaak als extra stimulans voor deze ondernemers.
Naast de kosten om een bestaande zaak over te nemen, brengt de overname ook voordelen met zich mee waaronder het kunnen overnemen van een klantenbestand van een draaiende zaak. Hierdoor wordt voorgesteld dat de subsidie voor een overname de helft zal bedragen van de subsidie voor een nieuwe handels- of horecazaak: 5.000 euro voor een handelszaak en 2500 euro voor een horecazaak die zich vestigt in het kernwinkelgebied van Roeselare. Net zoals de subsidie voor nieuwe handel- of horecazaken is ook deze subsidie onderhevig aan voorwaarden waaronder een uitbating van minimaal 3 jaar.
2. Verlagen van de minimumaanwezigheid als voorwaarde voor de toekenning van de restylingssubsidie
Voor het vernieuwen of restylen van de inrichting van een bestaande handels- of horecapand wordt een subsidie toegekend op voorwaarde dat de uitbater van het pand minstens 9 jaar gevestigd is in het kernwinkelgebied. De subsidie kan eenmalig iedere 9 jaar worden aangevraagd voor vernieuwingswerken in functie van de (her)inrichting van een handels- of horecapand.
Om de aantrekkingskracht van het kernwinkel- en groeigebied in Roeselare verder te verhogen wordt voorgesteld om de minimale aanwezigheid te verlagen van 9 jaar naar 6 jaar. Hierdoor zullen bestaande handels- of horecazaken die minstens 6 jaar aansluitend aanwezig zijn in de kern in aanmerking komen voor deze subsidie en zo gestimuleerd worden om hun zaak te vernieuwen of te restylen.
3. Optrekken van de opportuniteitssubsidie voor een horecazaak
Bij het openen van een nieuwe handels- of horecazaak wordt in het bedrag van de subsidie dat wordt toegekend een onderscheid gemaakt tussen handelszaken (10.000 euro) en horecazaken (5.000 euro). Om kwalitatieve horecazaken te stimuleren om zich in het kernwinkelgebied van Roeselare te vestigen, wordt voorgesteld om de opportuniteitssubsidie voor horeca hoger te leggen dan voor handelszaken als tegengewicht voor het onderscheid bij openen van een nieuwe zaak. Ondernemers die een handels- of horecazaak wensen te openen die een opportuniteit vormt voor het kernwinkelgebied kunnen vandaag een opportuniteitssubsidie krijgen. Deze subsidie bedraagt 7.500 euro voor panden t.e.m. 250 m² handelsvloer- of verbruiksoppervlakte of 15.000 euro voor grotere panden. Een jury beoordeelt de ingediende aanvragen en het college van burgemeester en schepenen beslist om al dan niet een toelage te verstrekken.
Om het aandeel horeca in de kern op te trekken wordt voorgesteld om de opportuniteitssubsidie voor horeca te verhogen met 5.000 euro. Voor panden t.e.m. 250 m² bedraagt deze subsidie dan 12.500 euro en voor panden groter dan 250 m² zal dit 20.000 euro zijn. Ten slotte wordt voorgesteld dat ook take-awayzaken toegang kunnen krijgen tot deze subsidie.
4. Verhogen van de groeisubsidie in de deelgemeenten voor de zogenaamde "Big Five"
Lokaal ondernemerschap zorgt voor levendige en bedrijvige kernen en naast de economische functie, de “Commerce”, zorgt dit ook voor sociale cohesie. Om het groeigebied om te vormen tot deze bedrijvige zones wordt vandaag een eenmalige groeisubsidie voorzien van 2.500 euro voor nieuwe handels- of horecazaken die in het groeigebied zijn gelegen. Het groeigebied bevat de zones in het stadscentrum, maar ook in de deelgemeenten die afgebakend werden door het college van burgemeester en schepenen.
Om tot een levendige en bedrijvige zone te komen, is het belangrijk dat er handelszaken zijn die kunnen voorzien in de basisbehoeften zoals een warme bakker, slager, café, buurtwinkel en een plek om geld af te halen (geldautomaat), de zogenaamde “big five”. Om het lokaal ondernemerschap in de kernen van de deelgemeenten verder te versterken wordt voorgesteld om de groeipremie te verdubbelen voor nieuwe kernversterkende zaken namelijk bij de komst van een nieuwe bakker, slager, café, buurtwinkel of geldautomaat. Zij zullen recht krijgen op een subsidie van 5.000 euro als ze een nieuwe zaak openen in het groeigebied van een deelgemeente (met uitzondering van de zones in het stadscentrum) zoals werd afgebakend door het college van burgemeester en schepenen namelijk in Beveren, Rumbeke, Oekene, Beitem en Zilverberg.
5. Andere wijzigingsvoorstellen
Het huidige subsidiereglement Roeselare B(l)oeit
wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026. Het nieuwe subsidiereglement treedt in werking op 1 januari 2026.
De financiering van de voorgestelde wijzigingen aan het subsidiereglement wordt opgenomen in het budget dat voorzien wordt in het meerjarenplan 2026-2031. Het benodigde budget valt binnen het budget dat wordt voorzien in het meerjarenplan. (64949009/050002)
Visum onder voorwaarde van goedkeuring van het nieuwe MJP 2026-2031: 2016/18 dd. 20/11/2025
Kredietcontrole: Momenteel beschikbaar: 126.739,08 euro (2025). Bij opmaak van het nieuw MJP dient er voldoende krediet te worden voorzien.
Het reglement Roeselare B(l)oeit wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.
Het reglement "Kernversterkend subsidiereglement voor het versterken van het handelsapparaat in de Roeselaarse kernen" wordt vastgesteld zoals in bijlage gevoegd.
Artikel 464 tot en met 470/2 van het Wetboek op de Inkomstenbelastingen van 1992.
Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017
De gemeenteraad keurde in zitting van 17 december 2019 de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting goed voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025.
Om te voorzien in de algemene middelen van de stad is het noodzakelijk om de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting ook te heffen voor de komende jaren.
Het Beleidsprogramma voor de periode 2025 - 2030 stelt dat de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting niet wordt verhoogd.
Het tarief blijft behouden op 8,5 %.
Budgetsleutel 730100000/002000 - raming € 28.548.352
Het belastingreglement op de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 1
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 2
De belasting wordt vastgesteld op 8,5 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar.
Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar, dus in 2025 tot en met 2030.
Artikel 3
De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door het toedoen van het bestuur der directe belastingen geschieden, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Artikel 4
Deze verordening wordt aan de Federale Overheidsdienst Financiën en de toezichthoudende overheid toegezonden.
Artikel 464 tot en met 470/2 van het Wetboek op de Inkomstenbelasting
Het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit
Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
De gemeenteraad keurde in zitting van 17 december 2019 de opcentiemen op de onroerende voorheffing goed voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025.
Om te voorzien in de algemene middelen van de stad is het noodzakelijk om de opcentiemen op de onroerende voorheffing te heffen voor de komende jaren.
Het Beleidsprogramma voor de periode 2025 - 2030 stelt dat de opcentiemen op de onroerende voorheffing niet worden verhoogd.
Het tarief blijft behouden op 1.140 gemeentelijke opcentiemen.
Budgetsleutel 73000000/002000 - raming €39.914.096
Het belastingreglement bij de opcentiemen op de onroerende voorheffing wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 1
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden 1.140 gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing gevestigd.
Artikel 2
De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst geschieden.
Artikel 3
§ 1. Deze verordening wordt aan toezichthoudende overheid toegezonden.
§ 2. Deze verordening wordt bezorgd aan het Agentschap Vlaamse Belastingdienst, Onroerende Voorheffing, Vaartstraat 16, 9300 Aalst.
Het decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen van 30 mei 2008, en latere wijzigingen.
De gemeenteraad stelde in zitting van 17 december 2019 de belasting op het niet optimaal afkoppelen van hemel- en afvalwater bij de aanleg van een gescheiden riolering, bij het niet plaatsen van een regenwaterput, een septische put of van een IBA en het niet laten keuren van de rioolaansluiting vast voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025.
Bij de aanleg van gescheiden rioleringsstelsels op openbaar domein is een maximale afkoppeling op woningniveau noodzakelijk om in aanmerking te komen voor de maximale subsidies voor de uitvoering van rioleringswerken vanwege de Vlaamse Milieu Maatschappij.
Het Stadsbestuur legt sinds 1 januari 2000, bij het toekennen van een omgevingsvergunning bij nieuwbouw en verbouwingswerken, de verplichting op om het huishoudelijk afvalwater en het hemelwater bij woningen en gebouwen gescheiden af te voeren tot de perceelsgrens.
Vlarem II werd op 9 mei 2008 gewijzigd: onder artikel 6.2.2.1.2.§3 wordt bepaald dat de volledige scheiding tussen het afvalwater en het hemelwater, afkomstig van dakvlakken en grondvlakken, verplicht is op het ogenblik dat een gescheiden riolering op het openbaar domein wordt aangelegd of heraangelegd wat zich vertaalt in het begrip “optimale afkoppeling”.
De eigenaars dienen gesensibiliseerd en begeleid te worden ten einde het hemelwater op hun particulier domein optimaal af te koppelen in synergie met de rioleringswerken op het openbaar domein.
De realisatie van de optimale afkoppeling van de privéwaterafvoer bij gebouwen is zeker noodzakelijk bij de aanleg van een gescheiden riolering in de straat omdat bij het bepalen van de diameter van de rioolbuizen op het openbaar domein rekening wordt gehouden met de optimale afkoppeling van het hemelwater op particulier domein waardoor er bij onvoldoende afkoppeling overstromingen zouden kunnen ontstaan van de afvalwaterriool in de straat en in de aanpalende woningen.
Stad Roeselare ondersteunt maximaal de inwoners van een straat waar wegenis- en rioleringswerken worden uitgevoerd door de aanstelling van een afkoppelingsdeskundige en door het toekennen van een subsidie voor de realisatie van deze afkoppelingswerken.
Het installeren van een IBA in het individueel te optimaliseren buitengebied is verplicht ten einde de waterlopen opnieuw zuiver te krijgen.
Door de invoegetreding van het Algemeen Waterverkoopreglement op 1 juli 2011 is de keuring van de private riolering verplicht; de stad Roeselare moet als rioolbeheerder toezien op de keuringen, opgelegd in dit Algemeen Waterverkoopreglement.
Het is ook wenselijk om de belasting ook te vestigen die bovenstaand verplicht beleid kan ondersteunen en stimuleren.
Het tarief van de belasting wordt geïndexeerd ten opzichte van de laatste aanpassing.
Er wordt ook voorgesteld om een jaarlijkse stijging van de tarieven met 2 % in te schrijven in de reglementen. Op die manier evolueren uitgaven en ontvangsten in dezelfde richting.
Om te voorzien in de algemene middelen van de stad is het aangewezen de belasting verder te heffen.
Budgetsleutel 73304000/002000 - raming € 2.030
Het belastingreglement op het niet optimaal afkoppelen van hemel- en afvalwater bij de aanleg van een gescheiden riolering, bij het niet plaatsen van een regenwaterput, een septische put of van een IBA en het niet laten keuren van de rioolaansluiting wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 1
Een gemeentebelasting op de belastbare feiten zoals opgenomen in artikel 3, wordt vastgesteld voor een termijn aanvangend vanaf 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031.
Artikel 2 - Definities
Volgende begrippen worden gebruikt:
afvalwater: verontreinigd water waarvan men zich ontdoet, zich moet ontdoen of de intentie heeft zich van te ontdoen, met uitzondering van hemelwater dat niet in aanraking is geweest met verontreinigende stoffen;
hemelwater: verzamelnaam voor regen, sneeuw en hagel, met inbegrip van dooiwater;
huishoudelijk afvalwater: afvalwater dat enkel bestaat uit water afkomstig van:
normale huishoudelijke activiteiten,
sanitaire installaties,
keukens,
het reinigen van gebouwen zoals woningen, kantoren, plaatsen waar groot- of kleinhandel wordt gedreven, zalen voor vertoningen, kazernes, kampeerterreinen, gevangenissen, onderwijsinrichtingen met of zonder internaat, klinieken, hospitalen en andere inrichtingen waar niet-besmettelijke zieken opgenomen en verzorgd worden, zwembaden, hotels, restaurants, drankgelegenheden, kapsalons,
wassalons waar de toestellen uitsluitend door het cliënteel zelf worden bediend;
bedrijfsafvalwater: alle afvalwater dat niet voldoet aan de bepalingen van huishoudelijk afvalwater;
gescheiden riolering: een dubbel stelsel van leidingen of openluchtgreppels waarvan het ene stelsel bestemd is voor het opvangen en transporteren van afvalwater en het andere stelsel bestemd is voor het opvangen en transporteren van hemelwater;
semi gescheiden riolering: een dubbel stelsel van leidingen of openluchtgreppels waarvan het ene stelsel bestemd is voor het opvangen en transporteren van afvalwater en het andere stelsel bestemd is voor de afvoer van hemelwater waarvan deze laatste in hoofdzaak beperkt is tot het hemelwater van de wegverharding en de huisaansluitingen die al gescheiden kunnen aanvoeren. De overige bestaande huisaansluitingen voeren nog gemengd aan op de leiding van afvalwater;
infiltratie op eigen terrein: het doorsijpelen van hemelwater in de bodem op eigen terrein;
IBA: individuele behandelingsinstallie voor afvalwater;
DWA: droogweerafvoer: leiding voor uitsluitend afvalwater zonder hemelwater;
RWA: regenwaterafvoer: leiding voor uitsluitend hemelwater;
2DWA: leiding gedimensioneerd om 2 keer het verwachte afvalwaterdebiet per dag af te voeren (2 keer omdat het afvalwater niet evenredig over 24 u verdeeld wordt in de praktijk. Er is niet in capaciteit voorzien voor bijkomend hemelwater);
kunstmatige afvoerweg van hemelwater: greppels, grachten, duikers en leidingen bestemd voor het afvoeren van hemelwater, bodemwater, grondwater, bemalingswater en desgevallend ook afvalwater, behandeld conform de van toepassing zijnde wetgeving;
afkoppelingsproject: elk door het college van burgemeester en schepenen als dusdanig vastgesteld en door een plan afgebakend project voor de aanleg van een optimaal gescheiden rioleringsstelsel in de openbare weg;
afkoppelingsdeskundige: wordt door het college van burgemeester en schepenen aangesteld, informeert de bewoners en maakt het afkoppelingsplan op;
optimale afkoppeling: optimaal afkoppelen betekent in regel 100% scheiden van hemelwater en afvalwater waarbij er bovendien naar gestreefd wordt om zo weinig mogelijk hemelwater versneld af te voeren. Vloeren in de woning dient men echter nooit op te breken om af te koppelen of te scheiden;
entiteit: elke woongelegenheid, gebouw of parking waar een hemelwaterafkoppeling moet gebeuren;
hemelwaterput: reservoir voor het opvangen en stockeren van hemelwater;
rode cluster volgens het zoneringspan: hemelwater en afvalwater moeten gescheiden afgevoerd worden. De bouwheer moet zelf instaan voor de zuivering van zijn afvalwater door de plaatsing van een individuele waterzuiveringsinstallatie. Indien het perceel grenst aan een oppervlaktewater (beek) mag het hemelwater aangesloten worden op het oppervlakte water.
groene cluster volgens het zoneringsplan: hemelwater en afvalwater moeten gescheiden afgevoerd worden tot op de grens met het openbaar domein. Aansluiting op de openbare riolering is verplicht. Vooraleer te lozen in de riolering is een minimale voorzuivering verplicht door middel van een septische put. Indien het perceel grenst aan een oppervlaktewater (beek) mag het hemelwater aangesloten worden op het oppervlaktewater. Indien dit perceel niet grenst aan een oppervlaktewater moet het hemelwater aangesloten worden op de openbare riolering.
oranje zone volgens het zoneringsplan: De woning is gelegen in het centrale gebied. Hemelwater en afvalwater moeten gescheiden afgevoerd worden tot op de grens met het openbaar domein. Het afvalwater moet verplicht aangesloten worden op de openbare riolering. Indien het perceel grenst aan een oppervlaktewater (beek) mag het hemelwater aangesloten worden op het oppervlaktewater. Indien dit perceel niet grenst aan een oppervlaktewater moet het hemelwater aangesloten worden op de openbare riolering. Wanneer voorzien wordt in een gescheiden rioleringsstelsel, moet het hemelwater onmiddellijk afgekoppeld worden en aangesloten worden op de daartoe voorziene leiding.
Er is een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig. Regenwater en afvalwater moeten gescheiden afgevoerd worden en aangesloten worden op het gescheiden stelsel. Het afvalwater moet verplicht aangesloten worden op de openbare riolering bestemd voor afvalwater. Het hemelwater moet verplicht aangesloten worden op het rioleringsstelsel bestemd voor hemelwaterafvoer.
Artikel 3 – Belastbaar feit
Het betreft een belasting op:
het niet maximaal of, indien de afkoppelingsdeskundige dit niet mogelijk achtte, het niet optimaal afkoppelen van hemelwater, zoals opgelegd in Vlarem II, naar aanleiding van de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel in de door de stad vastgestelde rioleringsprojecten;
het niet aanleggen van een gescheiden stelsel op privaat domein, wanneer deze wordt opgelegd in een stedenbouwkundige vergunning;
het niet plaatsen van een individuele waterzuiveringsinstallatie (IBA) wanneer deze wordt opgelegd naar aanleiding van een stedenbouwkundige vergunning of door het zoneringsplan wordt opgelegd;
het niet plaatsen van een septische put wanneer deze wordt opgelegd naar aanleiding van een stedenbouwkundige vergunning;
het niet laten keuren van de rioolaansluiting zoals bepaald in het Algemeen Waterverkoopreglement dat van kracht is sedert 1 juli 2011 of het niet afleveren van een kopie van het keuringsattest bij de Stad Roeselare;
Artikel 4 - Berekeningsgrondslag en tarief
Er wordt een forfaitaire belasting vastgesteld, voor elk jaar waarvan blijkt dat
de afkoppeling van het hemelwater op privaat domein niet wordt uitgevoerd vóór de voorlopige oplevering van de wegenis- en rioleringswerken door de stad;
de aanleg van een gescheiden stelsel niet is gebeurd zoals bepaald in de stedenbouwkundige vergunning;
er geen regenwaterput werd geplaatst zoals voorzien in de stedenbouwkundige vergunning;
er geen IBA werd geplaatst zoals voorzien in de stedenbouwkundige vergunning of in het zoneringsplan;
er geen septische put werd geplaatst zoals voorzien in de stedenbouwkundige vergunning of in het stedelijk reglement inzake septische putten;
er geen positief keuringsattest van de private riolering wordt afgeleverd zoals bepaald in het Algemeen Waterverkoopreglement.
Indien meerdere belastbare feiten zich terzelfdertijd manifesteren, zal dit geen aanleiding geven tot een gecumuleerde belasting.
De belasting wordt vastgesteld op € 2.035.
De belasting stijgt jaarlijks met 2 % en wordt afgerond op de volle euro.
Artikel 5
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die eigenaar is van de entiteit.
Indien er een vruchtgebruik, recht van opstal of erfpacht bestaat, is de belasting verschuldigd door de vruchtgebruiker, de erfpachter of de opstalhouder.
In geval van overdracht onder levenden, wordt de hoedanigheid van eigenaar beoordeeld op datum van de authentieke akte tot vaststelling van de overdracht. Er zal geen rekening gehouden worden met een tussen partijen gesloten overeenkomst.
Ingeval er meerdere eigenaars, vruchtgebruikers, opstalhouders of erfpachters zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde belasting.
Artikel 6
De inkohiering gebeurt op basis van een proces-verbaal dat wordt opgemaakt bij de controle van de riolering op privaat domein. De controle van het gescheiden stelsel, plaatsing regenwaterput, septische put of IBA en positief keuringsattest, gebeurt bij de voorlopige oplevering van de rioleringswerken op openbaar domein, bij de ontvangst van het keuringsverslag van de private riolering of bij de controle van de waarborgen openbaar domein en keuring private riolering.
Artikel 7
Indien na deze controle blijkt dat:
de afkoppeling van hemelwater op privaat domein niet wordt uitgevoerd vóór de voorlopige oplevering van de wegenis- en rioleringswerken door de stad;
de aanleg van een gescheiden stelsel niet is gebeurd zoals bepaald in de stedenbouwkundige vergunning;
er geen regenwaterput werd geplaatst zoals voorzien in de stedenbouwkundige vergunning;
er geen IBA werd geplaatst zoals voorzien in de stedenbouwkundige vergunning of in het zoneringsplan ten laatste na ingebruikname van de woning;
er geen septische put werd geplaatst zoals voorzien in de stedenbouwkundige vergunning ten laatste na ingebruikname van de woning;
er geen conforme keuring van de private riolering wordt afgeleverd zoals bepaald in het Algemeen Waterverkoopreglement;
dan kan de eigenaar zich binnen de zes maanden na vaststelling, in regel stellen met de afkoppeling van het hemelwater, de aanleg van een gescheiden stelsel, de installatie van een IBA en een conforme keuring van de private riolering afleveren.
De eigenaar dient de rioolbeheerder zelf op de hoogte te brengen indien hij zich in regel heeft gesteld. Dit kan per aangetekend schrijven, per mail of tegen bewijs van afgifte op het stadhuis.
Indien men zich niet in regel stelt, zal de belasting jaarlijks verschuldigd zijn vanaf de datum van het initiële verslag waarbij de tekortkoming werd vastgesteld.
Artikel 8
De belasting wordt ingevorderd bij middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9 - Betaling van de belasting
De belasting moet betaald worden binnen de 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10 - Bezwaar tegen de aanslag
De belastingschuldige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen volgens de modaliteiten van het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen.
