Terug
Gepubliceerd op 05/05/2025

2025_GR_00105 - Advies ontwerp Beleidsplan Ruimte Provincie West-Vlaanderen en ontwerp plan-MER - Goedkeuring

Gemeenteraad
ma 28/04/2025 - 19:00 Raadszaal, ingang Belfort
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Michèle Hostekint, Wnd. voorzitter; Kris Declercq; Nathalie Muylle; Matthijs Samyn; Francis Debruyne; Mieke Vanbrussel; Stefaan Van Coillie; Piet Delrue; Bart Wenes; Filip Deforche; Henk Kindt; Ria Vanzieleghem; Geert Huyghe; Caroline Martens; Immanuel De Reuse; Siska Rommel; Brecht Vermeulen; Bert Wouters; Peter Claeys; Liselot De Decker; Koenraad Cracco; Stephanie Nuytten; Sander Braeye; Stephanie Davidts; Thomas Witdouck; Thierry Bouckenooghe; Ann Bouckaert; Enrico Doom; Goedele Decapmaker; Michiel Descheemaeker; Warre Vandewalle; Bart Stragier; Pedro Rommelaere; Wim Naessens; Rania Fahi; Geert Sintobin, Algemeen directeur

Verontschuldigd

Tom Vandenkendelaere, Voorzitter; Margot Wybo; Vanessa Dehullu; Kristien Desimpelaere

Secretaris

Geert Sintobin, Algemeen directeur

Stemming op het agendapunt

2025_GR_00105 - Advies ontwerp Beleidsplan Ruimte Provincie West-Vlaanderen en ontwerp plan-MER - Goedkeuring

Aanwezig

Michèle Hostekint, Kris Declercq, Nathalie Muylle, Matthijs Samyn, Francis Debruyne, Mieke Vanbrussel, Stefaan Van Coillie, Piet Delrue, Bart Wenes, Filip Deforche, Henk Kindt, Ria Vanzieleghem, Geert Huyghe, Caroline Martens, Immanuel De Reuse, Siska Rommel, Brecht Vermeulen, Bert Wouters, Peter Claeys, Liselot De Decker, Koenraad Cracco, Stephanie Nuytten, Sander Braeye, Stephanie Davidts, Thomas Witdouck, Thierry Bouckenooghe, Ann Bouckaert, Enrico Doom, Goedele Decapmaker, Michiel Descheemaeker, Warre Vandewalle, Bart Stragier, Pedro Rommelaere, Wim Naessens, Rania Fahi, Geert Sintobin
Stemmen voor 31
Ann Bouckaert, Bart Wenes, Henk Kindt, Kris Declercq, Michèle Hostekint, Nathalie Muylle, Stefaan Van Coillie, Geert Huyghe, Ria Vanzieleghem, Filip Deforche, Immanuel De Reuse, Caroline Martens, Bert Wouters, Piet Delrue, Mieke Vanbrussel, Matthijs Samyn, Peter Claeys, Liselot De Decker, Francis Debruyne, Koenraad Cracco, Sander Braeye, Thierry Bouckenooghe, Thomas Witdouck, Stephanie Davidts, Rania Fahi, Warre Vandewalle, Stephanie Nuytten, Michiel Descheemaeker, Enrico Doom, Goedele Decapmaker, Pedro Rommelaere
Stemmen tegen 0
Onthoudingen 4
Brecht Vermeulen, Siska Rommel, Bart Stragier, Wim Naessens
Blanco stemmen 0
Ongeldige stemmen 0
2025_GR_00105 - Advies ontwerp Beleidsplan Ruimte Provincie West-Vlaanderen en ontwerp plan-MER - Goedkeuring 2025_GR_00105 - Advies ontwerp Beleidsplan Ruimte Provincie West-Vlaanderen en ontwerp plan-MER - Goedkeuring

Motivering

Juridische gronden

  • Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO): artikel 2.1.8 §2 VCRO inzake het provinciaal beleidsplan ruimte
  • Besluit Vlaamse Regering tot bepaling van nadere regels voor de opmaak, de vaststelling en de herziening van ruimtelijke beleidsplannen en tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering in het kader van de regeling van de ruimtelijke beleidsplanning
  • Strategische visie beleidsplan ruimte Vlaanderen goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 20 juli 2018