Artikel 11
Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Het decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen van 30 mei 2008, en latere wijzigingen.
De gemeenteraad keurde in zitting van 17 december 2019 de belasting op de lostoestellen geplaatst langs de kaaien van de vaart goed voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025.
De tarieven worden geïndexeerd ten opzicht van de laatste tariefaanpassing.
Bijkomend wordt een jaarlijkse stijging van 2 % ingeschreven in het reglement.
Om te voorzien in de algemene middelen van de stad is het noodzakelijk om de belasting op de lostoestellen geplaatst langs de kaaien van de vaart te heffen voor de komende jaren.
Budgetsleutel 73499000/002000 - raming € 2.030
De directe belasting op de lostoestellen geplaatst langs de kaaien van de vaart wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 1
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden alle lostoestellen en ondergrondse buisleidingen, geplaatst langs de kaaien van de vaart voor het lossen en laden van schepen onderworpen aan de volgende jaarlijkse belasting:
a) 120,00 euro per jaar voor vaste toestellen en verplaatsbare toestellen.
b) 60,50 euro per jaar voor ondergrondse buisleidingen, dienende tot het laden of lossen van schepen.
Deze bedragen zijn inclusief de verschuldigde BTW.
De belasting stijgt jaarlijks met 2 % en wordt afgerond op 25 eurocent.
Artikel 2
De volle belasting is verschuldigd voor de lostoestellen geplaatst vóór 1 juli; de toestellen geplaatst vanaf 1 juli zijn slechts de helft van de belasting verschuldigd.
Artikel 3
De belasting wordt ingevorderd bij middel van een kohier, dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 4
De belasting moet betaald worden binnen 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 5
De belastingschuldige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen volgens de modaliteiten van het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen.
Artikel 6
Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Het decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen van 30 mei 2008, en latere wijzigingen.
Het gecoördineerd stedelijk algemeen politiereglement.
De gemeenteraad stelde in zitting van 30.05.2022 de indirecte belasting op de inname openbaar domein vast voor een periode ingaand op 1.06.2022 en eindigend op 31.12.2025.
Er wordt voorgesteld de tarieven van de belastingen te indexeren vanaf het moment dat de laatste tariefaanpassing is gebeurd. Indien de laatste aanpassing langer is geleden, is de indexering hoger dan wanneer er recent een aanpassing was.
Er wordt ook voorgesteld om een jaarlijkse stijging van de tarieven met 2 % in te schrijven in de reglementen. Op die manier evolueren uitgaven en ontvangsten in dezelfde richting.
De verzorgde en nette uitstalling van koopwaar maakt winkels meer zichtbaar in het straatbeeld. Door een vrijstelling te voorzien, verlaagt de stad de drempel voor handelaars om hun producten buiten te tonen. Dat kan zowel de verkoop als de aantrekkelijkheid van het centrum versterken.
Om te voorzien in de algemene middelen van de stad is het nodig om de indirecte belasting op de inname openbaar domein ook te heffen voor de periode van 01.01.2026 tot en met 31.12.2031.
Budgetsleutel 73699000/002000 - raming € 333.000
Het belastingreglement op de inname openbaar domein wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 1 – Definitie:
Commercieel oogmerk: Met commercieel oogmerk in de zin van dit reglement wordt bedoeld het oogmerk dat er in hoofdzaak is op gericht om winst te genereren en waarbij de winst niet in hoofdzaak bestemd is voor een liefdadig, cultureel, toeristisch of sociaal doel.
Artikel 2 – Belastbaar feit
Voor een periode ingaand op 01.01.2026 en eindigend op 31.12.2031 wordt een belasting geheven op de inname van openbaar domein (verder IOD).
Artikel 3 – Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de aanvrager van de vergunning.
Artikel 4 – Inname openbaar domein voor het uitvoeren van werken
| IOD met vergunning | €0,70/m²/dag |
| Minimum | € 7,00/dag |
| IOD zonder vergunning | €3,50/m²/dag |
| Minimum | € 35,00/dag |
Voor de berekening van de belasting wordt een periode ≤ 24 uur als 1 dag beschouwd.
Het voorbehouden van parkeerplaatsen voor het plaatsen van dienstvoertuigen wordt beschouwd als een inname openbaar domein voor het uitvoeren van werken.
De belasting stijgt jaarlijks met 2 %. Bedragen lager dan 5 euro worden afgerond op 5 eurocent. Bedragen vanaf 5 euro worden afgerond op 25 eurocent.
Artikel 5 – Inname openbaar domein met commercieel en /of publicitair oogmerk ter hoogte van (= aansluitend aan de gevel of in de onmiddellijke nabijheid ervan) een bestaande handelszaak
| IOD met vergunning | € 0,70/m²/dag |
| Minimum | € 7,00/dag |
| IOD zonder vergunning | €3,50/m²/dag |
| Minimum | € 35,00/dag |
| Jaarforfait | € 105,00/m²/jaar |
| Publibord A1 | € 57,00/jaar |
Voor de berekening van de belasting wordt een periode ≤ 24 uur als 1 dag beschouwd.
De belasting stijgt jaarlijks met 2 %. Bedragen lager dan 5 euro worden afgerond op 5 eurocent. Bedragen vanaf 5 euro worden afgerond op 25 eurocent. Bedragen vanaf 100 euro worden afgerond op de volle euro.
Artikel 6 – Inname openbaar domein met commercieel en /of publicitair oogmerk los van (= niet in de onmiddellijke nabijheid ervan) een bestaande handelszaak
IOD met vergunning | € 2,25/m²/dag |
Minimum | € 75,00/dag |
IOD zonder vergunning | € 10,00/m²/dag |
Minimum | € 340,00/dag |
Voor de berekening van de belasting wordt een periode ≤ 24 uur als 1 dag beschouwd.
De belasting stijgt jaarlijks met 2 %. Bedragen lager dan 5 euro worden afgerond op 5 eurocent. Bedragen vanaf 5 euro worden afgerond op 25 eurocent. Bedragen vanaf 100 euro worden afgerond op de volle euro.
Artikel 7 – Inname openbaar domein voor het plaatsen van een frituur
Permanente Inname € 1,50 /m²/dag
Artikel 8– Inname openbaar domein voor het plaatsen van circussen
De belasting wordt vastgesteld op € 340 per dag.
Voor de berekening van de belasting wordt een periode ≤ 24 uur als 1 dag beschouwd.
Vallen eveneens onder de categorie circussen: een theatercircus, een artistieke stuntshow, een rondreizende tentoonstelling met show of optreden van dieren.
De belasting stijgt jaarlijks met 2 % en wordt afgerond op de volle euro.
Artikel 9 – Vrijstellingen
waarvan ofwel de werkzaamheden in hoofdzaak gefinancierd worden door de stad ofwel het beheer onderworpen is aan toezicht van de stad
Artikel 10
De belasting wordt niet terugbetaald wanneer van de verleende vergunning geen gebruik wordt gemaakt.
Uitzondering geldt enkel bij overmacht of bijzondere omstandigheden, te beoordelen door het college van burgemeester en schepenen.
Tegen hun beslissing is geen beroep mogelijk.
Artikel 11 - Invordering
De belasting wordt contant ingevorderd, via online betaling of indien deze betaalwijze niet beschikbaar is, na ontvangst van de betalingsuitnodiging.
Als de contantbelasting niet kan worden geïnd, wordt de belasting een kohierbelasting. Ze wordt dit door opname in een kohier en krijgt vanaf dan alle kenmerken van een kohierbelasting.
De belasting voor de inname openbaar domein zonder vereiste vergunning wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 12 - Bezwaar
De belastingschuldige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen volgens de modaliteiten van het decreet van 30 mei 2008; en latere wijzigingen.
Artikel 13 - Toezicht
Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Het decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen van 30 mei 2008, en latere wijzigingen.
Een overvloed aan reclameborden veroorzaakt visuele vervuiling. Met deze belasting wordt getracht het aantal reclameborden in het straatbeeld te beperken. Het tarief van deze belasting moet voldoende hoog zijn om dit doel te bereiken.
Reclameborden, geplaatst op sportterreinen, gericht naar de plaats van sportbeoefening en alhoewel zichtbaar vanop de openbare weg worden vrijgesteld van deze belasting. Diegene die met het betreffende bord reclame maakt, mikt op het publiek dat naar de sportactiviteiten op die sportterreinen, waarbij de zichtbaarheid vanop de openbare weg eerder toevallig is.
De gemeenteraad stelde in zitting van 17 december 2019 de belasting op permanente en tijdelijke reclameborden en steigerreclame vast voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025.
Het tarief wordt geïndexeerd ten opzichte van de laatste tariefaanpassing.
Bijkomend wordt een jaarlijkse verhoging van 2 % ingeschreven in het reglement.
Om te voorzien in de algemene middelen van de stad en om het vooropgestelde beleid te realiseren is het nodig de belasting op permanente en tijdelijke reclameborden en steigerreclame verder te heffen.
Budgetsleutel 73422000/002000 - raming € 180.000
Het belastingreglement op permanente en tijdelijke reclameborden en steigerreclame wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 1
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting gevestigd op vaste reclameborden, tijdelijke reclameborden/led-schermen, steigerreclame.
Artikel 2 – Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
Reclame: elke mededeling die rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel heeft de verkoop van producten of diensten te bevorderen, ongeacht de plaats of de aangewende communicatiemiddelen.
Producten: lichamelijke roerende zaken, onroerende goederen, rechten en verplichtingen.
Permanent reclamebord: elke reclame op een stilstaand of vast communicatiemiddel, zichtbaar van op de openbare weg en uitwendig aangebracht, met een permanent karakter.
Tijdelijk reclamebord: elke reclame op een stilstaand of vast communicatiemiddel, zichtbaar van op de openbare weg en uitwendig aangebracht, met een tijdelijk karakter (o.a. ledschermen).
Steigerreclame: reclame aangebracht op tijdelijke stellingen of constructies die worden geplaatst voor of aan de gevel van een gebouw naar aanleiding van de uitvoering van werken. De inhoud van de reclame dient vooraleer de plaatsing te worden goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen.
Worden niet als reclame beschouwd:
Notariële aankondigingen en aankondigingen met betrekking tot de verkoop of verhuur van een gebouw, bevestigd aan de gevel van het pand in kwestie.
Mededelingen door openbare besturen, autonome gemeentebedrijven of openbare diensten
Mededelingen ter gelegenheid van wettelijk voorziene verkiezingen
Mededelingen door politieke, culturele, sociale of godsdienstige organisaties en onderwijsinstellingen wanneer het gaat om aankondigingen die uitsluitend voorbehouden zijn voor hun eigen activiteiten, voor zover geen winstgevend doel wordt nagestreefd.
Artikel 3 – Permanente reclameborden
3.1 - Belastingplichtige
De belasting is jaarlijks verschuldigd door de natuurlijke persoon of de rechtspersoon, die de beschikking heeft over het vast reclamebord; is deze niet gekend, de eigenaar van de grond waarop het permanent reclamebord is geplaatst of de eigenaar van de muur of de afsluiting waarop het permanent reclamebord is aangebracht.
De natuurlijke persoon of de rechtspersoon, die de beschikking heeft over het vast reclamebord, de eigenaar van de grond waarop het permanent reclamebord is geplaatst of de eigenaar van de muur of de afsluiting waarop het permanent reclamebord is aangebracht, zijn hoofdelijk gehouden tot betaling van de belasting.
3.2 - Bedrag van de belasting
Het jaarlijks bedrag van de belasting wordt bepaald per bord en bedraagt € 110,00 per m² .
De belasting stijgt jaarlijks met 2 % en wordt afgerond op 25 eurocent.
De belasting is ondeelbaar en voor het hele jaar verschuldigd, ongeacht het tijdstip waarop het betrokken bord wordt geplaatst, met uitzondering van de borden zoals bepaald in navolgend artikel 3.3.
Als belastbare oppervlakte wordt de oppervlakte genomen die voor reclame kan gebruikt worden.
Als de reclame een onregelmatige vorm heeft, wordt de oppervlakte berekend door een rechthoek te vormen waarvan de zijden horizontaal en verticaal door de uiterste punten van de reclame gaan.
De gedeelten van een m² worden proportioneel tegen dezelfde aanslagvoet belast.
Een toename van oppervlakte in de loop van het jaar geeft aanleiding tot een overeenkomstige toename van de te betalen belasting.
De belasting wordt:
Verdubbeld voor reclameborden waarbij reclame op beide zijden is aangebracht;
Berekend in veelvoud van het aantal reclames wanneer één communicatiemiddel opeenvolgende reclames vertoont.
3.3 - Vrijstellingen
De belasting is niet verschuldigd voor:
De permanente reclameborden die worden geplaatst na 1 december van het aanslagjaar;
De permanente reclameborden, alhoewel zichtbaar vanop de openbare weg, geplaatst op sportterreinen, en gericht naar de plaats van de sportbeoefening;
De permanente reclameborden, die uitsluitend worden gebruikt op een bepaalde plaats om aan het publiek de handel of de nijverheid te doen kennen die daar uitgebaat wordt, de merken van de producten die daar verkocht of vervaardigd worden, het beroep dat er uitgeoefend wordt en, in het algemeen, de activiteiten die er plaatshebben.
De permanente reclameborden, geplaatst door of in samenwerking met de stad
3.4 – Aangifteplicht
De belastingplichtige ontvangt vanwege het stadsbestuur, minstens 20 dagen voor de uiterste aangiftedatum, een aangifteformulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, moet worden teruggestuurd uiterlijk tegen 15 oktober van het aanslagjaar.
De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen dient spontaan aan het stadsbestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen tegen 15 oktober van het aanslagjaar.
Naast de jaarlijkse aangifteplicht moet na wijziging van de belastbare toestand uiterlijk tegen 30 november van het aanslagjaar spontaan aangifte worden gedaan van:
Nieuw aangebrachte communicatiemiddelen
Aanpassingen aan bestaande communicatiemiddelen
Bij gebrek aan aangifte tegen de vastgestelde aangiftedatum of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve ingekohierd volgens de gegevens waarover het stadsbestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
3.5 – Belastingverhoging
Op de overeenkomstig artikel 3.4 ambtshalve ingekohierde belasting zal een belastingverhoging worden toegepast van 50 % van de verschuldigde belasting.
Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
3. 6 – Kohier
De belasting wordt ingevorderd bij middel van een kohier, dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
3.7 - Betaling
De belasting moet betaald worden binnen 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 4 - Tijdelijke reclameborden
4.1 – Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die de omgevingsvergunning voor het plaatsen van het tijdelijk reclamebord aanvraagt bij de bevoegde stadsdienst.
De natuurlijke of de rechtspersoon die het gebruiksrecht heeft over het tijdelijk reclamebord is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
4.2 – Bedrag van de belasting
De belasting bedraagt per tijdelijk reclamebord:
Per dag | 22,00 € |
Per week | 75,00 € |
Per maand | 220,00 € |
De belasting stijgt jaarlijks met 2 % en wordt afgerond op 25 eurocent.
4.3 – Vrijstellingen
De belasting is niet verschuldigd voor:
De reclameborden van uitvoerende aannemers aan werfhekkens tijdens de uitvoering van werken.
De reclameborden, geplaatst door of in samenwerking met de stad in het kader van citymarketing. De afspraken met betrekking tot de citymarketing dienen schriftelijk te worden aangetoond.
4.4 – Contantbelasting
De belasting op tijdelijke reclameborden wordt contant ingevorderd tegen afgifte van een betalingsbewijs en is verschuldigd bij de aflevering van de goedgekeurde omgevingsvergunning.
Als de contantbelasting niet kan worden geïnd, wordt de belasting een kohierbelasting. Ze wordt dit door opname in een kohier en krijgt vanaf dan alle kenmerken van een kohierbelasting.
Artikel 5 – Steigerreclame
5.1 – Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die de vergunning voor het plaatsen van de steigerreclame aanvraagt bij de bevoegde stadsdienst.
De natuurlijke of de rechtspersoon die het gebruiksrecht heeft over de steigerreclame is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
5.2 – Bedrag van de belasting
De belasting wordt vastgesteld op € 110,00 per m² .
De belasting stijgt jaarlijks met 2 % en wordt afgerond op 25 eurocent.
De belasting geldt voor een periode van maximum 12 maanden.
De gedeelten van een m² worden proportioneel tegen dezelfde aanslagvoet belast.
5.3 – Vrijstellingen
De belasting is niet verschuldigd voor:
Het deel van de steigerreclame (maximum 4 m²) waarop enkel de handelsbenaming van de belastingplichtige, de aard van zijn werkzaamheden, eventueel de naam van de bouwheer, architect, aannemers en verdere praktische gegevens zoals verantwoordelijke voor signalisatie, worden vermeld;
Het deel van de steigerreclame dat een weergave is van de achterliggende gevel.
5.4 - Contantbelasting
De belasting op de steigerreclame wordt contant ingevorderd tegen afgifte van een betalingsbewijs en is verschuldigd bij aflevering van de goedgekeurde omgevingsvergunning.
Als de contantbelasting niet kan worden geïnd, wordt de belasting een kohierbelasting. Ze wordt dit door opname in een kohier en krijgt vanaf dan alle kenmerken van een kohierbelasting.
Artikel 6
De belastingschuldige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen volgens de modaliteiten van het decreet van 30 mei 2008; en latere wijzigingen.
Artikel 7
Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Het decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen van 30 mei 2008, en latere wijzigingen.
De gemeenteraad stelde in zitting van 17.12.2019 het belastingreglement op het vervoer van personen met een politievoertuig vast met ingang van 01.01.2020, voor een termijn eindigend op 31 december 2025.
Er bestaat een noodzaak om de gemaakte kosten te laten vergoeden van het vervoer van bestuurlijk aangehouden personen, dronken personen of van personen die gedragingen stellen die de levenskwaliteit van de inwoners kunnen beperken op een manier die de normale druk van het sociale leven overschrijdt, waardoor de normale last die het leven in de samenleving onvermijdelijk met zich meebrengt, wordt overschreden. Dergelijk vervoer verzwaart de werklast van het politiepersoneel aanzienlijk waardoor andere taken in het gedrang kunnen komen, o.a. aanwezigheid op straat. Deze aanwezigheid is van groot belang om het veiligheidsgevoel van de burger te ondersteunen.
Het tarief wordt geïndexeerd ten opzichte van de laatste tariefaanpassing.
Er wordt voorgesteld om een jaarlijkse stijging van de tarieven met 2 % in te schrijven in de reglementen. Op die manier evolueren uitgaven en ontvangsten in dezelfde richting.
Om te voorzien in de algemene middelen van de stad is het nodig om de indirecte belasting op het vervoer van personen met een politievoertuig te heffen voor de periode van 01.01.2026 tot en met 31.12.2031.
Budgetsleutel 73120000/002000 - raming € 15.885
Het belastingreglement op het vervoer van personen met een politievoertuig wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 1 - Definities
Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt begrepen onder:
overlast: gedragingen die de levenskwaliteit van de inwoners kunnen beperken op een manier die de normale druk van het sociale leven overschrijdt, waardoor de normale last die het leven in de samenleving onvermijdelijk met zich meebrengt, wordt overschreden.
rit: traject dat wordt afgelegd vanaf het uitrukken van het politievoertuig tot op het ogenblik dat de betrokkene op zijn eindbestemming gebracht is .
eindbestemming: de meest aangewezen eindbestemming naargelang het geval (politiecommissariaat, woning of verblijfplaats, verpleeginstelling, cel in het politiekantoor, ….)
Artikel 2 – Belastbaar feit
Met ingang van 01.01.2026 en eindigend op 31.12.2031 wordt een belasting gevestigd op het vervoer van personen met een politievoertuig wegens
bestuurlijke aanhouding op grond van art 31 2°, 3° en 4° van de wet op het politieambt, op grond van artikel 9 ter van de drugwet van 24.02. 1921, op grond van art 1 §2 van de besluitwet van 14.11.1939 betreffende de beteugeling van openbare dronkenschap.
het veroorzaken van overlast
openbare dronkenschap, op grond van art 1 §2 van de besluitwet van 14.11.1939 betreffende de beteugeling van openbare dronkenschap
Artikel 3 - Bedrag
De belasting wordt per aanslagjaar vastgesteld op € 135,00 per rit en per persoon.
De belasting stijgt jaarlijks met 2 % en wordt afgerond op 25 eurocent.
Artikel 4 - Belastingplichtige
De belastingplichtige is de vervoerde persoon, of in voorkomend geval, de voor hem burgerlijk verantwoordelijke persoon. Zij is verschuldigd vanaf het ogenblik dat de vervoerde persoon zijn eindbestemming bereikt heeft.
Artikel 5 - Uitzonderingen
De belasting is niet verschuldigd voor
het vervoer van gerechtelijk aangehouden personen bedoeld in art 93,4° van het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken
het vervoer van minderjarigen
Artikel 6 - Kohierbelasting
De belasting wordt ingevorderd bij middel van een kohier, dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7 - Betaaltermijn
De belasting moet betaald worden binnen de 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 8 - Bezwaar
De belastingschuldige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen volgens de modaliteiten van het decreet van 30 mei 2008, en latere wijzigingen.
Artikel 9 - Toezicht
Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid en de korpschef van de lokale politie toegezonden.
De stad wordt geconfronteerd met een toename van chauffeurs die roekeloos rijgedrag stellen. In een aantal gevallen is het nodig de voertuigen van de roekeloze chauffeurs te immobiliseren en van de baan te halen als preventieve maatregel, het voertuig wordt derhalve bestuurlijk in beslag genomen.