Voorgeschiedenis

  • 17 maart 2022: Goedkeuring deputatie West-Vlaanderen conceptnota Beleidsplan Ruimte West-Vlaanderen
  • 05 september 2022 - 04 december 2022: Publieke raadplegingsperiode 
  • 21 november 2022: Advies Stad op conceptnota van het Beleidsplan Ruimte West-Vlaanderen
  • 16 november 2023: Deputatie keurt het voorontwerp goed van het Beleidsplan Ruimte West-Vlaanderen
  • 15 januari 2024: Advies voorontwerp van het Beleidsplan Ruimte Provincie West-Vlaanderen
  • 20 juni 2024: Voorlopige vaststelling ontwerp van het Beleidsplan Ruimte West-Vlaanderen
  • 24 februari 2025: start openbaar onderzoek 
  • 1 april 2025: infomarkt en zitdag in het Streekhuis Midden-West-Vlaanderen

Context en argumentatie

Aanleiding en context

De Provincie maakt hun Beleidsplan Ruimte West-Vlaanderen op. Dit Beleidsplan vervangt hun Provinciaal Ruimtelijk Structuurplan van 2001 (en herzien in 2014 en 2018). Met dit beleidsplan wil de Provincie sneller inspelen op de hedendaagse ruimtelijke uitdagingen waarop het huidig Provinciaal Ruimtelijk Structuurplan geen oplossing meer kan bieden.  

De opmaak van dit Beleidsplan doorloopt enkele wettelijk opgelegde fasen. Op vandaag bevindt de opmaak zich in de fase van ontwerp. Op 20 juni 2024 stelde de provincieraad het ontwerp Beleidsplan Ruimte West-Vlaanderen voorlopig vast.

Van maandag 24 februari 2025 tot en met zondag 25 mei 2025 organiseert de Provincie een openbaar onderzoek. Tijdens het openbaar onderzoek worden er verschillende infomarkten, zitdagen en een webinar georganiseerd. De gemeenteraad van de Stad heeft de mogelijkheid om in deze periode advies te geven over het ontwerp Beleidsplan Ruimte en het ontwerp plan-MER.  

Dit ontwerp bouwt verder op de vorige fasen van de conceptnota, de publieke raadpleging met adviesronde (najaar 2022), de informele overlegronde met gemeenten en andere partijen over de ambtelijke teksten van beleidskaders (september 2023) en het voorontwerp met de plenaire vergadering (16 januari 2024).

Het ontwerp is opgebouwd uit 3 delen:

  • Deel 1  bevat de inleiding waarin wordt geduid wat een beleidsplan is en hoe het tot stand is gekomen.
  • Deel 2 bevat de strategische visie en is opgebouwd uit:
    • Vier ruimtelijke principes met ambities voor 2050:
      1. Herkennen en erkennen van het fysisch systeem.
      2. Rekening houden met de eigenheid van het cultuurlandschap.
      3. Optimaliseren van het rendement van de bebouwde en verharde ruimte.
      4. Uitbouwen van een netwerk van kernen.
    • Onzekerheden: hier worden een aantal evoluties beschreven waarvan de effecten moeilijk in te schatten zijn.
  • Deel 3 bestaat uit zes beleidskaders. De beleidskaders geven weer hoe de Provincie op korte termijn uitvoering wilt geven aan de vier ruimtelijke principes van de strategische visie en hoe de Provincie de gestelde ambities voor 2050 wilt waarmaken. Het betreffen de volgende beleidskaders:
    1. Aan de slag.
    2. Fysisch systeem als basis voor een klimaatbestendige ruimte.
    3. Levendige en verbonden dorps- en stadskernen.
    4. Ruimte voor niet-verweefbare economische en andere activiteiten.
    5. Transformatie van gebouwenclusters en omgeving in de open ruimte.
    6. Hernieuwbare energie.

Advies

Het ontwerp Beleidsplan Ruimte West-Vlaanderen werd besproken op een intern stadslabo met de verschillende beleidsmedewerkers, alsook werd het ontwerp beleidsplan geadviseerd door de Gecoro op de zitting van 3 april 2025.

Vanuit bovenvermelde insteken wordt een gunstig advies onder voorwaarden opgemaakt en voorgelegd aan de gemeenteraad. 

Algemeen advies

Sterktes:

  • Het is positief dat de provincie haar rol duidelijker heeft omschreven. Via participatie en samenwerking wil men verder inzetten op de gebiedsgerichte werking - het systeem dat de Provincie al jaren toepast op haar grondgebied en hieromtrent over de nodige ervaring beschikt. Deze rol ziet de Stad als een meerwaarde waardoor gemeentegrensoverschrijdende en complexe projecten kunnen gerealiseerd worden. 
  • De overgang van het huidige systeem van structuurplanning naar het nieuwe systeem van beleidsplanning is verduidelijkt. Op deze manier wordt de noodzaak van dit beleidsplan duidelijk.
  • De werking via het systeem van deelruimtes wordt vanuit het huidig provinciaal structuurplan overgenomen. Zo blijft de garantie bestaan dat iedere deelentiteit haar eigenheid behoudt.
  • De omschreven beleidskaders omvatten waardevolle handvaten voor het ruimtelijk beleid van de Stad.

Aandachtspunten en uitdagingen:

  • Als bovenlokale partner speelt de Provincie een belangrijke rol in het uitvoeren van de bouwshift. Uit Vlaams onderzoek bleek dat er voldoende juridisch aanbod is aan woonbestemmingen om de woonbehoefte op te vangen. Kan deze analyse ook toegepast worden voor West-Vlaanderen? Wordt hier verder onderzoek over gedaan? En is men van plan om een neutralisatie oefening te maken van gronden met een woonbestemming die slecht gelegen zijn en niet meer aangesneden hoeven te worden? In de beleidskaders wordt aangegeven dat deze oefening gedaan zal worden voor watergevoelige gebieden. Dit kan planologisch en financieel in de weegschaal liggen voor de verschillende lopende PRUP's die bijkomende zones voor bedrijvigheid willen vastleggen. 
  • Er worden vrij veel belangrijke beleidskeuzes doorgeschoven naar het lokaal bestuur (kernenbeleid en -afbakening, verdichting, ...). Dit is op zich goed omdat de gemeenten zo voldoende bewegingsvrijheid hebben. Anderzijds is er weinig controle of de uitgesproken ambities van het beleidsplan zo wel uitgevoerd zullen worden. 
  • Veel doelstellingen en acties hebben betrekking op het vergunningenniveau, maar een beleidsplan heeft enkel bindende kracht voor uitvoeringsplannen en eigen vergunningen. Verschillende acties lijken hierdoor moeilijk uitvoerbaar omdat men afhankelijk is van de private partij in kwestie, of de goodwill van een lokaal bestuur om het beleidskader van toepassing te gebruiken in de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening van een Omgevingsvergunning. Vaak staan er andere juridische of economische hinderpalen in de weg waardoor de uitvoerbaarheid niet altijd realistisch lijkt.  
  • De vertaling van strategische doelstelling naar concrete acties gebeurt vaak erg vaag. De implementatie en uitvoering van de acties is niet altijd duidelijk, net als de manier waarop de acties zullen uitgevoerd worden. Dit is nodig om de monitoring en opvolging van de acties mogelijk te maken.
  • We missen nog duidelijk gedefinieerde financieringsinstrumenten en -hefbomen om de acties realiseerbaar te maken. De ambities liggen hoog, maar dit vraagt om financiële slagkracht om de doelstellingen waar te maken. De mogelijkheden van lasten in een Omgevingsvergunning laten toe om een omgevingsfonds op te richten om zo de nodige middelen te kunnen inzetten voor omgevings- en grondbeleid. Planschade en -baten kunnen ook deel uitmaken van de financieringsportefeuille om zo de doelstelling van ruimteneutraliteit te realiseren. 
  • Regelmatige monitoring en actualisatie van de acties is belangrijk om de vinger aan de pols te houden. Het is niet duidelijk of hier concrete stappen zullen voor ondernomen worden. 
  • Er wordt een grote focus op toerisme gelegd. Men kan zich de vraag stellen of dit een ruimtelijke thematiek is.
  • Er is geen tijdslijn of eindhorizon vastgelegd voor de acties. Ook een onderscheid in impact of belang van de acties om de doelstellingen uit het beleidskader te halen wordt niet gemaakt. Dit maakt het uitvoeren van de acties nogal vrijblijvend, omdat we als lokale overheid niet kunnen inschatten welk belang en welke timing elke actie heeft.


Specifiek advies op het voorontwerp

Op het volgend onderdeel van het ontwerp wordt een advies geformuleerd:

Beleidskaders:

  1. Aan de slag
    • De Provincie maakt als ondersteuning een provinciale instrumentenkoffer op (subsidies, verordeningen,…). Het is positief dat de Provincie al verschillende instrumenten hanteert en kennis vergaard heeft. We denken onder meer aan de publicatie 'Saving Space' en de masterplannen via DNA van het dorp. Het is goed dat dit gebundeld kan worden. Het is wenselijk dat de Provincie in haar instrumentenkoffer kan beschikken over de nodige juridische instrumenten en samenwerkingsvormen om gedeeld gebruik en zuinig ruimtegebruik in projecten mogelijk te maken. Het is belangrijk om over deze kennis te beschikken, zo kan met alle betrokken actoren sterker onderhandeld worden om duurzame projecten op het terrein te bekomen. 
    • De Stad ziet het wenselijk dat onze bezorgdheden grondig worden bekeken in samenwerking met de Stad en andere betrokken partners. 
  2. Fysisch systeem als basis voor een klimaatbestendige ruimte
    • Het is erg belangrijk dat er veel aandacht wordt gegeven aan dit beleidskader. Het beschrijft de basis voor alle andere ontwikkelingen. De Provincie zet sterk in op het watersysteem, wat ook een sterkte is binnen hun werking. 
    • De Provincie schuift zich naar voor als een ideale intermediaire partner om de verschillende actoren samen te brengen en tot actie te laten overgaan (zie ook strategisch project Mandelvallei). De Stad hoopt dat de Provincie deze rol actief zal opnemen i.h.k. van dit beleidskader. 
    • De Stad is blij om te horen dat de Provincie actief werk wil maken van het ontharden en herbestemmen van natte gebieden met een niet ingevulde harde bestemming. Dit is een goede stap richting de realisatie van de bouwshift. We hopen dan ook dat de Provincie dit als een prioritaire actie opneemt. 
    •  In het actieplan wordt aangehaald dat de Provincie in een voldoende aanbod aan toegankelijke groene ruimte zal voorzien. Zijn hier concrete doelstellingen en parameters voor? Hoe kan deze actie gemonitord worden? Dezelfde vraag kan gesteld worden over de actie rond de uitbreiding van de provinciedomeinen. 
    • Het is niet duidelijk of er ook ingezet wordt op bijkomende handhaving om onder de watervervuiling door lozingen van industrie en landbouw in het watersysteem binnen de perken te houden.
    • In het actieplan wordt aangehaald dat er ingezet wordt op landschappelijke integratie van bedrijfsgebouwen door de opmaak van bedrijfsintegratieplannen. Zal de Provincie ook gebruik maken van financiële lasten of lasten in natura voor de projecten die zij vergunnen om bijkomende ontharding te stimuleren en de integratie in het landschap te verhogen?
    • Er dient meer aandacht gegeven te worden aan de ruimtebehoefte van groen en water, niet alleen van wonen en bedrijvigheid. 
    • Ruimtelijke planning kan niet ingrijpen op teeltkeuze en productiewijze. 
  3. Levendige en verbonden dorps- en stadskernen
    • De Stad gaat akkoord met de voorgestelde positie en graad van stedelijkheid van de verschillende kernen in Roeselare. 
    • In de beleidslijnen staat beschreven dat verdichting en inbreiding worden ingezet om het ruimtelijk rendement te verhogen, met aandacht voor leefbaarheid, groene ruimte en publieke voorzieningen. Het lijkt ons echter niet correct om verdichting als algemeen principe te hanteren in West-Vlaanderen. Het merendeel van de kernen heeft geen nood aan verdichting, wegens een ligging op een minder of slechte toekomstbestendige locatie, of omdat er reeds een voldoende groot aanbod aan gronden en woningen in de woonregio aanwezig is. Enkel voor de landelijke dorpen en gehuchten wordt meegedeeld dat hier geen verdichting of uitbreiding mogelijk is, net als in de woonlinten en -clusters. Dit lijkt ons nogal voor de hand liggend en de lat nogal laag te leggen. 
    • Er is een mooie analyse opgemaakt die de West-Vlaamse kernen onderverdeeld in vijf categorieën van stedelijkheid. Er zijn echter geen concrete beleidslijnen gekoppeld aan deze categorieën. Dit creëert bij ons een bezorgdheid dat deze categorisering in de praktijk subjectief en naar eigen wil gebruikt zal worden, waardoor de waarde van de analyse verloren gaat. Terwijl hier wel belangrijke keuzes aan gekoppeld worden op vlak van verdichting en het bijkomend bestemmen van harde bestemmingen. 
    • Er wordt aan de lokale overheden gesuggereerd om de kernen beleidsmatig af te bakenen. Dit blijft echter nogal vrijblijvend. 
    • In het actieplan staat: "Aan deze masterplannen (m.b.t. het dorpenbeleid) kan een provinciaal investeringsfonds gekoppeld worden om de uitvoering van de acties van het masterplan te ondersteunen." Dit is nogal vrijblijvend. 
  4. Ruimte voor niet-verweefbare economische en andere activiteiten
    • De opeenvolging van mogelijke activiteiten na stopzetting van de huidige is niet realistisch: eerst wordt een para-agrarische functie en een openruimtefunctie onderzocht, daarna een onderzoek tot niet-verweefbare activiteit en uiteindelijk een herlocalisatie en ontharding. Maar in de realiteit zal eerst gekeken worden om de site opnieuw met een (industriële) activiteit in te vullen, aangezien het hier om een harde bestemming gaat. 
    • We stellen ons de vraag of herlocalisatie en ontharding wel realistische pistes zijn. Bij herlocalisatie hoort een lang planningsproces met een onzekere uitkomst. Wanneer er bijvoorbeeld bijkomende ruimte voor bedrijvigheid moet herbestemd worden, is dit een lang en onzeker proces. Wat ontharding betreft zijn dit vaak dure ingrepen, terwijl mogelijks op een andere plaats bijkomend wordt verhard ikv de activiteit in kwestie. Op sites waar er een grote waterproblematiek zit, of erg slecht gelegen zijn, is dit wel een goede oplossing. 
  5. Transformatie van gebouwenclusters en omgeving in de open ruimte
    • De Stad suggereert om terughoudend met zonevreemde functiewijzigingen in het open ruimtegebied om te gaan, en de nieuwe (zonevreemde) herinvulling te beperken tot de ruimte die hiervoor strikt noodzakelijk is. Gebouwen kunnen een nieuwe (terughoudende) invulling krijgen, maar de gronden rond de gebouwen moeten aan de landbouw/open ruimte teruggegeven worden. 
    • In hoeverre strookt de visie van het beleidskader en de gebiedsvisies met de wettelijke bepalingen die de zonevreemde functiewijzigingen vastleggen? Het lijkt de Stad niet evident om dit beleidskader in de praktijk uit te voeren, aangezien zonevreemde functiewijzigingen op Vlaams niveau wettelijk zijn vastgelegd. Het is ook niet duidelijk hoe omgegaan wordt met de mogelijkheid tot functiewijziging naar particulier wonen. In het algemeen lijkt dit beleidskader moeilijk in de praktijk te brengen. 