Hiertoe werd in zitting van 21 februari 2022 het retributiereglement op de bestuurlijke inbeslagname en bewaring van voertuigen goedgekeurd voor de periode ingaand op 01.03.2022 tot en met 31.12.2025.
Het is aangewezen het retributiereglement te verlengen voor de periode 01.01.2026 tot en met 31.12.2031, zodat de kosten van deze bestuurlijke inbeslagname verder kunnen doorgerekend worden aan de roekeloze bestuurder. De retributie is een forfaitair bedrag met inbegrip van de effectieve takelkost. Het komt immers weinig billijk over dat deze kostprijs zou dienen te worden gedragen door alle burgers, nu net de gevaarlijke houding van deze chauffeurs de meerkosten voor de stedelijke begroting veroorzaakt.
Er wordt een differentiatie gemaakt in de tarifering naargelang de zwaarte van het voertuig, wat in verhouding staat met de door de takelfirma aangerekende kosten aan de stad; het stallen van zwaardere voertuigen is bovendien duurder. De betaling van de retributie dient te gebeuren op het moment van ophaling van het voertuig, nadat het bestuurlijk beslag werd opgeheven.
De tarieven van de retributies worden geïndexeerd ten opzichte van de tariefbepaling van maart 2022.
Er wordt ook voorgesteld om een jaarlijkse stijging van de tarieven met 2 % in te schrijven in de reglementen. Op die manier evolueren uitgaven en ontvangsten in dezelfde richting.
Artikel 119 Nieuwe Gemeentewet
Artikelen 41, 162/2e, 170/paragraaf 4 en 173 van de gecoördineerde grondwet
Artikel 41, 14° van het decreet lokaal bestuur
Budgetsleutel 70090000/048000 - raming € 5.000
Het retributiereglement op de bestuurlijke inbeslagname en bewaring van voertuigen wordt als volgt goedgekeurd:
Artikel 1
Voor een periode ingaand op 01.01.2026 en eindigend op 31.12.2031 wordt een retributie gevestigd op de bestuurlijke inbeslagname en bewaring van voertuigen.
Artikel 2 - Definities
In dit reglement wordt verstaan onder:
Artikel 3 - Bedrag
De retributie is een bedrag dat bestaat uit twee delen en wordt als volgt vastgesteld:
Deel 1: Forfaitair bedrag voor de bestuurlijke inbeslagname voertuig:
| voertuigen tot 3.500 kg | € 290,00
|
| voertuigen vanaf 3.500 kg
| € 460,00 |
Deel 2: Een bewaarkost per begonnen dag
| voor een voertuig tot 3.500 kg | € 29,00 |
| voor een voertuig vanaf 3.500 kg | € 46,00 |
De retributie stijgt jaarlijks met 2 %. Bedragen kleiner dan 100 euro worden afgerond op 25 eurocent. Bedragen vanaf 100 euro worden op de volle euro afgerond.
Artikel 4
De retributie is verschuldigd door de gebruiker van het voertuig op het moment van de bestuurlijke inbeslagname.
De houder van de nummerplaat en/of de eigenaar, dan wel bezitter, van het voertuig is de retributie verschuldigd indien de gebruiker in gebreke blijft.
Artikel 5 - Betaling
§ 1 De totale retributie dient vóór het moment van ophaling van het voertuig betaald te worden.
§ 2 De betaling van de retributie gebeurt bij voorkeur elektronisch.
§ 3 Op het moment van ophaling van het voertuig dient de verschuldigde retributie volledig betaald te zijn.
§ 4 Het voertuig wordt enkel vrijgegeven op voorlegging van een betaalbewijs.
§ 5 Indien de betaling van de volledige retributie niet voldaan is op de voorziene dag van ophaling en/of het voertuig niet opgehaald wordt op de voorziene dag van ophaling, wordt de stalling verlengd en de bijkomende bewaarkost eveneens aangerekend.
§ 6 Het voertuig wordt maximaal tot 6 maanden na de bestuurlijke inbeslagname bewaard. Indien de retributie na die 6 maanden niet betaald is, kan de eigenaar ervoor kiezen om vrijwillig afstand te doen van het voertuig.
Artikel 6
Artikel 177 van het decreet lokaal bestuur biedt de mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen.
Bij betwisting kan het stadsbestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden om de retributie in te vorderen.
Het decreet van 29 maart 2019 betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2019 betreffende de exploitatievoorwaarden voor het individueel bezoldigd personenvervoer.
De gemeenteraad stelde in zitting van 29 november 2021 het retributiereglement op de machtiging voor het gebruik van taxistandplaatsen op de openbare weg vast voor de periode 01.01.2022 tot en met 31.12.2025.
Het voorbehouden en inrichten van openbaar domein als taxistandplaats brengt voor de stad bijkomende kosten met zich mee op het vlak van veiligheid, onderhoud van het openbaar domein en infrastructuur.
Voor deze dienstverlening wordt een vergoeding aangerekend.
Het tarief wordt geïndexeerd ten opzichte van de laatste tariefaanpassing.
Er wordt ook voorgesteld om een jaarlijkse stijging van de tarieven met 2 % in te schrijven in de reglementen. Op die manier evolueren uitgaven en ontvangsten in dezelfde richting.
Budgetsleutel 70042000/050002 - raming €1.000
Het retributiereglement op de machtiging voor het gebruik van taxistandplaatsen op de openbare weg wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 1
Voor een periode ingaand op 01.01.2026 en eindigend op 31.12.2031 is een jaarlijkse retributie verschuldigd voor de machtiging voor het gebruik van taxistandplaatsen op de openbare weg.
Artikel 2 – Bedrag van de retributie
De retributie is verschuldigd per voertuig dat gemachtigd is om de taxistandplaatsen op de openbare weg te gebruiken en wordt vastgesteld op € 265,00.
De retributie stijgt jaarlijks met 2 % en wordt afgerond op de volle euro.
Artikel 3
De retributie is verschuldigd voor het hele jaar, onafhankelijk van het moment waarop de machtiging afgegeven werd.
De retributie is jaarlijks verschuldigd op 1 januari of op het moment van de afgifte van de machtiging en is ondeelbaar ten laste van de houder van de machtiging.
De vermindering van het aantal voertuigen geeft geen aanleiding tot een teruggave.
Dit geldt eveneens voor de opschorting of de intrekking van een machtiging of het buiten werking stellen van één of meerdere voertuigen voor welke reden dan ook.
Artikel 4 - Betaling
De retributie dient betaald te worden binnen de 30 dagen na ontvangst van de betalingsuitnodiging.
Artikel 5 - Invordering
Bij niet-betaling van de retributie zal deze de invorderingsprocedure volgen.
Artikel 6 - Toezicht
Deze verordening wordt naar de toezichthoudende overheid toegezonden.
Op 01.01.2024 trad het zogenaamde VIP-decreet in werking.
De retributies op het verstekken van vastgoedinformatie werd in de gemeenteraad van 29.01.2024 vervangen door het retributiereglement op de vastgoedinformatie.
Het tarief van 75 euro per kadastraal perceel bleef behouden.
De retributie wordt geïndexeerd vanaf het moment dat de laatste tariefaanpassing is gebeurd.
Er wordt ook voorgesteld om een jaarlijkse stijging van de tarieven met 2 % in te schrijven in de reglementen. Op die manier evolueren uitgaven en ontvangsten in dezelfde richting.
Artikel 173, van de Grondwet;
Artikel 40, §3, van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
Artikel 21, eerste lid, van het Decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform;
Artikelen 5.2.1, 5.2.5, 5.2.6 en 5.2.7 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009;
Budgetsleutel 70003000/060010 - raming € 210.000
Het retributiereglement op de vastgoedinformatie wordt als volgt goedgekeurd:
Artikel 1 - Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
1° vastgoedinformatie: gebouw-, grond- of omgevingsgebonden gegevens inzake een onroerend goed, inclusief informatie met betrekking tot het juridische, administratieve of fysieke statuut van dit onroerend goed;
2° lokale gegevensbron: vastgoedinformatie die een gemeente of de rechtspersonen die ervan afhangen, beheert;
3° centrale gegevensbron: vastgoedinformatie die een Vlaamse instantie of een externe overheid beheert;
4° Vastgoedinformatieplatform of VIP: elektronisch informatiesysteem om vastgoedinformatie te ontsluiten, samen te voegen en ter beschikking te stellen;
5° product: een welbepaalde combinatie van vastgoedinformatie over één perceel, of een onderdeel ervan, die vooraf door het Vlaams Datanutsbedrijf is vastgelegd, die op aanvraag wordt ontsloten door de aanleverende entiteiten, vermeld in het VIP-decreet in artikel 10, eerste tot en met derde lid, die wordt samengevoegd via het VIP, en die ter beschikking wordt gesteld aan de aanvrager via het VIP;
6° externe overheid: overheidsinstanties, vermeld in artikel I.3, 8° van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
7° Vlaamse instantie: een Vlaamse instantie als vermeld in artikel 2, 14°, van het decreet van 2 december 2022 houdende machtiging tot oprichting van het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Datanutsbedrijf in de vorm van een naamloze vennootschap;
8° aanvrager: een professionele aanvrager (zoals vermeld in artikel 2, 18° van het VIP-decreet) of een burger (zoals vermeld in artikel 2, 7° van het VIP-decreet) of zijn vertegenwoordiger die een aanvraag indient via het VIP;
9° algemene verordening gegevensbescherming: Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;
10° persoonsgegevens: de gegevens, vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming;
11° verwerking: een verwerking als vermeld in artikel 4, 2), van de algemene verordening gegevensbescherming;
12° verwerkingsverantwoordelijke: een verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming;
13° betrokkene: een betrokkene als vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming;
14° VIP-decreet: decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform;
15° gemeentelijke bronretributie: de retributie die de aanvrager verschuldigd is aan een lokaal bestuur voor het ontsluiten, samenvoegen en ter beschikking stellen van vastgoedinformatie in een product;
Artikel 2 - Algemeen
De aanvrager dient elektronisch een aanvraag in bij Athumi om een product via het Vastgoedinformatieplatform te ontvangen. Athumi ontvangt op elektronische wijze de vastgoedinformatie van de aanleverende entiteiten (de lokale gegevensbronnen en de centrale gegevensbronnen). De relevante vastgoedinformatie per perceel, of een onderdeel daarvan, wordt automatisch opgeladen in een product in het VIP of wordt door de aanleverende entiteiten aan het VIP bezorgd. Athumi en de gemeente stellen het product via het VIP ter beschikking aan de aanvrager.
In de mate dat persoonsgegevens zouden worden verwerkt in het kader van een product, verwerkt de gemeente die persoonsgegevens met als doeleinde om het product ter beschikking te kunnen stellen aan de aanvragers in het kader van hun beroepsactiviteiten of in het kader van één van de doelstellingen opgesomd in artikel 6 van het VIP-decreet.
Voor alle aanvragen die via het VIP verlopen, wordt ten voordele van stad Roeselare een gemeentelijke bronretributie geheven op aanvragen tot het verkrijgen van een product met vastgoedinformatie uit een lokale gegevensbron.
Artikel 3 – Aanvrager van vastgoedinformatie
Alle aanvragen van producten, zoals vermeld in artikel 7 van het VIP-decreet, worden geacht via het VIP te verlopen. Het verplicht gebruik van het Vastgoedinformatieplatform wordt voor producten met vastgoedinformatie uit een lokale gegevensbron geregeld in het VIP-decreet.
Een oplijsting van alle organisaties die als aanvrager toegang krijgen tot het Vastgoedinformatieplatform voor aanvragen van producten wordt door Athumi ter beschikking gesteld op de website van Athumi1.
De gemeentelijke bronretributie is, overeenkomstig artikel 21 van het VIP-decreet, verschuldigd door de aanvrager. Van zodra het VIP-decreet in werking treedt is eveneens de platformretributie in de zin van artikel 2, 15°, en 19, eerste lid, 1°, van het VIP-decreet verschuldigd door de aanvrager.
Dezelfde instanties die overeenkomstig artikel 23, §3, van het VIP-decreet zijn vrijgesteld van de platformretributie in de zin van artikel 2, 15°, en 19, eerste lid, 1°, van het VIP-decreet worden vrijgesteld van de betaling van gemeentelijke bronretributie. Het gaat in concreto over deze organisaties:
externe overheden; een overheidsinstantie als vermeld in artikel I.3, 8°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Vlaamse instanties, als vermeld in artikel 2, 14°, van het decreet van 2 december 2022.
lokale overheden, als vermeld in artikel I.3, 5°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
gerechtelijke overheden;
hulpverleningszones als vermeld in het koninklijk besluit van 2 februari 2009 tot vaststelling van de territoriale afbakening van de hulpverleningszones;
politiezones als vermeld in artikel 9 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus.
Artikel 4 - Bedrag
Het bedrag van de gemeentelijke bronretributie voor het product Vastgoedinlichtingen, zoals vermeld in hoofdstuk 8 van het VIP-decreet, wordt per kadastraal perceel vastgesteld op 117 euro.
De retributie stijgt jaarlijks met 2 % en wordt afgerond op 25 eurocent.
Een aanvrager dient slechts éénmaal de retributieprijs voor een aanvraag te betalen per groep van 5 kadastrale percelen op voorwaarde dat:
(I) De percelen aangrenzend zijn
(ii) De percelen binnen éénzelfde gemeentelijke grens liggen
(iii) Er maximaal op één perceel (een) gebouweenhe(i)d(en) geregistreerd is (zijn)
Daarbovenop komt het bedrag van de platformretributie of platformvergoeding zoals vastgelegd in het VIP-decreet.
Artikel 5 - Inning
Athumi int de gemeentelijke bronretributie conform artikel 21 van het VIP-decreet via het VIP in naam en voor rekening van de lokale overheden. De bronretributie wordt periodiek (maandelijks) integraal doorgestort aan de gemeente voor alle aangevraagde producten.
Artikel 6 - Verwerking van persoonsgegevens
§1. In de mate dat persoonsgegevens zouden worden verwerkt in het kader van de ontsluiting, samenvoeging en ter beschikkingstelling van vastgoedinformatie in een product, treden de stad Roeselare en Athumi voor de doeleinden omschreven in artikel 2 op als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken.
Athumi treedt op als verwerker voor de stad Roeselare wat betreft de verwerkingsactiviteiten die plaatsvinden in het kader van de heffing en de inning van de gemeentelijke bronretributie via het Vastgoedinformatieplatform.
De afspraken rond en de modaliteiten van de verwerkingen die de stad Roeselare en Athumi uitvoeren als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken respectievelijk als verwerkingsverantwoordelijke en verwerker zijn geregeld in de Toetredingsovereenkomst die te vinden is als Bijlage 1.
Artikel 7 – Ondertekening
De vastgoedinformatie in het product die de stad Roeselare via het Vastgoedinformatieplatform ter beschikking stelt, wordt niet ondertekend aangezien het product een louter informatief document betreft dat geen beleidsmatige stellingname inhoudt en niet kwalificeert als stuk of briefwisseling in de zin van artikel 279 van het Decreet lokaal bestuur.
Artikel 8 - Bekendmaking
Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Artikel 9 - Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 10 – Opheffing
Het retributiereglement op de vastgoedinformatie, zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 29.01.2024 wordt opgeheven met ingang van 01.01.2026 .
In 2014 werd voor de eerste maal, met de invoer van DIFTAR, een retributiereglement opgemaakt waarin de te betalen tarieven voor de aanvoer van afval opgenomen werden.
De recyclageparken worden opengesteld voor zowel huishoudelijke afvalstoffen als voor met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen.
De door of op vraag van de stad ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen worden in opdracht van de stad gerecycleerd, nuttig toegepast of verwijderd.
De kosten voor inzameling, hergebruik, recyclage, nuttige toepassing en verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen wegen echter zwaar door op de gemeentelijke financiën en worden bijgevolg verhaald op de aanbieders via een gedifferentieerd retributiereglement.
De invoering van een gedifferentieerde retributie laat de stad toe het principe “de vervuiler betaalt” toe te passen, waarbij prioriteit verleend wordt aan afvalvoorkoming, slechts in tweede instantie aan hergebruik en waarbij tenslotte recyclage van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen wordt gestimuleerd.
Dit reglement wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld.
Bij de activiteiten en strategie van MIROM Roeselare voor het werkjaar 2026 werd een gewijzigde tarievenlijst toegevoegd.
Deze wordt gewijzigd volgens de stijging of daling van de effectieve verwerkingskosten. Het principe ‘de vervuiler betaalt’ dient gehanteerd.
De wijzigingen hebben betrekking op het tarief voor de aanvoer van:
| 2025 | 2026 | |
| Asbestcement in zak | 200,00 euro/ton | 265,00 euro/ton |
| Harde plastics/PVC | 270,00 euro/ton | 415,00 euro/ton |
| Piepschuim los | 135,00 euro/ton | 35,00 euro/ton |
| Piepschuim in 1.500 L-zakken | 1,35 euro/zak | 1,00 euro/zak |
| Steenpuin | 25,00 euro/ton | 35,00 euro/ton |
| Brandbaar grofvuil (KMO’s) | 215,00 euro/ton | 360,00 euro/ton |
| Brandbaar grofvuil (Overige aanvoerders) | 200,00 euro/ton | 360,00 euro/ton |
Er geldt een vrijstelling, voor de aanvoer van afvalstoffen uit de oranje groep (artikel 3.2) van 1.000 kg/jaar voor bepaalde categorieën van aanvoerders. Eens de vrijstelling is opgebruikt kan er nog eens 1.000 kg/jaar aangebracht worden tegen een forfaitair tarief.
Dit forfaitair tarief stijgt van 25 euro/ton naar 35 euro/ton.
Budgetsleutel 70030000/030900 - raming €169.099
Het retributiereglement op het gebruik van de recyclageparken wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 1
Voor een periode ingaand op 01.01.2026 en eindigend op 31.12.2026 wordt een retributie geheven op het gebruik van de recyclageparken.
De retributie is verschuldigd door de aanbieder van de afvalstoffen.
Artikel 2 - Toegang tot het recyclagepark
Toegang via e-ID of badge, volgens de voorwaarden zoals bepaald in het huishoudelijk reglement recyclageparken.
De badge kost 10 euro.
Artikel 3 - Bedrag van de retributie
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen afvalstoffen die steeds gratis zijn, betalende afvalstoffen met vrijstelling en betalende afvalstoffen zonder vrijstelling.
Artikel 3.1
Volgende afvalstoffen zijn steeds gratis (groene groep):
AEEA (afgedankte elektrische en elektronische apparaten) |
Elektrische kabels |
Frituurvet en -olie |
Hol glas (glazen bokalen, flessen) |
KGA (batterijen, motorolie, gevaarlijke producten,…) (niet toegelaten voor KMO’s) |
Kleine herbruikbare goederen (De Kringwinkel) |
Kurken |
Matrassen |
Metalen |
Papier en karton |
PMD (verplicht in PMD zak) |
Textiel |
TL-lampen (niet toegelaten voor KMO’s) |
Artikel 3.2
Volgende afvalstoffen zijn betalend, maar met vrijstelling (oranje groep) :
Aarde | 50,00 euro/ton |
Asbestcement in zak | 265,00 euro/ton |
Asbestzak groot | 2,50 euro/zak |
Asbestzak klein | 1,50 euro/zak |
Set PBM’s (overall, handschoenen, masker) | 10,00 euro/set |
Gipsafval | 145,00 euro/ton |
Harde plastics/PVC | 415,00 euro/ton |
Houtafval | 75,00 euro/ton |
Niet recycleerbaar afval (geen aarde) | 130,00 euro/ton |
Piepschuim los | 35,00 euro/ton |
Piepschuim in 1.500 L-zakken | 1,00 euro/zak |
Steenpuin | 35,00 euro/ton |
Tuinafval | 50,00 euro/ton |
Zuiver vlak glas (vensterglas) | 55,00 euro/ton |
Artikel 3.3
Volgende afvalstoffen zijn betalend zonder vrijstelling (rode groep):
Brandbaar grofvuil (KMO’s) | 360,00 euro/ton |
Brandbaar grofvuil (Overige aanvoerders) | 360,00 euro/ton |
Artikel 4 - Vrijstelling oranje groep
Er geldt een vrijstelling, voor de aanvoer van afvalstoffen uit de oranje groep (artikel 3.2) van 1.000 kg/jaar voor volgende categorieën:
Reglementair ingeschreven inwoners uit Roeselare.
Reglementair ingeschreven vreemdelingen uit Roeselare.
Derden die aanvoeren voor een producent die inwoner is in Roeselare (vrijstelling in functie van saldo van producent).
Nabestaanden overledenen uit de gemeente Roeselare tot 90 dagen na datum van het overlijden.
Verenigingen aangesloten bij een erkende raad die over een eigen vast lokaal (hetzij in eigendom, hetzij in huur) beschikken, in Roeselare.
De vrijstelling geldt per gezin. De leden van het gezin zijn de natuurlijke personen die een zelfde referentiepersoon hebben in het bevolkingsregister.
De vrijstelling geldt per vereniging. De leden van de vereniging zijn de natuurlijke personen die jaarlijks worden doorgegeven aan het college van burgemeester en schepenen.
Eens de vrijstelling is opgebruikt kan er nog eens 1.000 kg/jaar aangebracht worden tegen een basistarief van 35 euro/ton.
Eens deze vrijstelling is opgebruikt dienen de aangevoerde afvalstoffen betaald te worden aan het tarief, zoals vastgelegd in artikel 3.2.
Artikel 4.1
De vrijstelling geldt voor het lopende kalenderjaar en kan niet worden overgedragen naar het volgende jaar.