  6. Hernieuwbare energie
    • De mogelijkheden voor soorten van hernieuwbare energie die hier worden benoemd zijn limitatief. Restwarmte, riothermie, … worden niet vermeld. Er moet ook open gestaan worden voor nieuwe systemen en technologieën. 
    • Niet alleen dient de energie infrastructuur dicht bij de verbruikers te worden gelegd, ook de verbruikers moeten indien mogelijk dicht bij de energie infrastructuur gelokaliseerd worden. We spreken hier dan over verdichtingsprojecten die binnen een kern op een toekomstbestendige locatie gelegen zijn. Dit is noodzakelijk om bijvoorbeeld restwarmte te kunnen uitwisselen. 

Technische opmerkingen

  • Bij beleidskader levendige en verbonden dorps- en stadskernen: "Gelet op de bestemmingsneutraliteit  is het aansnijden van open ruimte (zoals WUG) een uitzondering en vergt dit op vlak van wonen en bedrijvigheid een motivatie op basis van bovenlokale behoeften."  Bij het aansnijden van een WUG geldt geen bestemmingsneutraliteit. Een WUG heeft namelijk al een harde bestemming. Wel is het wenselijk om een WUG op een slechte locatie in te zetten als compensatie in functie van bestemmingsneutraliteit. 
  • Er dienen bepaalde titels verduidelijkt te worden: onder de titel 'maximale verweving van activiteiten in de dorps- en stadskernen' zijn er twee onderdelen: 'in de dorps- en stadskernen' en 'in de open ruimte'. 'In de open ruimte' hoort niet thuis onder deze titel gezien deze titel enkel gaat over stads- en dorpskernen. Het voorstel is om een aparte titel te maken voor 'open ruimte'. 

Fasering

  • 25 mei 2025: einde openbaar onderzoek
  • december 2025: definitieve vaststelling Beleidsplan Ruimte 


Regelgeving: bevoegdheid (bijzonder)

Artikel 27 uit het Besluit Vlaamse Regering tot bepaling van nadere regels voor de opmaak, de vaststelling en de herziening van ruimtelijke beleidsplannen en tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering in het kader van de regeling van de ruimtelijke beleidsplanning

Artikel 2.1.8 §2 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening

Financiële informatie

Er zijn geen financiële gevolgen aan dit besluit. 

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

Het gunstig advies met opmerkingen op het ontwerp van het Beleidsplan Ruimte West-Vlaanderen, zoals beschreven in dit besluit, wordt goedgekeurd.