Artikel 4.2
Bij wijziging van de gezinssamenstelling blijft de vrijstelling toegewezen aan de referentiepersoon. Nieuwe referentiepersonen krijgen een vrijstelling pro rata het resterende jaar (naar boven afgerond op twaalfden).
Artikel 5 - Algemene vrijstelling
Er geldt een algemene vrijstelling van betaling voor:
De diensten van de stad en OCMW Roeselare, met uitzondering van de stedelijke basisscholen, STAP en SASK
De politiezone RIHO
De brandweerzone Midwest
Artikel 6 - Weging
Bij elke weegcyclus wordt een minimum nettogewicht van 5 kg. in rekening gebracht.
De afvalstoffen worden gewogen op een geijkte weegbrug volgens de Belgische wettelijke bepalingen, waarvan het weegresultaat niet kan worden betwist.
De weegbrug heeft een nauwkeurigheid van 5 kg voor het weegbereik tot 15.000 kg en 10 kg voor het weegbereik van 15.000 kg tot 30.000 kg.
Artikel 7 - Betaling
Het bedrag wordt ter plaatse betaald aan de betaalzuil.
Voor KMO’s kan voorzien worden in maandelijkse facturatie onder de voorwaarden, zoals bepaald in het huishoudelijk reglement recyclageparken.
Artikel 8 - Invordering
Bij niet-betaling van de retributie zal deze de invorderingsprocedure volgen en wordt het afleveren van afvalstoffen ontzegd aan de aanbieder ervan.
Artikel 9 – Administratief toezicht
Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
De stad en de burgers worden voortdurend geconfronteerd met de plaatsing van en/of onderhoud aan verschillende nutsvoorzieningen op gemeentelijk grondgebied.
Deze nutsvoorzieningen vergen werkzaamheden langs de gemeentelijke wegen en hebben dus een impact op het openbaar domein.
De Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen werd door de stad goedgekeurd en heeft tot doel een snelle en vlotte uitvoering van de werken te bevorderen, teneinde de hinder en de duur van de werken tot een minimum te herleiden.
Deze Code werd opgemaakt door een overlegplatform bestaande uit een delegatie van nutsbedrijven en een delegatie van de gemeenten, de Vlaamse Administratie van Wegen en Verkeer en van Binnenlandse Aangelegenheden.
Op het vlak van het onderhoud en de herstellingen moeten ook geregeld dringende werken worden uitgevoerd die verband houden met de continuïteit van de dienstverlening en daarnaast zijn er een aantal werken zoals aansluitingswerken, herstellingen en andere kleine onderhoudswerken die omzeggens constant een impact hebben op het openbaar domein.
Naar aanleiding van meer aandacht voor minder hinder, meer oog voor het totaal concept en het gebruik van nieuwe e-instrumenten GIPOD (Generiek Informatieplatform Openbaar domein), KLIP (Kabel- en Leidinginformatieplatform), ... werd de code geactualiseerd.
Sinds 2005 kunnen de Gaselwest-gemeenten (nu Fluvius) aan de distributienetbeheerder een retributie aanrekenen voor de hinder op het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan de nutsvoorzieningen elektriciteit en gas.
Het retributiereglement werd voor het eerst vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 21 februari 2005 en nadien telkens voor drie jaar verlengd tot en met 31 december 2025.
Het retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 1 - Algemeen
Er wordt aan de eigenaar van elke nutsvoorziening een retributie aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen.
Permanente nutsvoorzieningen zijn :
- alle installaties (zoals kabels, leidingen, buizen,…), inclusief hun aanhorigheden (zoals kabel-, verdeel-, aansluit-, e.a. kasten, palen, masten, toezichts-, verbindings-, e.a. putten…) dienstig voor het transport van elektriciteit, gas, gasachtige producten, stoom, drink-, hemel- en afvalwater, warm water, brandstof,
- alle trein- en tramsporen die zich bevinden op de openbare weg worden eveneens aanzien als nutsvoorzieningen.
De retributie is niet verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voorafgaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de stad/gemeente of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de stad/gemeente.
Deze retributie sluit elke andere heffing, semi-heffing, of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente nutsvoorzieningen door de gemeente uit zowel in hoofde van de distributienetbeheerder als van haar werkmaatschappij en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren door derden in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder of de werkmaatschappij.
Onderhavig retributiereglement gaat in vanaf 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2028.
Artikel 2 - Retributie naar aanleiding van sleufwerken
De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per meter openliggende sleuflengte voor alle sleufwerken. Zij bedraagt per meter sleuflengte voor werken in rijwegen 10,24 euro, voor werken in voetpaden 7,88 euro en voor werken in aardewegen 4,73 euro
Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast naar analogie met de door de VREG goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Indexatie gebeurt aan het begin van een nieuwe cyclus van 3 jaar.
Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.
Artikel 3 - Retributie voor dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen, kleine onderhoudswerken en ter compensatie van diverse heffingen en belastingen
Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen en kleine onderhoudswerken met een sleufoppervlakte van maximum 3 m², wordt per kalenderjaar een retributie geheven van 1,00 euro per op het grondgebied van de stad/gemeente aanwezig aansluitingspunt.
Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributienetbeheerder als haar werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van 0,50 euro per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de stad/gemeente.
Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast naar analogie met de door de VREG goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Deze retributies zijn verschuldigd vóór het einde van ieder jaar. In dit kader doet iedere nutsmaatschappij vóór 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitingspunten op het grondgebied van de stad/gemeente.
Artikel 4 – Inning
De retributie dient te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de facturen.
Artikel 5 – Definitief karakter
Dit retributiereglement wordt toegezonden aan de toezichthoudende overheid.
Het retributiereglement wordt overeenkomstig artikel 286 van het decreet lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.
De stad Roeselare streeft naar een kwalitatieve, betaalbare en duurzame woonomgeving voor al haar inwoners. Binnen dit beleid vormt het optimaal benutten van het bestaande woningpatrimonium een belangrijke pijler. Leegstaande woningen betekenen immers een verlies aan woonaanbod en dragen vaak bij tot de verloedering van de buurt en de waardevermindering van omliggende panden.
Om deze redenen beschikt de stad over een leegstandsregister van woningen en gebouwen. Dit instrument laat toe om eigenaars te stimuleren hun leegstaand pand opnieuw te activeren of te renoveren, zodat het opnieuw kan bijdragen aan de lokale woonmarkt.
De belasting op leegstaande woningen heeft in dit kader een activerend en sensibiliserend karakter. Ze is in de eerste plaats bedoeld als beleidsinstrument om eigenaars aan te moedigen hun pand opnieuw bewoonbaar te maken, het zelf te bewonen, te verhuren of te verkopen. Op die manier draagt de stad bij aan een kwalitatieve woonomgeving, het behoud van het woningaanbod en het voorkomen van bijkomende ruimte-inname.
In de binnenstad blijft Stad Roeselare uiteraard maximaal inzetten op het behoud van aantrekkelijke handelszaken en het vermijden van leegstand. Handelspanden in de kern worden daarom versneld belast bij opname in het leegstandsregister.
Ook in Roeselare wordt een toename vastgesteld van langdurige leegstand. Daarom wordt voorgesteld om de huidige basisheffing te indexeren.
Om te voorzien in de algemene middelen en om het vooropgestelde beleid te handhaven is het aangewezen de belasting op leegstaande woningen en/of gebouwen ook te heffen in de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Inhoudelijke wijzigen:
Budgetsleutel 73740000/002000 – raming € 1.317.000
De directe belasting op leegstaande woningen en/of gebouwen wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 1: Definitie:
Kernwinkelgebied: de zone zoals afgebakend door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 2: Belastbaar feit
§1 Er wordt voor de periode van 01.01.2026 tot en met 31.12.2031 een jaarlijkse directe belasting gevestigd op woningen en gebouwen die zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.
§2 De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.
§3 In afwijking van §2 is de belasting op leegstaande gebouwen gelegen binnen het kernwinkelgebied voor het eerst verschuldigd op de datum van opname in het gemeentelijk leegstandsregister.
§4 Zolang de woning of het gebouw niet uit het gemeentelijk leegstandsregister is geschrapt, is de belasting van het aanslagjaar verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.
Artikel 3: Administratieve verordening
Voor de opmaak en het bijhouden van het leegstandsregister zijn de bepalingen van de administratieve verordening, voor de registratie van leegstaande woningen en/of gebouwen – woningen en/of gebouwen in verwaarloosde toestand - tweede verblijven vastgesteld in de Gemeenteraad van 15.12.2025, en latere wijzigingen, van toepassing.
Artikel 4: Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van de woning die en/of het gebouw dat in het leegstandsregister is opgenomen.
Indien er evenwel een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de opstalhouder, erfpachter of vruchtgebruiker.
In geval van mede-eigendom, is iedere mede-eigenaar belastingplichtig voor zijn wettelijk deel.
Zo er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde belasting.
Artikel 5: Bedrag van de belasting
A: Woningen en gebouwen (met uitzondering van appartementen en kamers)
§1 Basisbelasting
De basisbelasting wordt vastgesteld per strekkende meter gevellengte aan de straatzijde.
De belastbare gevellengte van woningen en gebouwen, die niet aan de openbare weg grenzen, wordt bepaald door de afstand tussen de uiterste punten van het gebouw of
de woning geprojecteerd op de openbare weg.
Indien het woningen of gebouwen betreft die gelegen zijn op een hoekperceel of grenzen aan twee of meerdere straten, wordt enkel de grootste gevellengte in aanmerking genomen voor de berekening van de belasting.
Afhankelijk van de gevellengte wordt de basisbelasting van de belasting als volgt vastgesteld:
Gevellengte | Basisbedrag |
≤ 5 meter | 2.000,00 € |
> 5 meter en ≤ 6 meter | 2.400,00 € |
> 6 meter en ≤ 7 meter | 2.800,00 € |
> 7 meter en ≤ 8 meter | 3.200,00 € |
> 8 meter en ≤ 9 meter | 3.600,00 € |
> 9 meter en ≤ 10 meter | 4.000,00 € |
> 10 meter en ≤ 11 meter | 4.400,00 € |
> 11 meter en ≤ 12 meter | 4.800,00 € |
> 12 meter en ≤ 13 meter | 5.200,00 € |
> 13 meter en ≤ 14 meter | 5.600,00 € |
> 14 meter en ≤ 15 meter | 6.000,00 € |
> 15 meter en ≤ 16 meter | 6.400,00 € |
> 16 meter en ≤ 17 meter | 6.800,00 € |
> 17 meter en ≤ 18 meter | 7.200,00 € |
> 18 meter en ≤ 19 meter | 7.600,00 € |
> 19 meter | 8.000,00 € |
§2. Progressief tarief
De basisbelasting zoals bepaald overeenkomstig §1 wordt vermenigvuldigd met het aantal periodes van 12 maanden opname op het leegstandsregister.
Voor de handelspanden gelegen in het kernwinkelgebied wordt de vermenigvuldigingsfactor verhoogd met 1, vermits de basisbelasting reeds verschuldigd is bij opname in het gemeentelijk leegstandsregister.
Deze vermenigvuldigingsfactor wordt beperkt tot een maximum van vijf.
B: Appartementen
§1 Basisbelasting
De basisbelasting wordt vastgesteld op een forfaitair bedrag van 2.375 euro.
§2 Progressief tarief
De aanslagvoet zoals bepaald overeenkomstig §1 wordt vermenigvuldigd met het aantal periodes van 12 maanden opname op het leegstandsregister.
Deze vermenigvuldigingsfactor wordt beperkt tot een maximum van vijf.
C: Kamers
§1 Basisbelasting
De basisbelasting wordt vastgesteld op een forfaitair bedrag van 675 euro.
§2 Progressief tarief
De aanslagvoet zoals bepaald overeenkomstig §1 wordt vermenigvuldigd met het aantal periodes van 12 maanden opname op het leegstandsregister.
Deze vermenigvuldigingsfactor wordt beperkt tot een maximum van vijf.
Artikel 6: Situatie na verkoop
Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een pand in het leegstandsregister is opgenomen, wordt na de verkoop op nul gezet. Het loopt opnieuw vanaf de eerstvolgende verjaardatum van het zakelijk recht, beginnend bij de overdracht.
Dit geldt niet voor overdrachten aan of van:
1° vennootschappen waarin de belastingplichtige rechtstreeks of onrechtstreeks participeert.
2° vzw’s waar de belastingplichtige lid van is.
Artikel 7: Vrijstellingen
Van de belasting zijn vrijgesteld:
§1 De natuurlijke en rechtspersonen die een belastbare woning of gebouw hebben verworven. Deze vrijstelling geldt voor de eerste twee jaren die volgen op de datum van het verlijden van de notariële akte of de datum van vererving;
Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten aan of van:
§2 De natuurlijke en rechtspersonen die aan de woning die of het gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk leegstandsregister grondige renovatiewerken uitvoeren.
Het doel van de renovatiewerken is het herstellen en/of gedeeltelijk vernieuwen/heropbouwen van een bestaande woning of gebouw, waardoor het weer bewoonbaar/bruikbaar wordt naar de huidige maatstaven en woonkwaliteitsnormen.
Uitgesloten zijn verfraaiingswerken, zoals schilder- en behangwerken, tuinaanleg. Deze opsomming is niet limitatief.
Ter staving van de uitgevoerde renovatiewerken kunnen volgende documenten worden voorgelegd:
De facturen mogen niet ouder zijn dan 12 maanden voorafgaand aan de verjaardatum.
Deze vrijstelling moet jaarlijks aangevraagd worden en wordt maximum voor 3 opeenvolgende jaren toegekend.
§3 De natuurlijke en rechtspersonen die een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen kunnen voorleggen voor:
De vrijstelling wordt beperkt tot 1 jaar en gaat in op datum van goedkeuring van de omgevingsvergunning.
De vrijstelling voor het uitvoeren van renovatiewerken kan 2 maal verlengd worden tot maximum 3 jaar.
Ter staving van de uitgevoerde renovatiewerken kunnen volgende documenten worden voorgelegd:
De facturen mogen niet ouder zijn dan 12 maanden voorafgaand aan de verjaardatum.
De vrijstellingen onder §2 en §3 zijn éénmalig, kunnen niet cumulatief worden toegepast en gelden niet voor nieuwe, onafgewerkte woningen en gebouwen die zeven jaar na goedkeuring van de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen nog niet in gebruik werden genomen. De vrijstellingen die werden toegekend o.b.v. vorig belastingreglement kunnen niet opnieuw worden aangevraagd.
§4 De VMSW of de door de VMSW erkende sociale huisvestingsmaatschappijen
§5 De natuurlijke persoon van wie de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing. Deze vrijstelling geldt voor 2 jaar, te rekenen vanaf de datum van opname in één van hogervermelde registers of voor 2 jaar te rekenen van de gerechtelijke beslissing om de handelsbekwaamheid te beperken, indien dit voordeliger is voor de belastingplichtige;
§6 De natuurlijke en rechtspersonen die zich in een geval van overmacht bevinden.
Overmacht kan enkel voortvloeien uit een van de menselijke wil onafhankelijke gebeurtenis die de belastingplichtige niet heeft kunnen voorzien of voorkomen. Het onderstelt dus een onvoorziene en onafwendbare gebeurtenis waardoor het naleven van de aangegane verbintenis of verplichting onmogelijk wordt gemaakt.
§7 De natuurlijke en rechtspersonen eigenaar van een belastbare woning en/of gebouw gelegen binnen een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan, een rooilijnplan, een plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan of beleidsplan, waardoor een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen niet wordt verleend omwille van een nieuwe rooilijn, rooilijnwijziging en/of functiewijziging, of waarvoor een weigering van omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen verkregen werd wegens een in voorbereiding zijnde onteigeningsplan, plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan;
§8 De natuurlijke en rechtspersonen eigenaar van een belastbare woning en/of gebouw gedurende de termijn van behandeling door de bevoegde instanties, van het dossier tot restauratie van een geklasseerd monument, overeenkomstig art. 4.4.6. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening of overeenkomstig het decreet betreffende het Onroerend erfgoed;
§9 De natuurlijke - en rechtspersonen indien ze niet vrij over de woning of het gebouw kunnen beschikken, omwille van een gerechtelijke procedure waarvan de woning of het gebouw onderwerp uitmaakt. Deze vrijstelling geldt tot één jaar na het definitief worden van de uitspraak in laatste aanleg van de rechtszaak;
§10 De natuurlijke persoon, laatste bewoner en zakelijk gerechtigde ingevolge zijn opname in een erkende ouderenvoorziening of opname voor een langdurig verblijf in een psychiatrische instelling. Deze vrijstelling geldt voor 1 jaar te rekenen vanaf de datum van opname in het leegstandsregister;
§11 De natuurlijke en rechtspersonen die een woongelegenheid uitsluitend gebruiken voor een beroepsactiviteit. De vrijstelling wordt toegekend zolang de beroepsactiviteit wordt aangetoond;
§12 De zakelijk gerechtigden van handelspanden die hinder ondervinden naar aanleiding van grote infrastructuurwerken in de stad met een duur van meer dan drie maanden.
De vrijstelling wordt toegekend vanaf 6 maanden vóór de werken tot 6 maanden na de werken.
Wordt begrepen onder hinder: sterk verminderde toegankelijkheid ten gevolge van werken.
Het gebied waarbinnen de vrijstelling van toepassing is, zal door het college van burgemeester en schepenen vastgesteld worden na advies van de bevoegde dienst;
§13 De houder van het zakelijk recht van het gebouw dat is opgenomen in een database waarbij de voorwaarden tot opname verder geëxpliceerd worden in het subsidiereglement voor het versterken van het handelsapparaat in de Roeselaarse kernen, goedgekeurd in de gemeenteraad van 15.12.2025; en latere wijzigingen.
Deze vrijstelling geldt voor een periode van 1 jaar vanaf het moment van opname in de voornoemde database.
Via de opname in deze database stelt de houder van het zakelijk recht zijn leegstaand gebouw ter beschikking voor tijdelijke invullingen. Indien de houder van het zakelijk recht de invulling weigert zonder gegronde redenen, binnen de vrijstellingsperiode, dan vervalt deze vrijstelling.
Artikel 8: Invordering
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9 Betaling
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10: Bezwaarschrift
De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen volgens de modaliteiten van het decreet van 30 mei 2008, en latere wijzigingen
Artikel 11: Toezicht
Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
De stad Roeselare streeft naar een kwalitatieve, leefbare en aantrekkelijke woonomgeving voor al haar inwoners. Een zorgvuldig onderhouden woningpatrimonium is daarbij essentieel. Verwaarloosde woningen en gebouwen vormen niet alleen een risico voor de woonkwaliteit en veiligheid, maar hebben ook een sterke esthetische impact op de omgeving. Ze kunnen leiden tot een gevoel van verloedering, negatieve buurtperceptie en waardevermindering van omliggende panden.
Om deze redenen beschikt de stad over een register van verwaarloosde woningen en gebouwen. Dit instrument laat toe om panden die ernstige uiterlijke gebreken vertonen – zoals structurele schade, zichtbare vervuiling, gevaarlijke of bouwvallige elementen, of een storend gebrek aan onderhoud – te registreren, op te volgen en waar nodig te sanctioneren.
Het register dient in de eerste plaats als beleidsmatig activeringsmiddel: eigenaars worden gestimuleerd om hun pand op te knappen, te renoveren of opnieuw in goede staat te brengen, zodat het opnieuw positief bijdraagt aan het straatbeeld en de ruimere woonomgeving. De administratieve opvolging biedt bovendien een transparant kader voor beoordeling, handhaving en communicatie met eigenaars.
De voorliggende nota heeft tot doel het reglement rond verwaarloosde woningen te actualiseren en beter af te stemmen op de huidige regelgeving, de lokale praktijk en de stijgende nood aan aandacht voor de esthetische kwaliteit van de woonomgeving. Hiermee versterkt de stad haar ambitie om een aantrekkelijk, verzorgd en duurzaam woonweefsel te garanderen voor alle inwoners.
Inhoudelijke wijzigingen:
1. Berekening van de belasting
2. Vrijstelling voor het uitvoeren van werken
De huidige vrijstelling op basis van offertes/facturen en een attest of omgevingsvergunning leidt er te vaak toe dat werken niet of slechts deels worden uitgevoerd. Daarom wordt de regeling strikter en beter controleerbaar gemaakt:
De vrijstelling wordt initieel toegekend voor één jaar op basis van een renovatiedossier en facturen of een goedgekeurde omgevingsvergunning.
Ze kan jaarlijks worden verlengd, telkens op vertoon van facturen van effectief uitgevoerde werken, tot een maximum van drie jaar.
Verfraaiingswerken (schilderen, behangen, tuinaanleg…) worden uitgesloten.
Vrijstellingen met en zonder omgevingsvergunning zijn niet cumuleerbaar en gelden maximaal drie jaar per opname in een register.
Een overgangsbepaling voorkomt dat eigenaars opnieuw vrijstelling kunnen aanvragen o.b.v. het nieuwe reglement.
Om te voorzien in de algemene middelen van de stad en om het vooropgestelde beleid te handhaven is het aangewezen de belasting op woningen en/of gebouwen in verwaarloosde toestand ook te heffen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Budgetsleutel 73750000/002000 - raming € 100.400
De directe belasting op woningen woningen en/of gebouwen in verwaarloosde toestand wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 1: Belastbaar feit
Er wordt voor de periode van 01/01/2026 tot en met 31/12/2031 een jaarlijkse directe belasting gevestigd op woningen en gebouwen die zijn opgenomen in het gemeentelijk register van woningen en gebouwen in verwaarloosde toestand.
De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk register van woningen en gebouwen in verwaarloosde toestand.
Zolang de woning of het gebouw niet uit het register is geschrapt, is de belasting van het aanslagjaar verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.
Artikel 2: Administratieve verordening
Voor de opmaak en het bijhouden van register zijn de bepalingen van de administratieve verordening, voor de registratie van leegstaande woningen en/of gebouwen – woningen en/of gebouwen in verwaarloosde toestand - tweede verblijven vastgesteld in de Gemeenteraad van 15/12/2025; en latere wijzigingen, van toepassing.
Artikel 3: Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van de woning die en/of het gebouw dat in het register van woningen en gebouwen in verwaarloosde toestand is opgenomen.
Indien er evenwel een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de opstalhouder, erfpachter of vruchtgebruiker.
In geval van mede-eigendom, is iedere mede-eigenaar belastingplichtig voor zijn wettelijk deel.
Zo er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde belasting.
Artikel 4: Bedrag van de belasting
A: Woningen en gebouwen (met uitzondering van appartementen en kamers)
§1 Basisbelasting
De basisbelasting wordt vastgesteld per strekkende meter gevellengte aan de straatzijde.
De belastbare gevellengte van woningen en gebouwen, die niet aan de openbare weg grenzen, wordt bepaald door de afstand tussen de uiterste punten van het gebouw of de woning geprojecteerd op de openbare weg.
Indien het woningen of gebouwen betreft die gelegen zijn op een hoekperceel of grenzen aan twee of meerdere straten, wordt enkel de grootste gevellengte in aanmerking genomen voor de berekening van de belasting.
Afhankelijk van de gevellengte wordt de basisbelasting als volgt vastgesteld:
Gevellengte | Basisbelasting |
≤ 5 meter | 2.000,00 € |
> 5 meter en ≤ 6 meter | 2.400,00 € |
> 6 meter en ≤ 7 meter | 2.800,00 € |
> 7 meter en ≤ 8 meter | 3.200,00 € |
> 8 meter en ≤ 9 meter | 3.600,00 € |
> 9 meter en ≤ 10 meter | 4.000,00 € |
> 10 meter en ≤ 11 meter | 4.400,00 € |
> 11 meter en ≤ 12 meter | 4.800,00 € |
> 12 meter en ≤ 13 meter | 5.200,00 € |
> 13 meter en ≤ 14 meter | 5.600,00 € |
> 14 meter en ≤ 15 meter | 6.000,00 € |
> 15 meter en ≤ 16 meter | 6.400,00 € |
> 16 meter en ≤ 17 meter | 6.800,00 € |
> 17 meter en ≤ 18 meter | 7.200,00 € |
> 18 meter en ≤ 19 meter | 7.600,00 € |
> 19 meter | 8.000,00 € |
§2 Progressief tarief
De basisbelasting zoals bepaald overeenkomstig §1 wordt vermenigvuldigd met het aantal periodes van 12 maanden opname op het register.
Deze vermenigvuldigingsfactor wordt beperkt tot een maximum van vijf.
B: Appartementen
§1 Basisbelasting
De basisbelasting wordt vastgesteld op een forfaitair bedrag van 2.375 euro.
§2 Progressief tarief
De aanslagvoet zoals bepaald overeenkomstig §1 wordt vermenigvuldigd met het aantal periodes van 12 maanden opname op het register.
Deze vermenigvuldigingsfactor wordt beperkt tot een maximum van vijf.
C: Kamers
§1 Basisbelasting
De basisbelasting wordt vastgesteld op een forfaitair bedrag van 675 euro.
§2 Progressief tarief
De aanslagvoet zoals bepaald overeenkomstig §1 wordt vermenigvuldigd met het aantal periodes van 12 maanden opname op het register.
Deze vermenigvuldigingsfactor wordt beperkt tot een maximum van vijf.
Artikel 5: Situatie na verkoop
Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een woning op het register staat, wordt tot nul herleid en begint opnieuw te lopen bij overdracht van het zakelijk recht betreffende de woning.
Dit geldt niet voor overdrachten aan of van:
1° vennootschappen waarin de belastingplichtige rechtstreeks of onrechtstreeks participeert.
2° vzw’s waar de belastingplichtige lid van is.
Artikel 6: Vrijstellingen
Van de belasting zijn vrijgesteld:
§1 de natuurlijke en rechtspersonen die een belastbare woning of gebouw hebben verworven. Deze vrijstelling geldt voor de eerste twee jaren die volgen op de datum van het verlijden van de notariële akte of de datum van vererving.
Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten aan of van:
1° vennootschappen waarin de belastingplichtige rechtstreeks of onrechtstreeks participeert.
2° vzw’s waar de belastingplichtige lid van is.
§2 de natuurlijke en rechtspersonen die aan de woning of het gebouw renovatiewerken uitvoeren. De werken moeten in relatie staan tot de gebreken die de oorzaak vormen van de opname op het register.
Ter staving van de uitgevoerde renovatiewerken kunnen volgende documenten worden voorgelegd:
- facturen van aankoop van bouwmaterialen
- facturen van uitgevoerde renovatiewerken
De facturen mogen niet ouder zijn dan 12 maanden voorafgaand aan de verjaardatum.
Deze vrijstelling moet jaarlijks aangevraagd worden en wordt maximum voor 3 opeenvolgende jaren toegekend.
§3 de natuurlijke en rechtspersonen die een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen kunnen voorleggen voor:
- het slopen van een woning of gebouw
- het uitvoeren van renovatiewerken
De vrijstelling wordt beperkt tot 1 jaar en gaat in op datum van goedkeuring van de omgevingsvergunning.
De vrijstelling voor het uitvoeren van renovatiewerken kan 2 maal verlengd worden tot maximum 3 jaar.
Ter staving van de uitgevoerde renovatiewerken kunnen volgende documenten worden voorgelegd:
- facturen van aankoop van bouwmaterialen
- facturen van uitgevoerde renovatiewerken
De facturen mogen niet ouder zijn dan 12 maanden voorafgaand aan de verjaardatum.
De vrijstellingen onder §2 en §3 zijn éénmalig en kunnen niet cumulatief worden toegepast.
De vrijstellingen die werden toegekend obv vorig belastingreglement kunnen niet opnieuw worden aangevraagd.
§4 de VMSW of de door de VMSW erkende sociale huisvestingsmaatschappijen. Wat betreft de erkende sociale huisvestingsmaatschappijen:
- onbeperkte vrijstelling voor de woningen, waaraan een renovatie, herbouw of sloopdossier gekoppeld is (via een aanmelding bij de VMSW)
- een aanvullende vrijstelling van 1 jaar (bovenop andere vrijstellingsregimes) voor wat betreft onverhuurbare woningen en woningen in een onbeheerde nalatenschap
§5 de natuurlijke persoon van wie de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing. Deze vrijstelling geldt voor 2 jaar, te rekenen vanaf de datum van opname op voornoemd register of voor 2 jaar te rekenen van de gerechtelijke beslissing om de handelsbekwaamheid te beperken, indien dit voordeliger is voor de belastingplichtige;
§6 de natuurlijke en rechtspersonen die zich in een geval van overmacht bevinden.
Overmacht kan enkel voortvloeien uit een van de menselijke wil onafhankelijke gebeurtenis die de belastingplichtige niet heeft kunnen voorzien of voorkomen. Het onderstelt dus een onvoorziene en onafwendbare gebeurtenis waardoor het naleven van de aangegane verbintenis of verplichting onmogelijk wordt gemaakt.
§7 de natuurlijke en rechtspersonen eigenaar van een belastbare woning en/of gebouw gelegen binnen een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan, een rooilijnplan, een plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan of beleidsplan, waardoor een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen niet wordt verleend omwille van een nieuwe rooilijn, rooilijnwijziging en/of functiewijziging, of waarvoor een weigering van omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen verkregen werd wegens een in voorbereiding zijnde onteigeningsplan, plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan;
§8 de natuurlijke en rechtspersonen eigenaar van een belastbare woning en/of gebouw gedurende de termijn van behandeling door de bevoegde instanties, van het dossier tot restauratie van een geklasseerd monument, overeenkomstig art. 4.4.6. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (zoals goedgekeurd via BVR d.d. 27 maart 2009) of overeenkomstig het decreet betreffende het Onroerend erfgoed d.d. 12 juli 2013;
§9 de natuurlijke en rechtspersonen indien ze niet vrij over de woning of het gebouw kunnen beschikken, omwille van een gerechtelijke procedure waarvan de woning of het gebouw onderwerp uitmaakt. Deze vrijstelling geldt slechts tot het verstrijken van één jaar na de uitspraak van de rechtszaak.
Artikel 7: Invordering
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 8: Betaling
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 9: Bezwaarschrift
De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen volgens de modaliteiten van het decreet van 30 mei 2008, en latere wijzigingen.
Artikel 10: Toezicht
Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
De stad Roeselare wil haar inwoners een kwalitatieve, gezonde en veilige woonomgeving bieden. Binnen deze visie past een actief beleid rond woningkwaliteit en bewoonbaarheid.
De Vlaamse Codex Wonen bepaalt dat elke woning aan minimale kwaliteitsnormen moet voldoen. Stadsdiensten, Wonen in Vlaanderen of de Vlaamse Wooninspectie kunnen vaststellen dat een woning ongeschikt of onbewoonbaar is wanneer ze ernstige gebreken vertoont op het vlak van veiligheid, gezondheid of wooncomfort.
De stad beschikt reeds over een reglement waarmee de registratie, opvolging en handhaving van dergelijke woningen wordt georganiseerd. Om dit reglement te actualiseren en af te stemmen op de huidige regelgeving en lokale praktijk, wordt een geactualiseerde versie ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
Inhoudelijke aanpassingen:
Progressieve belasting: jaarlijkse stijging van de basisbelasting met 100% i.p.v. 50 %. Het maximum wordt vastgesteld op 5 maal de basisbelasting i.p.v. 3 maal
Vrijstelling voor het uitvoeren van werken
De huidige vrijstelling op basis van offertes/facturen en een attest of omgevingsvergunning leidt er te vaak toe dat werken niet of slechts deels worden uitgevoerd. Daarom wordt de regeling strikter en beter controleerbaar gemaakt:
De vrijstelling wordt initieel toegekend voor één jaar op basis van een renovatiedossier en facturen of een goedgekeurde omgevingsvergunning.
Ze kan jaarlijks worden verlengd, telkens op vertoon van facturen van effectief uitgevoerde werken, tot een maximum van drie jaar.
Verfraaiingswerken (schilderen, behangen, tuinaanleg…) worden uitgesloten.
Vrijstellingen met en zonder omgevingsvergunning zijn niet cumuleerbaar en gelden maximaal drie jaar per opname in een register.
Een overgangsbepaling voorkomt dat eigenaars opnieuw vrijstelling kunnen aanvragen o.b.v. het nieuwe reglement.
Om te voorzien in de algemene middelen van de stad en om het vooropgestelde beleid te handhaven is het aangewezen de belasting op ongeschikt, onbewoonbaar en/of overbewoond verklaarde woningen ook te heffen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Budgetsleutel 73750100/002000 - raming € 150.600
De directe belasting op de ongeschikt, onbewoonbaar en/of overbewoond verklaarde woningen wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 1: Belastbaar feit
Er wordt voor de periode van 01.01.2026 tot en met 31.12.2031 een jaarlijkse directe belasting gevestigd op:
De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen op de Vlaamse inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen of waarvoor na advies van Wonen Vlaanderen een besluit Burgemeester werd opgemaakt wegens overbewoning.
Zolang de woning niet uit de Vlaamse inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen is geschrapt of nog steeds overbewoond is, is de belasting van het aanslagjaar verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.
Artikel 2: Registratiedatum
Artikel 3: Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van de woning die beschouwd wordt als ongeschikt, onbewoonbaar of overbewoond.
Indien er evenwel een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de opstalhouder, erfpachter of vruchtgebruiker.
In geval van mede-eigendom, is iedere mede-eigenaar belastingplichtig voor zijn wettelijk deel.
Zo er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde belasting.
Artikel 4: Bedrag van de belasting
A: Woningen (met uitzondering van appartementen en kamers)
§1 Basisbelasting
De basisbelasting wordt vastgesteld per strekkende meter gevellengte aan de straatzijde. De belastbare gevellengte van woningen, die niet aan de openbare weg grenzen, wordt bepaald door de afstand tussen de uiterste punten van de woning geprojecteerd op de openbare weg.
Indien het woningen betreft die gelegen zijn op een hoekperceel of grenzen aan twee of meerdere straten, wordt enkel de grootste gevellengte in aanmerking genomen voor de berekening van de belasting. De lengte wordt uitgedrukt in meter.
Afhankelijk van de gevellengte wordt het basisbelasting als volgt vastgesteld:
Gevellengte | Basisbelasting |
≤ 5 meter | 2.000.00 € |
> 5 meter en ≤ 6 meter | 2.400,00 € |
> 6 meter en ≤ 7 meter | 2.800,00 € |
> 7 meter en ≤ 8 meter | 3.200,00 € |
> 8 meter en ≤ 9 meter | 3.600,00 € |
> 9 meter en ≤ 10 meter | 4.000,00 € |
> 10 meter en ≤ 11 meter | 4.400,00 € |
> 11 meter en ≤ 12 meter | 4.800,00 € |
> 12 meter en ≤ 13 meter | 5.200,00 € |
> 13 meter en ≤ 14 meter | 5.600,00 € |
> 14 meter en ≤ 15 meter | 6.000,00 € |
> 15 meter en ≤ 16 meter | 6.400,00 € |
> 16 meter en ≤ 17 meter | 6.800,00 € |
> 17 meter en ≤ 18 meter | 7.200,00 € |
> 18 meter en ≤ 19 meter | 7.600,00 € |
> 19 meter | 8.000,00 € |
§2 Progressief tarief
De basisbelasting zoals bepaald overeenkomstig §1 wordt vermenigvuldigd met het aantal periodes van 12 maanden inventarisatie.
Deze vermenigvuldigingsfactor wordt beperkt tot een maximum van vijf.
B: Appartementen
§1 Basisbelasting
De belasting na het eerste jaar opname op voormelde inventaris wordt vastgesteld op een forfaitair bedrag van 2.375,00 euro.
§2 Progressief tarief
De basisbelasting zoals bepaald overeenkomstig §1 wordt vermenigvuldigd met het aantal periodes van 12 maanden inventarisatie.
Deze vermenigvuldigingsfactor wordt beperkt tot een maximum van vijf.
C: Kamers
§1 Basisbelasting
De belasting na het eerste jaar opname op de voormelde inventaris wordt vastgesteld op een forfaitair bedrag van 675,00 euro.
§2 Progressief tarief
De basisbelasting zoals bepaald overeenkomstig §1 wordt vermenigvuldigd met het aantal periodes van 12 maanden inventarisatie.
Deze vermenigvuldigingsfactor wordt beperkt tot een maximum van vijf.
Artikel 5: Situatie na verkoop
Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een woning op een inventaris staat, wordt tot nul herleid en begint opnieuw te lopen bij overdracht van het zakelijk recht betreffende de woning.
Dit geldt niet voor overdrachten aan of van:
Artikel 6: Vrijstellingen
Van de belasting zijn vrijgesteld:
§1 de natuurlijke en rechtspersonen die een belastbare woning hebben verworven. Deze vrijstelling geldt voor de eerste twee jaren die volgen op de datum van het verlijden van de notariële akte of de datum van vererving;
Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten aan of van:
§2 de natuurlijke en rechtspersonen die aan de woning renovatiewerken uitvoeren.
De werken moeten in relatie staan tot de gebreken die de oorzaak vormen van de opname op de inventaris.
Het doel van de renovatiewerken is het herstellen en/of gedeeltelijk vernieuwen/heropbouwen van de woning, waardoor die weer bewoonbaar/bruikbaar wordt naar de huidige maatstaven en woonkwaliteitsnormen.
Uitgesloten zijn verfraaiingswerken, zoals schilder- en behangwerken, tuinaanleg. Deze opsomming is niet limitatief.
Ter staving van de uitgevoerde renovatiewerken moeten volgende documenten worden voorgelegd:
De facturen mogen niet ouder zijn dan 12 maanden voorafgaand aan de verjaardatum.
Deze vrijstelling moet jaarlijks aangevraagd worden en wordt maximum voor 3 opeenvolgende jaren toegekend.
§3 de natuurlijke en rechtspersonen die een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen kunnen voorleggen voor:
De vrijstelling wordt beperkt tot 1 jaar en gaat in op datum van goedkeuring van de omgevingsvergunning.
De vrijstelling voor het uitvoeren van renovatiewerken kan 2 maal verlengd worden tot maximum 3 jaar.
Ter staving van de uitgevoerde renovatiewerken kunnen volgende documenten worden voorgelegd:
De facturen mogen niet ouder zijn dan 12 maanden voorafgaand aan de verjaardatum.
De vrijstellingen onder §2 en §3 zijn éénmalig en kunnen niet cumulatief worden toegepast.
De vrijstellingen die werden toegekend obv vorig belastingreglement kunnen niet opnieuw worden aangevraagd.
§4 de VMSW of de door de VMSW erkende sociale huisvestingsmaatschappijen. Wat betreft de erkende sociale huisvestingsmaatschappijen:
§5 de natuurlijke persoon van wie de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing.
Deze vrijstelling geldt voor 2 jaar, te rekenen vanaf de datum van opname op voornoemde inventaris of voor 2 jaar te rekenen van de gerechtelijke beslissing om de handelsbekwaamheid te beperken, indien dit voordeliger is voor de belastingplichtige.
§6 de natuurlijke en rechtspersonen die zich in een geval van overmacht bevinden.
Overmacht kan enkel voortvloeien uit een van de menselijke wil onafhankelijke gebeurtenis die de belastingplichtige niet heeft kunnen voorzien of voorkomen. Het onderstelt dus een onvoorziene en onafwendbare gebeurtenis waardoor het naleven van de aangegane verbintenis of verplichting onmogelijk wordt gemaakt.
§7 de natuurlijke en rechtspersonen eigenaar van een belastbare woning gelegen binnen een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan, een rooilijnplan, een plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan of beleidsplan, waardoor een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen niet wordt verleend omwille van een nieuwe rooilijn, rooilijnwijziging en/of functiewijziging, of waarvoor een weigering van omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen verkregen werd wegens een in voorbereiding zijnde onteigeningsplan, plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan;
§8 de natuurlijke en rechtspersonen eigenaar van een belastbare woning gedurende de termijn van behandeling door de bevoegde instanties, van het dossier tot restauratie van een geklasseerd monument, overeenkomstig art. 4.4.6. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (zoals goedgekeurd via BVR d.d. 27 maart 2009) of overeenkomstig het decreet betreffende het Onroerend erfgoed d.d. 12 juli 2013;
§9 de natuurlijke en rechtspersonen indien ze niet vrij over de woning kunnen beschikken, omwille van een gerechtelijke procedure waarvan de woning het onderwerp uitmaakt. Deze vrijstelling geldt slechts tot het verstrijken van één jaar na de uitspraak van de rechtszaak.
§10 de zakelijk gerechtigde die de ongeschikt, en/of onbewoonbaar en/of overbewoond verklaarde woning zelf bewoont op voorwaarde dat dit de enige woning in volle eigendom of volledig vruchtgebruik betreft van de zakelijk gerechtigde en de openbare veiligheid en/of gezondheid niet in het gedrang komt.
De belastingplichtige levert het bewijs van enige eigendom door afgifte van een attest van het Kadaster West-Vlaanderen.
Met openbare veiligheid en/of gezondheid wordt in casu bedoeld een situatie die een besluit van de burgemeester op grond van artikel 135 §2 Nieuwe Gemeentewet, kan rechtvaardigen.
Artikel 7: Invordering
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 8: Betaling
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 9: Bezwaarschrift
De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen volgens de modaliteiten van het decreet van 30 mei 2008, en latere wijzigingen.
Artikel 10: Toezicht
Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
De Stad Roeselare heft een retributie voor het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek met het oog op het afleveren van een conformiteitsattest voor woningen en kamers. Dit onderzoek heeft tot doel de veiligheid, gezondheid en kwaliteit van het woonpatrimonium te bewaken en te verbeteren. De retributie dient ter dekking van de kosten die de Stad maakt voor de administratieve behandeling van de aanvraag, de voorbereiding en uitvoering van het plaatsbezoek en de opmaak van het attest.
De retributie is enkel verschuldigd voor het conformiteitsonderzoek uitgevoerd:
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
Budgetsleutel 70002010/062900 - raming € 1.400,00
Het retributiereglement voor het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 1 – Definities:
kamerwoning: elk gebouw dat bestaat uit één of meer te huur gestelde of verhuurde kamers en gemeenschappelijke ruimten.
kamer: woning waarin één of meer van de volgende voorzieningen ontbreken:
- WC;
- bad of douche;
- kookgelegenheid,
en waarvan de bewoners voor deze voorzieningen afhankelijk zijn van de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de kamer deel uitmaakt.
Artikel 2
Voor een periode ingaand op 01.01.2026 en eindigend op 31.12.2031 wordt een retributie geheven voor het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek.
Artikel 3
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van het conformiteitsonderzoek
Artikel 4
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 5
De retributie is enkel verschuldigd voor het conformiteitsonderzoek uitgevoerd:
Artikel 6 – Betaling van de retributie
De retributie dient betaald te worden na ontvangst van de betalingsuitnodiging.
Artikel 7- Invordering
Bij niet-betaling van de retributie zal deze de invorderingsprocedure volgen.
Artikel 8- Toezicht
Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
De gemeenteraadsbeslissing van 17.12.2019 houdende de heffing van een directe belasting op de tweede verblijven voor aanslagjaren 2020 tot en met 2025;
Administratieve verordening voor de registratie van leegstaande woningen en/of gebouwen – leegstaande bedrijfsruimten in het kernwinkelgebied - woningen en/of gebouwen in verwaarloosde toestand - tweede verblijven;
De stad Roeselare wil het beschikbare woningpatrimonium optimaal benutten en maakt daarom binnen het lokale woonbeleid een helder onderscheid tussen tweede verblijven, vakantiewoningen en leegstaande woningen. Zowel tweede verblijven als vakantiewoningen worden effectief gebruikt als woonruimte, zij het niet als hoofdverblijfplaats. Hierdoor ontstaan voor de stad reële kosten op het vlak van administratie, veiligheid, infrastructuur en afvalbeheer. Het bezit van dergelijke verblijven is een gebruik dat binnen het eigendomsrecht algemeen aanvaard is.
Een leegstaande woning daarentegen wordt niet gebruikt als woonruimte en vormt dus een onbenutte woongelegenheid die potentieel beschikbaar kan zijn op de woonmarkt.
Om misbruik of “shopgedrag” tussen deze statuten te voorkomen, is het belangrijk dat de categorieën duidelijk van elkaar worden onderscheiden en dat de belasting op tweede verblijven, vakantiewoningen en leegstaande woningen op elkaar worden afgestemd. Op die manier wil de stad ontwijkingsgedrag ontmoedigen en een efficiënt en rechtvaardig woonbeleid voeren.
Om te voorzien in de algemene middelen van de stad en om het vooropgestelde beleid te handhaven is het aangewezen de belasting op tweede verblijven ook te heffen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Er wordt voorgesteld om de belasting van € 1000 op te trekken naar € 2000, met een jaarlijkse indexering van 2%.
Inhoudelijke aanpassingen:
Daarnaast wordt een vrijstelling voorzien voor woongelegenheden die als hoofdverblijfplaats worden verhuurd, maar waarvoor de huurder op 1 januari van het aanslagjaar nog niet is ingeschreven in de gemeentelijke registers. Deze vrijstelling geldt op voorwaarde dat:
het huurcontract werd afgesloten tussen 1 december en 31 december van het kalenderjaar voorafgaand aan het aanslagjaar, en
de huurder zich uiterlijk op 31 januari van het aanslagjaar in de gemeentelijke registers inschrijft.
Budgetsleutel 73770000/002000 - raming €383.000
De belasting op tweede verblijven wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 1 - Belastbaar feit
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een directe gemeentebelasting gevestigd op de tweede verblijven. De hoedanigheid van het tweede verblijf wordt beoordeeld op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 2 - Definitie
Als tweede verblijf wordt beschouwd elke woning of woongelegenheid die door de eigenaar of huurder niet tot hoofdverblijf dient maar die op elk ogenblik door hen voor bewoning of verblijfsgelegenheid kan worden gebruikt. Voor de registratie als tweede verblijven zijn de bepalingen van de administratieve verordening voor de registratie van leegstaande woningen en/of gebouwen – woningen en/of gebouwen in verwaarloosde toestand - tweede verblijven vastgesteld in de Gemeenteraad van 15/12/2025; en latere wijzigingen, van toepassing.
Artikel 3 – Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke - of de rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van het tweede verblijf.
In geval van vruchtgebruik, recht van opstal of erfpacht is de belasting verschuldigd door de vruchtgebruiker, de opstalhouder of erfpachter.
Zijn belastingplicht geldt ook wanneer het tweede verblijf verhuurd wordt of door een derde feitelijk gebruikt wordt.
In geval van mede-eigendom is iedere mede-eigenaar belastingplichtige in verhouding tot zijn aandeel.
Zo er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde belasting.
Artikel 4 - Bedrag van de belasting
De belasting wordt vastgesteld op 2.000 euro.
De belasting stijgt jaarlijks met 2 % en wordt afgerond op de volle euro.
Artikel 5 - Vrijstellingen
Van de belasting zijn vrijgesteld:
de studentenkamers
de woongelegenheid die uitsluitend door een student gebruikt wordt, op voorlegging van een attest van de onderwijsinrichting gevestigd in Roeselare, waarin uitdrukkelijk vermeld staat dat zij/hij, gedurende het schooljaar waarin 1 januari van het aanslagjaar valt, onbezoldigd voltijds regulier hoger dagonderwijs volgt.
de woongelegenheid die als hoofdverblijfplaats wordt verhuurd, maar waarvoor de huurder op 1 januari van het aanslagjaar nog niet is ingeschreven in de gemeentelijke registers, op voorwaarde dat:
huurcontract werd afgesloten tussen 1 december en 31 december van het kalenderjaar dat aan het aanslagjaar voorafgaat, en
de inschrijving in de gemeentelijke registers gebeurt uiterlijk op 31 januari van het aanslagjaar
Artikel 6 – Aangifte
De belastingplichtige ontvangt vanwege het stadsbestuur, minstens 20 dagen voor de uiterste aangiftedatum, een aangifteformulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, moet worden teruggestuurd uiterlijk tegen 30 april van het aanslagjaar.
De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen dient spontaan aan het stadsbestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen uiterlijk tegen 30 april van het aanslagjaar.
Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de uiterste aangiftedatum, wordt de belastingplichtige ambtshalve ingekohierd volgens de gegevens waarover het stadsbestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Artikel 7 - Belastingverhoging
Op de overeenkomstig artikel 6 ambtshalve ingekohierde belasting zal een belastingverhoging worden toegepast van :
20 % van de verschuldigde belasting, bij de eerste overtreding ;
50 % van de verschuldigde belasting, vanaf de tweede tot en met de vierde overtreding
100 % van de verschuldigde belasting, vanaf de vijfde overtreding
Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
Een correcte aangifte herstelt de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig.
Artikel 8 - Invordering
De belasting wordt ingevorderd bij middel van een kohier, dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9 - Betaling
De belasting moet betaald worden binnen 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10 - Bezwaarschrift
De belastingschuldige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen volgens de modaliteiten van het decreet van 30 mei 2008; en latere wijzigingen.
Artikel 11 - Toezicht
Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Het decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen van 30 mei 2008, en latere wijzigingen;
Het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid en latere wijzigingen;
De Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening van 15 mei 2009 en latere wijzigingen;
Het belastingreglement op de activeringsheffing op onbebouwde percelen in een woongebied van een goedgekeurd plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan werd voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 goedgekeurd in de gemeenteraad van 17 december 2019 en gewijzigd in de gemeenteraad van 25 mei 2020, 29 januari 2024 en 18 november 2024.
De stad beschikt over een geactualiseerd register van onbebouwde percelen.
Het is wenselijk om potentiële woonlocaties vrij te maken en grondspeculatie tegen te gaan.
Verdichting in sterke kernen geeft meer woonruimte dichtbij voorzieningen, vlot bereikbaar, met oog voor kwaliteit. Zo blijft de open ruimte rond de stad écht open, helemaal in lijn met de bouwshift en het ruimtelijk beleid van Vlaanderen.
Onbenutte percelen in de kernen (zone 1) krijgen een hogere prikkel, zodat eigenaars ze activeren.
Dat houdt wonen betaalbaar, versterkt het aanbod op de juiste plekken en geeft de stad een helder ruimtelijk kompas richting 2040.
De activeringsheffing laat de stad toe om de eigenaars van die percelen daartoe aan te sporen.
Met het oog op een evenwichtige en billijke toepassing van de belasting op onbebouwde gronden, voorziet het belastingreglement in een vrijstelling gedurende een periode van 2 jaar voor nieuwe eigenaars en een periode van 5 jaar in geval van enige eigendom.
Deze vrijstellingsmaatregel is gestoeld op de overweging dat nieuwe eigenaars doorgaans een redelijke termijn nodig hebben om de nodige stappen te ondernemen met het oog op bebouwing. Dergelijke stappen omvatten onder meer het opmaken van bouwplannen, het bekomen van omgevingsvergunningen, het aanvragen van financiering en het organiseren van de bouwactiviteiten zelf.
De vrijstelling voorkomt dat nieuwe eigenaars onmiddellijk aan een belasting worden onderworpen, nog vóór zij feitelijk tot bebouwing konden overgaan. Zij draagt bij tot de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid door te vermijden dat eigenaars zonder reële mogelijkheid tot onmiddellijke ontwikkeling fiscaal worden benadeeld.
Tegelijk blijft de algemene doelstelling van de belasting — namelijk het activeren van onbebouwde percelen en het voorkomen van langdurige inactiviteit of speculatie — behouden, aangezien de vrijstelling tijdelijk en begrensd is in de tijd. De maatregel kan dan ook worden beschouwd als proportioneel en in overeenstemming met het algemeen belang dat door de belasting wordt nagestreefd.
Om te voorzien in de algemene middelen van de stad en om het vooropgestelde beleid te handhaven is het aangewezen de belasting op de onbebouwde percelen in een woongebied van een goedgekeurd plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan ook te heffen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Budgetsleutel 73710000/002000 - raming € 420.000
Het belastingreglement op de activeringsheffing op onbebouwde percelen in een woongebied van een goedgekeurd plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 1 - Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
Percelen: een in het woongebied van een goedgekeurd plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan afgebakend perceel.
Onbebouwd: beantwoordend aan de criteria voor opname in het register van onbebouwde percelen, gesteld bij en krachtens artikel 5.6.1 VCRO.
Een perceel wordt als bebouwd aanzien wanneer de oprichting van een woning erop is aangevat op 1 januari van het aanslagjaar, overeenkomstig een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen.
Register van onbebouwde percelen: het register, vermeld in artikel 5.6.1 VCRO.
Voldoende uitgeruste weg : ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet, volgens artikel 4.3.5 § 2 van de VCRO.
Zone 1: Het Stadshart en de kernen van Rumbeke + Beveren zoals afgebakend in het college van burgemeester en schepenen van 1 december 2025.
Zone 2: De toekomstbestendige Grote Ring en het niet toekomstbestendige deel, zoals afgebakend in het college van burgemeester en schepenen van 1 december 2025.
Artikel 2 - Belastbare grondslag
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de onbebouwde percelen die voorkomen in het gemeentelijk register van onbebouwde percelen.
Als niet-bebouwd perceel wordt enerzijds beschouwd; elk perceel als zodanig vermeld in het kadaster, waarop, ingevolge een verleende stedenbouwkundige vergunning, de oprichting van een voor bewoning, handel, of ambacht bestemd gebouw niet is aangevat op 1 januari van het aanslagjaar.
Als niet-bebouwd perceel wordt anderzijds beschouwd; elk perceel als zodanig vermeld in het kadaster, waarop geen stedenbouwkundige vergunning werd aangevraagd en waar geen voor bewoning, handel of ambacht bestemd gebouw werd opgericht op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 3 - Belastingplichtige
§1. De activeringsheffing is verschuldigd door de persoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van het perceel.
In geval van eigendomsoverdracht wordt geen rekening gehouden met de tussen partijen gesloten overeenkomst.
Indien er een recht van opstal of erfpacht bestaat, is de activeringsheffing verschuldigd door de erfpachter of de opstalhouder.
In geval van mede-eigendom, is ieder mede-eigenaar belastingplichtig voor zijn wettelijk deel.
§2. Zo er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde activeringsheffing.
Artikel 4 - Berekening van de belasting
De belasting wordt als volgt vastgesteld :
Zone 1 - Tarief per strekkende meter | 100,00 € |
Zone 1 - Minimum | 1000,00 € |
Zone 2 - Tarief per strekkende meter | 50,00 € |
Zone 2 - Minimum | 400,00 € |
De belasting stijgt jaarlijks met 2 % en wordt afgerond op 25 eurocent. Het minimum wordt afgerond op de volle euro.
Wanneer een perceel paalt aan twee of meer straten, zal de grootste perceelzijde langs één van die straten als grondslag van de belastingberekening in aanmerking komen.
Indien het een hoekkavel betreft, wordt het gemiddelde van beide perceelzijdes in aanmerking genomen.
Met hoekperceel wordt bedoeld: het perceel waarvan de hoek gevormd door het snijpunt van de rooilijnen minder dan 135° bedraagt.
Artikel 5 - Vrijstellingen
§1. Enkel de vrijstellingen opgenomen in dit artikel zijn van toepassing in de stad.
§2. Van de activeringsheffing zijn vrijgesteld :
De eigenaars, opstalhouders of erfpachters van één enkel niet-bebouwde perceel. Eigendom van enig ander onroerend goed, gelegen in België of het buitenland, doet de vrijstelling teniet. (attest kadaster bijvoegen)
De vrijstelling wordt toegekend voor de vijf aanslagjaren die volgen op de verwerving van het perceel.
Bij gedwongen mede-eigendom van enig ander onroerend goed, gelegen in België of het buitenland blijft de vrijstelling behouden gedurende maximum drie aanslagjaren, vanaf het ontstaan van de gedwongen mede-eigendom. (attest kadaster bijvoegen)
De ouders met kinderen ten laste, beperkt tot één onbebouwd perceel per kind ten laste.
Wordt ook beschouwd als kind ten laste: het kind, ongeacht de leeftijd, dat voor 66% invalide werd verklaard en is ingeschreven op het thuisadres. (attest Ministerie Sociale Voorzorg of onderwijsinstelling bijvoegen).
De vrijstelling wordt toegekend voor de vijf aanslagjaren die volgen op de verwerving van het perceel.
De natuurlijke en rechtspersonen, die een niet-bebouwd perceel hebben verworven.
De vrijstelling wordt toegekend voor de twee aanslagjaren die volgen op de datum van het verlijden van de notariële akte;
Deze vrijstelling geldt niet indien de overdracht van het zakelijk recht, hetzij geheel, hetzij gedeeltelijk onder bezwarende titel of om niet geschiedt tussen twee of meer rechtspersonen, tenzij de belastingplichtige onomstotelijk kan bewijzen dat tussen de twee rechtspersonen geen enkele verbondenheid bestaat, noch op het vlak van aandeelhouderschap, noch op het vlak van bestuurders/zaakvoerders, noch op enige andere wijze. Teneinde dit aan te tonen zal de belastingplichtige alle nodige stukken dienen voor te leggen.
De minderjarige kinderen, eigenaars van één enkel niet-bebouwd perceel, bij uitsluiting van enig ander onroerend goed, gelegen in België of in het buitenland, vermeerderd met vijf aanslagjaren die volgen op het aanslagjaar waarin de minderjarigheid ten einde loopt.
De VMSW en de door de VMSW erkende sociale huisvestingsmaatschappijen en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
De eigenaars van percelen die overeenkomstig de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, bouwtechnisch niet voor bebouwing in aanmerking kunnen komen.
De eigenaars van een perceel dat werkelijk voor land- en/of tuinbouw wordt gebruikt, indien dit perceel het hele jaar door volledig met dit oogmerk wordt aangewend. (bewijs Ministerie Economische Zaken, landbouwtelling en/of mestbank bijvoegen).
De natuurlijke en rechtspersonen die zich in een geval van overmacht bevinden.
Overmacht kan enkel voortvloeien uit een van de menselijke wil onafhankelijke gebeurtenis die de belastingplichtige niet heeft kunnen voorzien of voorkomen. Het onderstelt dus een onvoorziene en onafwendbare gebeurtenis waardoor het naleven van de aangegane verbintenis of verplichting onmogelijk wordt gemaakt.
§3. De activeringsheffing wordt niet geheven op een onbebouwd perceel dat samen met een bebouwd perceel een harmonisch geheel vormt.
Twee percelen worden als harmonisch aanzien, wanneer het onbebouwde perceel één ononderbroken geheel vormt met het bebouwde perceel en aangelegd is als siertuin.
Scheidingselementen zoals hagen en andere types afsluitingen of een duidelijk functie-onderscheiding doorbreken de continuïteit, waardoor het geheel niet meer als harmonisch kan beschouwd worden.
Artikel 6 – Aangifteplicht
De belastingplichtige ontvangt vanwege het stadsbestuur, minstens 20 dagen voor de uiterste aangiftedatum, een aangifteformulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, moet worden teruggestuurd uiterlijk tegen 31 mei van het aanslagjaar.
De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen dient spontaan aan het stadsbestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen uiterlijk tegen 31 mei van het aanslagjaar.
Bij gebrek aan aangifte tegen de uiterste aangiftedatum of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve ingekohierd volgens de gegevens waarover het stadsbestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Artikel 7 - belastingverhoging
Op de overeenkomstig artikel 6 ambtshalve ingekohierde belasting zal een belastingverhoging worden toegepast van :
20 % van de verschuldigde belasting, bij de eerste overtreding
50 % van de verschuldigde belasting, vanaf de tweede tot en met de vierde overtreding
100 % van de verschuldigde belasting, vanaf de vijfde overtreding
Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
Een correcte aangifte herstelt de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig.
Artikel 8 - Inkohiering
De activeringsheffing wordt ingevorderd bij middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9 - Betaling van de heffing
De activeringsheffing moet betaald worden binnen 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10 - Bezwaar tegen de aanslag
De belastingschuldige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen volgens de modaliteiten van het decreet van 30 mei 2008 en later wijzigingen.
Artikel 11 - Toezicht
Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Het decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen van 30 mei 2008, en latere wijzigingen;
Het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid en latere wijzigingen;
De Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening van 15 mei 2009 en latere wijzigingen;
Het belastingreglement op de activeringsheffing op onbebouwde kavels gelegen in een niet-vervallen verkaveling werd voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 goedgekeurd in de gemeenteraad van 17 december 2019 en gewijzigd in de gemeenteraad van 25 mei 2020, 29 januari 2024 en 18 november 2024.
De stad beschikt over een geactualiseerd register van onbebouwde percelen.
Het is wenselijk om potentiële woonlocaties vrij te maken en grondspeculatie tegen te gaan.
Verdichting in sterke kernen geeft meer woonruimte dichtbij voorzieningen, vlot bereikbaar, met oog voor kwaliteit. Zo blijft de open ruimte rond de stad écht open, helemaal in lijn met de bouwshift en het ruimtelijk beleid van Vlaanderen.
Onbenutte kavels in de kernen (zone 1) krijgen een hogere prikkel, zodat eigenaars ze activeren.
Dat houdt wonen betaalbaar, versterkt het aanbod op de juiste plekken en geeft de stad een helder ruimtelijk kompas richting 2040.
De activeringsheffing laat de stad toe om de eigenaars van die percelen daartoe aan te sporen.
Met het oog op een evenwichtige en billijke toepassing van de belasting op onbebouwde gronden, voorziet het belastingreglement in een vrijstelling gedurende een periode van 2 jaar voor nieuwe eigenaars en een periode van 5 jaar in geval van enige eigendom.
Deze vrijstellingsmaatregel is gestoeld op de overweging dat nieuwe eigenaars doorgaans een redelijke termijn nodig hebben om de nodige stappen te ondernemen met het oog op bebouwing. Dergelijke stappen omvatten onder meer het opmaken van bouwplannen, het bekomen van stedenbouwkundige vergunningen, het aanvragen van financiering en het organiseren van de bouwactiviteiten zelf.
De vrijstelling voorkomt dat nieuwe eigenaars onmiddellijk aan belasting worden onderworpen, nog vóór zij feitelijk tot bebouwing konden overgaan. Zij draagt bij tot de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid door te vermijden dat eigenaars zonder reële mogelijkheid tot onmiddellijke ontwikkeling fiscaal worden benadeeld.
Tegelijk blijft de algemene doelstelling van de belasting — namelijk het activeren van onbebouwde kavels en het voorkomen van langdurige inactiviteit of speculatie — behouden, aangezien de vrijstelling tijdelijk en begrensd is in de tijd. De maatregel kan dan ook worden beschouwd als proportioneel en in overeenstemming met het algemeen belang dat door de belasting wordt nagestreefd.
Om te voorzien in de algemene middelen van de stad en om het vooropgestelde beleid te handhaven is het aangewezen de belasting op onbebouwde kavels gelegen in een niet-vervallen verkaveling ook te heffen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Budgetsleutel 73710000/002000 - raming € 420.000
Het belastingreglement voor de activeringsheffing op onbebouwde kavels gelegen in een niet-vervallen verkaveling wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 1 - Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
Kavels: de in een verkavelingsvergunning van een niet vervallen verkaveling afgebakende percelen;
Onbebouwd: beantwoordend aan de criteria voor opname in het register van onbebouwde percelen, gesteld bij en krachtens artikel 5.6.1 VCRO;
Een kavel wordt als bebouwd aanzien wanneer de oprichting van een woning erop is aangevat op 1 januari van het aanslagjaar, overeenkomstig een stedenbouwkundige vergunning.
Register van onbebouwde percelen: het register, vermeld in artikel 5.6.1 VCRO;
Zone 1: Het Stadshart en de kernen van Rumbeke + Beveren zoals afgebakend in het college van burgemeester en schepenen van 1 december 2025.
Zone 2: De toekomstbestendige Grote Ring en het niet toekomstbestendige deel, zoals afgebakend in het college van burgemeester en schepenen van 1 december 2025.
Artikel 2 - Belastbare grondslag
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de onbebouwde kavels die voorkomen in het gemeentelijk register van onbebouwde percelen.
Als niet-bebouwde kavel wordt enerzijds beschouwd; elke kavel als zodanig vermeld in de verkavelingsvergunning, waarop, ingevolge een verleende stedenbouwkundige vergunning, de oprichting van een voor bewoning bestemd gebouw niet is aangevat op 1 januari van het aanslagjaar.
Als niet-bebouwde kavel wordt anderzijds beschouwd; elke kavel als zodanig vermeld in de verkavelingsvergunning, waarop geen stedenbouwkundige vergunning werd aangevraagd en waar geen voor bewoning bestemd gebouw werd opgericht.
Artikel 3 - Belastingplichtige
§1. De activeringsheffing is verschuldigd door de persoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van de kavel.
In geval van eigendomsoverdracht wordt geen rekening gehouden met de tussen partijen gesloten overeenkomst.
Indien er een recht van opstal of erfpacht bestaat, is de activeringsheffing verschuldigd door de erfpachter of de opstalhouder.
In geval van mede-eigendom, is ieder mede-eigenaar belastingplichtig voor zijn wettelijk deel.
§2. Zo er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde activeringsheffing.
Artikel 4 - Berekening van de belasting
De belasting wordt als volgt vastgesteld :
| 2026 |
Zone 1 Tarief per strekkende meter | 100,00€ |
Zone 1 Minimum | 1000,00 € |
Zone 2 Tarief per strekkende meter | 50,00€ |
Zone 2 Minimum | 400,00 € |
De belasting stijgt jaarlijks met 2 % en wordt afgerond op 25 eurocent. Het minimum wordt afgerond op de volle euro.
Wanneer een kavel paalt aan twee of meer straten, zal de grootste kavelzijde langs één van die straten als grondslag van de belastingberekening in aanmerking komen.
Indien het een hoekkavel betreft, wordt het gemiddelde van beide kavelzijdes in aanmerking genomen.
Met hoekkavel wordt bedoeld: de kavel waarvan de hoek gevormd door het snijpunt van de rooilijnen minder dan 135° bedraagt.
Artikel 5 - Vrijstellingen
§1. Enkel de vrijstellingen opgenomen in dit artikel zijn van toepassing in de stad.
§2. Van de activeringsheffing zijn vrijgesteld :
De eigenaars, opstalhouders of erfpachters van één enkele niet-bebouwde kavel. Eigendom van enig ander onroerend goed, gelegen in België of het buitenland, doet de vrijstelling teniet. (attest kadaster bijvoegen)
De vrijstelling wordt toegekend voor de vijf aanslagjaren die volgen op de verwerving van de kavel.
Bij gedwongen mede-eigendom van enig ander onroerend goed, gelegen in België of het buitenland blijft de vrijstelling behouden gedurende maximum drie aanslagjaren, vanaf het ontstaan van de gedwongen mede-eigendom. (attest kadaster bijvoegen)
De ouders met kinderen ten laste, beperkt tot één onbebouwde kavel per kind ten laste.
Wordt ook beschouwd als kind ten laste: het kind, ongeacht de leeftijd, dat voor 66% invalide werd verklaard en is ingeschreven op het thuisadres. (attest Ministerie Sociale Voorzorg of onderwijsinstelling bijvoegen).
De vrijstelling wordt toegekend voor de vijf aanslagjaren die volgen op de verwerving van de kavel.
De natuurlijke en rechtspersonen, die een niet-bebouwde kavel hebben verworven: gedurende twee aanslagjaren die volgen op de datum van het verlijden van de notariële akte;
Deze vrijstelling geldt niet indien de overdracht van het zakelijk recht, hetzij geheel, hetzij gedeeltelijk onder bezwarende titel of om niet geschiedt tussen twee of meer rechtspersonen, tenzij de belastingplichtige onomstotelijk kan bewijzen dat tussen de twee rechtspersonen geen enkele verbondenheid bestaat, noch op het vlak van aandeelhouderschap, noch op het vlak van bestuurders/zaakvoerders, noch op enige andere wijze. Teneinde dit aan te tonen zal de belastingplichtige alle nodige stukken dienen voor te leggen.
De natuurlijke en rechtspersonen die eigenaar zijn van een kavel en die voor de kavel een omgevingsvergunning hebben aangevraagd, waarvoor, ingevolge de nog niet beëindigde verkavelingswerken, nog geen omgevingsvergunning werd afgeleverd.
De minderjarige kinderen, eigenaars van één enkele niet-bebouwde kavel, bij uitsluiting van enig ander onroerend goed, gelegen in België of in het buitenland, vermeerderd met vijf aanslagjaren die volgen op het aanslagjaar waarin de minderjarigheid ten einde loopt.
De VMSW en de door de VMSW erkende sociale huisvestingsmaatschappijen en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
De eigenaars van kavels die ingevolge de bepalingen van de wet op de landpacht, niet voor bebouwing kunnen worden bestemd.(kopie landpachtovereenkomst bijvoegen)
De eigenaars van kavels die overeenkomstig de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, bouwtechnisch niet voor bebouwing in aanmerking kunnen komen.
De natuurlijke en rechtspersonen die zich in een geval van overmacht bevinden. Het college van burgemeester en schepenen beslist over elk individueel geval.
Overmacht kan enkel voortvloeien uit een van de menselijke wil onafhankelijke gebeurtenis die de belastingplichtige niet heeft kunnen voorzien of voorkomen. Het onderstelt dus een onvoorziene en onafwendbare gebeurtenis waardoor het naleven van de aangegane verbintenis of verplichting onmogelijk wordt gemaakt.
§3. De activeringsheffing wordt niet geheven op een onbebouwd perceel dat samen met een bebouwd perceel een harmonisch geheel vormt.
Twee percelen worden als harmonisch aanzien, wanneer het onbebouwde perceel één ononderbroken geheel vormt met het bebouwde perceel en aangelegd is als siertuin.
Scheidingselementen zoals hagen en andere types afsluitingen of een duidelijk functie-onderscheiding doorbreken de continuïteit, waardoor het geheel niet meer als harmonisch kan beschouwd worden.
§4. Van de activeringsheffing zijn vrijgesteld : de verkavelaars of in voorkomend geval de opdrachtgevende eigenaar(s), opstalhouder(s) of erfpachter(s) die houder zijn van een eerste omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden
1° die geen werken omvat, dit gedurende het aanslagjaar volgend op het jaar waarin de omgevingsvergunning werd goedgekeurd in laatste administratieve aanleg
2° die wel werken omvat, dit gedurende drie aanslagjaren volgend op het jaar waarin de omgevingsvergunning werd goedgekeurd in laatste administratieve aanleg
Artikel 6 – Aangifteplicht
De belastingplichtige ontvangt vanwege het stadsbestuur, minstens 20 dagen voor de uiterste aangiftedatum, een aangifteformulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, moet worden teruggestuurd uiterlijk tegen 31 mei van het aanslagjaar.
De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen dient spontaan aan het stadsbestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen uiterlijk tegen 31 mei van het aanslagjaar.
Bij gebrek aan aangifte tegen de uiterste aangiftedatum of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve ingekohierd volgens de gegevens waarover het stadsbestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Artikel 7 - belastingverhoging
Op de overeenkomstig artikel 6 ambtshalve ingekohierde belasting zal een belastingverhoging worden toegepast van :
20 % van de verschuldigde belasting, bij de eerste overtreding
50 % van de verschuldigde belasting, vanaf de tweede tot en met de vierde overtreding
100 % van de verschuldigde belasting, vanaf de vijfde overtreding
Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
Een correcte aangifte herstelt de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig.
Artikel 8 - Inkohiering
De activeringsheffing wordt ingevorderd bij middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9 - Betaling van de heffing
De activeringsheffing moet betaald worden binnen 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10 - Bezwaar tegen de aanslag
De belastingschuldige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen volgens de modaliteiten van het decreet van 30 mei 2008 en later wijzigingen.
Artikel 11 - Toezicht
Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
De Vlaamse Overheid heft een belasting op leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten. Deze heffing draagt bij tot het actief bestrijden van leegstand en verkrotting in de stad.
De Roeselaarse bedrijventerreinen zijn zo goed als volledig ingevuld. Toch blijft er een grote vraag bestaan naar bedrijfsgrond. Het is dan ook belangrijk de beschikbare bedrijfsruimten maximaal te benutten.
Langdurige leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten heeft ook een negatieve impact op de leefomgeving en de uitstraling ervan.
Door 100 opcentiemen te heffen op de gewestelijke heffing stimuleren we eigenaars om hun leegstaande bedrijfsruimten te activeren en verwaarloosde panden te renoveren.
Om te voorzien in de algemene middelen en om het vooropgestelde beleid te realiseren is het aangewezen de opcentiemen op de gewestelijke heffing op leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten te heffen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juli 1997 tot uitvoering van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, inzonderheid Hoofdstuk III, artikel 15, betreffende de mogelijkheid om gemeentelijke opcentiemen te heffen.
Budgetsleutel 73050000/002000 - raming € 276.000
Het belastingreglement op de opcentiemen op de gewestelijke heffing op leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 1
Er worden voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten voordele van de stad Roeselare 100 opcentiemen geheven op de gewestelijke heffing ter bestrijding van leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten.
Artikel 2
De stad doet een beroep op de medewerking van het Agentschap Vlaamse Belastingdienst voor de inning van deze opcentiemen.
Artikel 3
Een afschrift van deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid en aan het Agentschap Vlaamse Belastingdienst toegezonden.
Wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en organisatie van ambulante activiteiten, en latere wijzigingen
Koninklijk besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante activiteiten, en latere wijzigingen;
Besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 betreffende de uitoefening en organisatie van ambulante activiteiten;
Afdeling 2.15 van het Politiereglement betreffende de markten.
De gemeenteraad stelde in zitting van 14 december 2020 de indirecte belasting op de standrechten op de markten vast.
Het inrichten van markten en gelegenheidsmarkten brengt voor de stad bijkomende kosten met zich mee op het vlak van veiligheid, onderhoud van het openbaar domein, afvalbeheersing, openbare netheid en infrastructuur.
Voor deze dienstverlening wordt een vergoeding aangerekend onder de vorm van een retributie.
Het tarief wordt slechts beperkt aangepast zodat we concurrentieel blijven ten opzichte van andere steden.
Om de wekelijkse dinsdagmarkt aantrekkelijk te houden is belangrijk dat vaste marktkramers hun abonnement verlengen en we nieuwe marktkramers kunnen aantrekken.
Budgetsleutel 70050000/050002 - raming € 151.000
Het retributiereglement op de standrechten op de markten wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 1
Voor een periode ingaand op 01.01.2026 en eindigend op 31.12.2031, wordt een retributie geheven voor de standrechten op de markten.
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de marktkramer die een vaste of occasionele standplaats inneemt.
Artikel 3
Het standrecht op de markten wordt als volgt berekend:
A. Voor alle gewone markten:
Toevallige marktkramers :
De retributie bedraagt 4,00 euro per lopende meter standplaats, met een minimum van 10,50 euro per marktdag.
Vaste marktkramers met abonnement:
De retributie bedraagt per kwartaal 3,25 euro per lopende meter standplaats x 12 weken.
B. Voor alle buitengewone markten:
De retributie bedraagt 4,00 euro per lopende meter standplaats, met een minimum van 10,50 euro per marktdag.
De retributies stijgen tweejaarlijks met 4% en worden afgerond op 5 eurocent.
Artikel 4
Het abonnement van de vaste marktkramers dient per kwartaal betaald te worden na ontvangst van de betalingsuitnodiging.
De retributie verschuldigd door de toevallige marktkramers, dient per marktdag betaald te worden aan de marktleider tegen ontvangst van een betaalbewijs.
Het abonnement of betaalbewijs moet bij iedere uitnodiging vertoond worden.
Artikel 5
Het betaalde standgeld wordt niet terugbetaald als een marktkramer stopt met het innemen van zijn standplaats tijdens de betaalde periode.
Uitzondering geldt enkel bij overmacht of bijzondere omstandigheden, te beoordelen door het college van burgemeester en schepenen.
Tegen hun beslissing is geen beroep mogelijk.
Artikel 6
De marktleider stelt de lopende meters standplaats vast.
De meting wordt gedaan op de uiterste punten; de holten worden als aangevuld aanzien; de kramen die rond zijn worden als vierkant aanzien, de gedeelten van een meter zullen als een gehele meter worden aangerekend.
Artikel 7
Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Het decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen van 30 mei 2008, en latere wijzigingen
Het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies (Logiesdecreet)
Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2017 tot uitvoering van het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies
De laatste jaren wordt meer dan ooit ingezet op de profilering van Roeselare als een aantrekkelijke stad met een sterk toeristisch aanbod. Meer bezoekers in de stad zorgt voor een impuls voor onze lokale ondernemers. Om verder te kunnen doorgroeien als toeristische stad zijn er extra investeringen nodig in infrastructuur (wandel- en fietsroutes, bewegwijzering, bezienswaardigheden), evenementen en citymarketing. Stad Roeselare wil de komende jaren deze kosten eerlijker verdelen tussen inwoners en bezoekers. Met een kleine bijdrage per overnachting per persoon (€ 1,75), zoals in de meerdere Vlaamse steden, kan Roeselare samen met de logiesverstrekkers bouwen aan een sterker toeristisch aanbod. Jeugdverblijven en kinderen tot en met de leeftijd van 3 jaar worden in het nieuwe reglement vrijgesteld.
Budgetsleutel 73419000/002000 - raming € 201.845
De belasting op het verstrekken van logies wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 1 – Belastbaar feit
Voor de periode van 01.01.2026 tot en met 31.12.2031 wordt een belasting gevestigd op het verstrekken van logies aan personen in daartoe uitgeruste gelegenheden.
Artikel 2 - Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die een logiesverstrekkend bedrijf uitbaat.
Als logiesverstrekkend bedrijf wordt beschouwd iedere handelsexploitatie die, ongeacht haar benaming, met daartoe uitgeruste kamers, en ongeacht het aantal kamers, logies verstrekt voor een duur van minstens één nacht.
Zijn geen logiesverstrekkende bedrijven: ziekenhuizen, opvangcentra, rusthuizen of instellingen die ongeacht hun benaming zieken of gekwetsten verzorgen en onderwijsinstellingen.
Artikel 3 - Bedrag
De belasting wordt vastgesteld op € 1,75 per overnachting en per persoon ouder dan 3 jaar
De belasting wordt vastgesteld exclusief BTW. De belasting is verschuldigd per kwartaal.
Artikel 4 - Vrijstelling
Jeugdherbergen en jeugdverblijfscentra zijn vrijgesteld van de belasting.
Artikel 5 – register- en aangifteplicht:
5.1 - Registerplicht:
De exploitant moet een register bijhouden dat steeds ter inzage ligt in het logiesverstrekkend bedrijf en spontaan wordt voorgelegd aan de controlerende ambtenaren.
Het register bevat minimaal volgende gegevens:
1) naam en adres, ondernemingsnummer en/of vestigingsnummer en handelsbenaming;
2) naam uitbater + contactgegevens;
3) datum;
4) aantal overnachtingen per datum;
5) aantal bezette kamers per nacht;
6) maximaal aantal beschikbare kamers
5.2 - Aangifteplicht:
De belastingplichtige is gehouden uiterlijk tegen 30 april, 31 juli, 31 oktober van het aanslagjaar aangifte te doen respectievelijk voor het eerste, tweede en derde kwartaal van het aanslagjaar en uiterlijk tegen 31 januari van het volgend aanslagjaar voor het vierde kwartaal van het aanslagjaar. De stad stelt een blanco aangifteformulier ter beschikking op de website.
De aangifte kan via mail gestuurd worden naar debiteuren@roeselare.be of schriftelijk naar stad Roeselare, dienst debiteuren, Grote Markt 1, 8800 Roeselare.
Artikel 6 - Ambtshalve vestiging
Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de uiterste aangiftedatum, wordt de belastingplichtige ambtshalve ingekohierd volgens de gegevens waarover het stadsbestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van de elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Het stadsbestuur is ten allen tijde gerechtigd controle uit te oefenen met het oog op een correcte toepassing van dit reglement.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 25 %. Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.
Artikel 7 - Invordering
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 8 - Bezwaar
De belastingschuldige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen volgens de modaliteiten van het decreet van 30 mei 2008 en later wijzigingen.
Wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening;
Het decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen van 30 mei 2008, en latere wijzigingen.
Politiereglement - Hoofdstuk 12: Stedelijke administratieve verordening betreffende de nachtwinkels, krantenwinkels geopend na 21u, shishabars en private bureaus voor telecommunicatie
Nachtwinkels, krantenwinkels geopend na 21 u., shishabars en private telecommunicatiebureaus vragen, door hun aard en openingsuren, meer inzet van politie en andere stedelijke diensten dan gewone handelszaken.
De stad maakt extra kosten om de openbare orde en veiligheid te garanderen.
Met deze belasting wil de stad op een evenwichtige manier de bijkomende kosten dekken die voortvloeien uit de activiteiten van dergelijke handelszaken, zodat we de openbare veiligheid, netheid en leefbaarheid blijvend kunnen garanderen.
Bij de opening van een nieuwe handelsactiviteit van een nachtwinkel, krantenwinkel geopend na 21 u., shishabar en private telecommunicatiebureau is een éénmalige openingsbelasting verschuldigd van 7.500 euro. Elke wijziging van uitbating is gelijkgesteld met een nieuwe handelsactiviteit.
Vanaf het volgend aanslagjaar is een jaarlijkse belasting van 1.500 euro verschuldigd.
Om te voorzien in de algemene middelen van de stad en om het vooropgestelde beleid te handhaven is het aangewezen de belasting te heffen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Budgetsleutel 73408000/002000 - raming € 9.000
De belasting op de nachtwinkels, krantenwinkels geopend na 21u, shishabars en private bureaus voor telecommunicatie wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 1 - Belastbare grondslag
Er wordt voor de periode van 01.01.2026 tot en met 31.12.2031 een belasting gevestigd op de nachtwinkels, krantenwinkels geopend na 21u, shishabars en private bureaus voor telecommunicatie gelegen op het grondgebied van de stad.
Artikel 2 - Belastingplichtige en belastbare grondslag
De belasting is verschuldigd door de houder van de uitbatingsvergunning.
De eigenaar van de handelszaak, de uitbater ervan of de eigenaar van het pand waar de economische activiteit wordt gehouden zijn hoofdelijk gehouden de belasting te betalen.
Artikel 3 - Bedrag van de belasting
§ 1. De openingsbelasting is verschuldigd bij elke opening van een nieuwe handelsactiviteit van een nachtwinkel, krantenwinkel geopend na 21u, shishabar en private bureau voor telecommunicatie en wordt volgt vastgesteld op € 7.500.
Elke wijziging in de uitbating wordt gelijkgesteld met een nieuwe handelsactiviteit.
§ 2. De jaarlijkse belasting wordt vastgesteld op € 1.500.
§ 3. De openingsbelasting en jaarlijkse belasting zijn ondeelbaar verschuldigd, ongeacht het aantal maanden van activiteit, welke ook de aanvangs- of stopzettingsdatum van de uitbating in het aanslagjaar is.
§ 4. Indien een openingsbelasting wordt gevestigd, dan wordt de jaarlijkse belasting voor deze belastingplichtige pas vanaf het volgende aanslagjaar gevestigd.
§ 5. De belasting stijgt jaarlijks met 2 % en wordt afgerond op de volle euro.
Artikel 4 - Wijziging of stopzetting
Een wijziging of stopzetting dient schriftelijk gemeld te worden aan de stad.
Artikel 5 - Invordering
De belasting wordt ingevorderd bij middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 6 - Betaling van de belasting
De belasting moet betaald worden binnen 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 7- Bezwaar tegen de aanslag
De belastingschuldige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen volgens de modaliteiten van het decreet van 30 mei 2008 en later wijzigingen.
Artikel 8- Toezicht
Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
De belasting op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten heeft een ecologische inslag: ontmoedigen om massaal reclame of communicatiecampagnes op papier of wegwerpmateriaal te voeren. Deze hebben immers niet alleen een negatieve impact op het grondstoffenverbruik, maar ook op de kosten voor de inzameling en verwerking van afval door de stad.
Het opleggen van een belasting op de verspreiding van drukwerk recupereert een deel van de kosten. Bovendien creëert een belasting een ontradend effect op het uitgeven van dergelijk drukwerk, waardoor het volume van de afvalberg en de ophaal- en verwerkingskost worden verminderd.
Propaganda voor de verkiezingen en in het kader van een volksraadpleging wordt vrijgesteld van de belasting om het democratisch discours maximale kansen te geven. Het drukwerk of het gelijkgesteld product wordt in deze context verdeeld in het kader van het algemeen belang. Het is informatief, het heeft geen winstgevend oogmerk en het wordt beperkt in de tijd tijdens de periode van de verkiezingen of de volksraadpleging verdeeld.
Publicaties van socio-culturele organisaties, sportverenigingen en vormings- en onderwijsinstellingen van de erkende netten die bedoeld zijn om de inwoners te informeren over hun activiteiten, worden vrijgesteld van de belasting. Dat staat niet in de weg dat deze instellingen ook – in de eerste plaats – meer milieuvriendelijke manieren kunnen benutten om hun informatie te verspreiden.
De gemeenteraad stelde in zitting van 17.12.2019 de indirecte belasting op de huis-aan-huis-verspreiding van niet-geadresseerd publiciteitsbladen en –kaarten, catalogi en kranten en gelijkgestelde producten vast voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025.
Om het vooropgesteld beleid maximaal te realiseren en de verspreiders van reclamedrukwerk te stimuleren hun reclamevoering te digitaliseren wordt het tarief aangepast naar 0,075 euro per exemplaar.
Het minimum stijgt naar 100 euro per verspreiding.
Er wordt voorgesteld om een jaarlijkse stijging van de tarieven met 2 % in te schrijven in de reglementen. Op die manier evolueren uitgaven en ontvangsten in dezelfde richting.
Budgetsleutel 73424000/002000 - raming € 900.000
Het belastingreglement op de huis-aan-huis-verspreiding van niet-geadresseerd reclamedrukwerk en gelijkgestelde producten wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 1
Voor een periode ingaand op 01.01.2026 en eindigend op 31.12.2031, wordt een belasting gevestigd op de voor bestemmelingen kosteloze verspreiding aan huis van niet-geadresseerde reclamedrukwerk en gelijkgestelde producten.
Onder gelijkgestelde producten wordt verstaan, de stalen of reclamedragers van gelijk welke aard, die ertoe aanzetten gebruik, verbruik of aankoop te maken of te doen van de diensten, producten of transacties door de adverteerder aangeboden.
Deze opsomming is niet limitatief.
Collectieve adresaanduiding per straat of gedeeltelijke adresvermelding wordt niet beschouwd als zijnde geadresseerd.
Artikel 2
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke – of rechtspersoon die op het drukwerk als verantwoordelijke uitgever wordt vermeld.
Indien deze niet wordt vermeld is de belasting verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het drukwerk of product wordt verspreid.
Indien de verantwoordelijke uitgever in het buitenland is gevestigd, is de belasting verschuldigd door de Belgische vestiging van de verantwoordelijke uitgever.
Wanneer er geen Belgische vestiging is, is de belasting verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het niet-geadresseerde drukwerk of gelijkgesteld product draagt.
De natuurlijke of rechtspersoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het drukwerk of product wordt verspreid is hoofdelijk gehouden tot betaling van de belasting.
Artikel 3
De belasting wordt vastgesteld op € 0,075 euro per exemplaar met een minimum van € 100,00.
De belasting stijgt jaarlijks met 2 % en wordt afgerond op 3 cijfers na de komma. Het bedrag van het minimum wordt afgerond op de volle euro.
Artikel 4
Vrijstelling wordt verleend voor :
elke verspreiding van drukwerken met een totale papieroppervlakte kleiner of gelijk aan 623,7 cm² (formaat A4)
publicaties uitgaande van socio-culturele organisaties, sportverenigingen en vormings- en onderwijsinstellingen van de erkende netten.
de politieke partijen die een lijst indienen voor de Europese, de federale, de gewestelijke, provinciale of gemeentelijke verkiezingen, of van kandidaten die op een dergelijke lijst voorkomen, en dit voor zover de drukwerken of gelijkgestelde producten verspreid worden in de periode tussen de in de betreffende kieswetgeving vastgestelde datum van terhandstelling van de voordrachten van de kandidaten en de dag van de verkiezing;
de handelaars die hinder ondervinden naar aanleiding van grote infrastructuurwerken in de stad met een duur van meer dan drie maanden.
Deze vrijstelling geldt enkel voor zover de publiciteit uitsluitend gericht is op de vestiging welke hinder ondervindt van de infrastructuurwerken.
Onder hinder wordt begrepen: sterk verminderde toegankelijkheid ten gevolge van werken.
Het gebied en de periode waarbinnen de vrijstelling van toepassing is, zal door het college van burgemeester en schepenen vastgesteld worden na advies van de bevoegde dienst.
Onvolledige verspreiding of niet verspreiding van de drukwerken waarvan aangifte gedaan werd bij het stadsbestuur geeft geen aanleiding tot belastingvermindering.
Ook het al dan niet volledig gedrukt zijn van een blad geeft geen aanleiding tot enige vermindering.
Artikel 5
De belastingplichtige is gehouden uiterlijk tegen 15 april, 15 juli, 15 oktober van het aanslagjaar aangifte te doen respectievelijk voor het eerste, tweede en derde kwartaal van het aanslagjaar.
Voor verspreidingen tijdens het vierde kwartaal van het aanslagjaar dient de aangifte te gebeuren uiterlijk 15 januari volgend op het aanslagjaar.
Voor de periodieke verspreiding mag de aangifte op voorhand gedaan worden voor een periode van hoogstens 12 maanden.
Artikel 6
§1 Bij gebreke van een aangifte voor de in artikel 5 vastgestelde aangiftedatum of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het stadsbestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
§2 Indien het aantal verspreide exemplaren niet voor de in artikel 5 vastgestelde aangiftedatum wordt medegedeeld, wordt de belasting berekend op basis van een forfaitair aantal verspreide exemplaren, gelijk aan het totaal aantal bussen in de stad.
Dit aantal bussen wordt jaarlijks vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen op basis van de gegevens ons verstrekt door de diensten van bpost op toestand van 1 januari van het aanslagjaar.
§3 Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent de bevoegde overheid of het personeelslid dat daarvoor is aangesteld aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
§4 De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Artikel 7
De overeenkomstig artikel 6 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 50%.
Het bedrag van de verhoging wordt ingekohierd.
Artikel 8
De belasting wordt ingevorderd bij middel van een kohier, dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9
De belasting moet betaald worden binnen de 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10
De belastingschuldige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen, volgens de modaliteiten van het decreet van 30 mei 2008; en latere wijzigingen
Artikel 11
Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
De invordering van openstaande fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen brengt onvermijdelijk kosten met zich mee voor het versturen van aanmaningen.
De effectieve kostprijs van een standaard aangetekende zending bedraagt vandaag 9,23 euro.
Het is billijk dat de nalatige debiteur deze kosten draagt.
Wie nalaat zijn vorderingen tijdig te betalen, krijgt vanaf de aangetekende aanmaning een bijkomende kost van 20 euro aangerekend.
De eerste herinnering blijft daarbij wel kosteloos.
Budgetsleutel 70091000/011100 - raming € 20.000
Het retributiereglement op de aanmaningskosten voor openstaande fiscale en niet fiscale schuldvorderingen wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 1
Voor de periode van 01.01.2026 tot en met 31.12.2031 wordt een retributie geheven voor de aanmaningskosten voor openstaande fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de schuldenaar van de fiscale en niet-fiscale schuldvordering waaraan de aangerekende kost gerelateerd is.
Artikel 3
Indien de schuldenaar niet betaalt binnen de voorziene termijn, wordt de retributie voor de aanmaningskost als volgt vastgesteld:
Eerste gewone aanmaning Gratis
Tweede aangetekende aanmaning 20,00 euro
Artikel 4
De retributie is onmiddellijk opeisbaar.
Artikel 5
Bij betaling zullen eerst de volgens dit reglement aangerekende aanmaningskosten aangezuiverd worden en vervolgens de fiscale of niet-fiscale hoofdsom.
Artikel 6
Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Het decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen van 30 mei 2008, en latere wijzigingen.
Alhoewel de stad heel wat administratieve stukken gratis aflevert, is het niet de bedoeling dat de stad ook de kosten draagt voor het uitreiken van een nieuw administratief stuk bij de dringende procedure of op vraag van de burger bij verlies, diefstal, vrijwillige aanpassingen van identiteitsgegevens, ed.
Ook voor het afleveren van de rijbewijzen dringt zich een aanpassing op.
Het belastingreglement op de afgifte van administratieve stukken wordt daarom op onderstaande punten aangepast:
Identiteitsbewijzen: Elektronische identiteitskaart, elektronische identiteitskaart voor kinderen onder de 12 jaar (Belgen en niet- Belgen) en verblijfsvergunningen voor vreemdelingen
Rijbewijzen:
Internationaal rijbewijs:
Aanpassing tarief voor een trouwboekje: 40 euro
Voor de aanvraag van de Belgische nationaliteit wordt een belasting van 40 euro toegevoegd.
De overige tarieven volgen het algemeen principe van de indexering.
De belasting stijgt jaarlijks met 2 %
Budgetsleutel 73150000/002000 - raming € 7.456
Budgetsleutel 73150200/002000 - raming € 113.700
Budgetsleutel 73150300/002000 - raming € 75.429
Budgetsleutel 73150900/002000 - raming € 4.000
Het belastingreglement op de afgifte van administratieve stukken wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 1
Voor een periode ingaand op 01.01.2026 en eindigend op 31.12.2031 wordt een indirecte belasting geheven op het afleveren van administratieve stukken, volgens de hierna vermelde voorwaarden.
De belasting valt ten laste van de personen of instellingen aan wie, door de gemeente op verzoek of ambtshalve, de administratieve stukken worden uitgereikt.
Artikel 2 - Afgifte van administratieve stukken
- Elektronische identiteitskaart
- Elektronische identiteitskaart voor kinderen onder de 12 jaar:
- Verblijfsvergunningen voor vreemdelingen:
- Arbeidskaarten (voor werknemers) : € 4,50 ongeacht de geldigheidsduur van de kaart.
- Opstart aanvraag Belgische nationaliteit: € 40,00
- Reispassen:
- Reispassen voor personen -18 jaar : Aanmaakkost
- Rijbewijs in bankkaartmodel:
- Internationaal rijbewijs: Aanmaakkost vermeerderd met € 15,00 belasting
- Trouwboekje : € 40,00
- Voor onvoorziene oproepen waarbij personeel buiten de gewone openingsuren voor het publiek dient opgeroepen te worden: € 131,00 ter compensatie van de gemaakte personeelskosten.
De belastingen, zoals hierboven vermeld, stijgen jaarlijks met 2 % en worden afgerond op 5 eurocent.
Van de belasting onder artikel 2 zijn vrijgesteld :
- de stukken welke krachtens een wet, een decreet, een K.B. of andere overheidsverordening kosteloos door het gemeentebestuur dienen te worden afgegeven;
- de stukken, welke aan behoeftige personen worden afgegeven: de behoeftigheid wordt vastgesteld door elk overtuigend bewijsstuk;
Artikel 3 - Invordering
De belastingen worden contant ingevorderd tegen afgifte van een kwitantie.
Als de contantbelasting niet kan worden geïnd, wordt de belasting een kohierbelasting. Ze wordt dit door opname in een kohier en krijgt vanaf dan alle kenmerken van een kohierbelasting.
Artikel 4 - Bezwaar
De belastingschuldige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen volgens de modaliteiten van het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen.
Artikel 5 - Toezicht
Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Artikel 41 van het decreet lokaal bestuur laat toe om de vaststelling van retributies te delegeren aan het college van burgemeester en schepenen.
Voor de vorige legislatuur werd dit doorgevoerd met een beslissing de dato 23 november 2019.
Deze delegatie kent een einddatum (31 december 2025) waardoor het noodzakelijk is om deze delegatie opnieuw vast te stellen.
Het betreft louter een delegatie inzake vaststelling van tarieven en voorwaarden binnen de door de raad vastgelegde kaders.
Deze delegatie laat toe om kort op de bal te spelen indien tarieven dienen vastgesteld te worden en te garanderen dat elke retributie steeds een rechtsgeldige basis heeft.
Inhoudelijk blijft de delegatie ongewijzigd.
Artikel 41 decreet lokaal bestuur
Er zijn geen financiële gevolgen.
De gemeenteraad delegeert het vaststellen van retributies en de voorwaarden ervan aan het college van burgemeester en schepenen in volgende aangelegenheden:
Het college van burgemeester en schepenen kan verminderingen en vrijstellingen voorzien bij de vaststelling van deze retributietarieven, op voorwaarde dat zij gebaseerd zijn op volgende objectieve criteria:
1 aantal deelnemers per gezin
2 de leeftijd van de deelnemers
3 criteria in functie van een bepaalde doelgroep
4 afnamehoeveelheden en abonnementsformules
5 het al dan niet inwoner zijn van de stad
6 houder zijn van een bepaalde “pas”
7 sociale criteria
De Stad houdt een algemene prijs- en tarievenlijst bij op de website en aan de loketten waar deze producten of diensten afgerekend kunnen worden, zodat de bevolking ten allen tijde kennis kan nemen van de gehanteerde tarieven.
De machtiging aan het college van burgemeester en schepenen houdt eveneens de bevoegdheid in tot wijziging van bestaande retributiereglementen aangenomen door de gemeenteraad binnen voormeld kader en inzake voormelde aangelegenheden.
Deze delegatie geldt t.e.m. 31 december 2031.
De toelage voor 2026 bedraagt voor de stad Roeselare 15.635.048,49 euro waarvan 14.942.016,49 euro als exploitatietoelage en 663.032,00 euro als investeringstoelage. Voor investeringsuitgaven in het kader van het cameraplan wordt een bijzondere buitengewone toelage voorzien van 30.000 euro.
De bovenstaande bedragen werden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 van de Stad.
De politiebegroting 2026 werd door de politieraad goedgekeurd op 4 december 2025.
De wet van 7 december 1998 omvat de organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus.
Artikel 40 van de WGP bepaalt dat de begroting van het lokaal politiekorps wordt goedgekeurd door de politieraad, overeenkomstig de door de Koning bepaalde minimale begrotingsnormen. De begroting komt ten laste van de verschillende gemeenten van de zone en de federale staat.
De regels voor de verdeling van de totale gemeentelijke dotatie binnen een meergemeentezone over de verschillende gemeenten van de zone zijn vastgelegd in het K.B. van 7 april 2005 houdende de nadere regels inzake de berekening en de verdeling van de gemeentelijke dotaties in de schoot van een meergemeentepolitiezone en latere wijzigingen.
Kosten ten laste van de Stad:
2026:
Visum onder voorwaarde van goedkeuring nieuw MJP 2026-2031
Kredietcontrole: Er is voldoende krediet voorzien in het nieuwe MJP.
De dotatie van de Stad Roeselare aan de politiezone RIHO voor 2026 wordt vastgesteld als volgt:
Een afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan:
Stad en OCMW hebben een gezamenlijk meerjarenplan opgesteld dat door beide raden werd vastgesteld. Beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de Stad vervlochten zijn. Omdat de Stad en het OCMW een geïntegreerd meerjarenplan hebben, wordt het financiële evenwicht voor die twee besturen als één geheel gepresenteerd en beoordeeld.
Omdat elke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in het meerjarenplan een duidelijk onderscheid bestaan tussen de kredieten van de Stad en die van het OCMW. Dat komt tot uiting in het schema met het overzicht van de kredieten (schema M3), waarin de kredieten voor de Stad en het OCMW apart worden opgenomen.
Het vroegere jaarlijkse budget als beleidsdocument is weggevallen en is voortaan geïntegreerd in het meerjarenplan. De ramingen, die het bestuur voor de boekjaren 2024 en 2025 in het meerjarenplan 2020-2025 (en de aanpassing ervan) inschrijft voor de exploitatie, de investeringen en de financiering zijn dan ook de kredieten voor deze boekjaren. In het meerjarenplan van de Stad en het OCMW worden de afzonderlijke kredieten aldus per rechtspersoon ingeschreven. De Stad en het OCMW blijven immers twee afzonderlijke budgettaire entiteiten. De kredieten worden duidelijk toegewezen aan elke rechtspersoon afzonderlijk, ook al wordt het beleid van beide als één geheel voorgesteld.
De vaststelling van het meerjarenplan en de aanpassing van dit meerjarenplan behoort tot de voorbehouden bevoegdheden van de raad.
De Stad en het OCMW hebben een geïntegreerd meerjarenplan, maar hebben hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan (en de aanpassing van het meerjarenplan) vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan (en de aanpassing van het meerjarenplan) dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan (en de aanpassing van het meerjarenplan) definitief is vastgesteld.
Het ontwerp van de aanpassing meerjarenplan 8 2020-2025 bevat volgende documenten:
De documentatie bij de aanpassing meerjarenplan 8 2020-2025 is raadpleegbaar op de portaalsite van de mandatarissen en bevat de volgende documenten:
Er zijn geen financiële gevolgen aan dit besluit.
De kredieten van de Stad voor het boekjaar 2025 (M3) worden vastgesteld zoals opgenomen in de aanpassing meerjarenplan 8 2020-2025 en in bijlage gevoegd.
De aanpassing meerjarenplan 8 2020-2025 wordt vastgesteld zoals in bijlage gevoegd.
Stad en OCMW hebben een gezamenlijk meerjarenplan opgesteld dat door beide raden werd vastgesteld. Beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de Stad vervlochten zijn. Omdat de Stad en het OCMW een geïntegreerd meerjarenplan hebben, wordt het financiële evenwicht voor die twee besturen als één geheel gepresenteerd en beoordeeld.
Omdat elke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in het meerjarenplan een duidelijk onderscheid bestaan tussen de kredieten van de Stad en die van het OCMW. Dat komt tot uiting in het schema met het overzicht van de kredieten (schema M3), waarin de kredieten voor de Stad en het OCMW apart worden opgenomen.
Het vroegere jaarlijkse budget als beleidsdocument is weggevallen en is voortaan geïntegreerd in het meerjarenplan. De ramingen, die het bestuur voor het boekjaar 2025 in het meerjarenplan 2020-2025 (en de aanpassing ervan) inschrijft voor de exploitatie, de investeringen en de financiering zijn dan ook de kredieten voor dit boekjaar. In het meerjarenplan van de Stad en het OCMW worden de afzonderlijke kredieten aldus per rechtspersoon ingeschreven. De Stad en het OCMW blijven immers twee afzonderlijke budgettaire entiteiten. De kredieten worden duidelijk toegewezen aan elke rechtspersoon afzonderlijk, ook al wordt het beleid van beide als één geheel voorgesteld.
De vaststelling van het meerjarenplan en de aanpassing van dit meerjarenplan behoort tot de voorbehouden bevoegdheden van de raad.
De Stad en het OCMW hebben een geïntegreerd meerjarenplan, maar hebben hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan (en de aanpassing van het meerjarenplan) vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan (en de aanpassing van het meerjarenplan) dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan (en de aanpassing van het meerjarenplan) definitief is vastgesteld.
Het ontwerp van de aanpassing meerjarenplan 8 2020-2025 bevat volgende documenten:
De documentatie bij de aanpassing meerjarenplan 8 2020-2025 is raadpleegbaar op de portaalsite van de mandatarissen en bevat de volgende documenten:
Er zijn geen financiële gevolgen aan dit besluit.
De kredieten van de Stad en het OCMW voor het boekjaar 2025 (M3) worden vastgesteld zoals opgenomen in de aanpassing meerjarenplan 8 2020-2025 en in bijlage gevoegd.
De aanpassing meerjarenplan 8 2020-2025 wordt vastgesteld zoals in bijlage gevoegd
De lijst van de toegestane werkings- en investeringssubsidies zoals in bijlage gevoegd en de toekenning ervan wordt goedgekeurd.
Stad en OCMW hebben een gezamenlijk meerjarenplan opgesteld dat door beide raden dient te worden vastgesteld. Beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de Stad vervlochten zijn. Omdat de Stad en het OCMW een geïntegreerd meerjarenplan hebben, wordt het financiële evenwicht voor die twee besturen als één geheel gepresenteerd en beoordeeld.
Omdat elke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in het meerjarenplan een duidelijk onderscheid bestaan tussen de kredieten van de Stad en die van het OCMW. Dat komt tot uiting in het schema met het overzicht van de kredieten, waarin de kredieten voor de Stad en het OCMW apart worden opgenomen.
De vaststelling van het meerjarenplan en de aanpassing van dit meerjarenplan behoort tot de voorbehouden bevoegdheden van de raad.
De Stad en het OCMW hebben een geïntegreerd meerjarenplan, maar hebben hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moeten eerst hun eigen deel van het meerjarenplan (en de aanpassing van het meerjarenplan) vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan (en de aanpassing van het meerjarenplan) dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan (en de aanpassing van het meerjarenplan) definitief is vastgesteld.
Het ontwerp van het meerjarenplan 2026-2031 bevat volgende documenten:
De documentatie bij het meerjarenplan 2026-2031 is raadpleegbaar op de portaalsite van de mandatarissen en bevat de volgende documenten:
Na de tussenkomst van de verschillende fracties (VLAAMS BELANG, N-VA, GROEN, Lokaal Liberaal en cd&v | burgemeester) wordt de zitting geschorst. Na de schorsing wordt door het college van burgemeester en schepenen een antwoord gegeven op de gestelde vragen gevolgd door repliek.
Er zijn geen financiële gevolgen aan dit besluit.
De kredieten van de Stad voor het boekjaar 2026 worden vastgesteld zoals opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 en in bijlage gevoegd.
Het meerjarenplan 2026-2031 wordt vastgesteld zoals in bijlage gevoegd.
Stad en OCMW hebben een gezamenlijk meerjarenplan opgesteld dat door beide raden dient te worden vastgesteld. Beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de Stad vervlochten zijn. Omdat de Stad en het OCMW een geïntegreerd meerjarenplan hebben, wordt het financiële evenwicht voor die twee besturen als één geheel gepresenteerd en beoordeeld.
Omdat elke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in het meerjarenplan een duidelijk onderscheid bestaan tussen de kredieten van de Stad en die van het OCMW. Dat komt tot uiting in het schema met het overzicht van de kredieten, waarin de kredieten voor de Stad en het OCMW apart worden opgenomen.
De vaststelling van het meerjarenplan en de aanpassing van dit meerjarenplan behoort tot de voorbehouden bevoegdheden van de raad.
De Stad en het OCMW hebben een geïntegreerd meerjarenplan, maar hebben hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moeten eerst hun eigen deel van het meerjarenplan (en de aanpassing van het meerjarenplan) vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan (en de aanpassing van het meerjarenplan) dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan (en de aanpassing van het meerjarenplan) definitief is vastgesteld.
Het ontwerp van het meerjarenplan 2026-2031 bevat volgende documenten:
De documentatie bij het meerjarenplan 2026-2031 is raadpleegbaar op de portaalsite van de mandatarissen en bevat de volgende documenten:
Er zijn geen financiële gevolgen aan dit besluit.
De kredieten van de Stad en het OCMW voor het boekjaar 2026 worden vastgesteld zoals opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 en in bijlage gevoegd.
Het meerjarenplan 2026-2031 wordt vastgesteld zoals in bijlage gevoegd
De lijst van de toegestane werkings- en investeringssubsidies zoals in bijlage gevoegd en de toekenning ervan wordt goedgekeurd.