Cf. artikel 332, §1, derde lid van het decreet lokaal bestuur wordt meegedeeld dat de rekening dj. 2024 van het OCMW werd goedgekeurd door de gouverneur op 14 november 2025.
De notulen en het zittingsverslag van de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn van 24 november 2025 worden ter goedkeuring voorgelegd.
De notulen en het zittingsverslag van de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn van 24 november 2025 worden goedgekeurd.
Artikel 78, 17° van het decreet lokaal bestuur laat toe om de vaststelling van retributies te delegeren aan het vast bureau..
Voor de vorige legislatuur werd dit doorgevoerd met een beslissing de dato 23 september 2019.
Deze delegatie kent een einddatum (31 december 2025) waardoor het noodzakelijk is om deze delegatie opnieuw vast te stellen.
Het betreft louter een delegatie inzake vaststelling van tarieven en voorwaarden binnen de door de raad vastgelegde kaders.
Deze delegatie laat toe om kort op de bal te spelen indien tarieven dienen vastgesteld te worden en te garanderen dat elke retributie steeds een rechtsgeldige basis heeft.
Inhoudelijk blijft de delegatie ongewijzigd.
Artikel 78, 17° Decreet Lokaal Bestuur
Er zijn geen financiële gevolgen.
De raad voor maatschappelijk welzijn delegeert het vaststellen van retributies en de voorwaarden ervan aan het vast bureau in volgende aangelegenheden:
Stad en OCMW hebben een gezamenlijk meerjarenplan opgesteld dat door beide raden werd vastgesteld. Beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de Stad vervlochten zijn. Omdat de Stad en het OCMW een geïntegreerd meerjarenplan hebben, wordt het financiële evenwicht voor die twee besturen als één geheel gepresenteerd en beoordeeld.
Omdat elke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in het meerjarenplan een duidelijk onderscheid bestaan tussen de kredieten van de Stad en die van het OCMW. Dat komt tot uiting in het schema met het overzicht van de kredieten (schema M3), waarin de kredieten voor de Stad en het OCMW apart worden opgenomen.
Het vroegere jaarlijkse budget als beleidsdocument is weggevallen en is voortaan geïntegreerd in het meerjarenplan. De ramingen, die het bestuur voor het boekjaar 2025 in het meerjarenplan 2020-2025 (en de aanpassing ervan) inschrijft voor de exploitatie, de investeringen en de financiering zijn dan ook de kredieten voor dit boekjaar. In het meerjarenplan van de Stad en het OCMW worden de afzonderlijke kredieten aldus per rechtspersoon ingeschreven. De Stad en het OCMW blijven immers twee afzonderlijke budgettaire entiteiten. De kredieten worden duidelijk toegewezen aan elke rechtspersoon afzonderlijk, ook al wordt het beleid van beide als één geheel voorgesteld.
De vaststelling van het meerjarenplan en de aanpassing van dit meerjarenplan behoort tot de voorbehouden bevoegdheden van de raad.
De Stad en het OCMW hebben een geïntegreerd meerjarenplan, maar hebben hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moeten eerst hun eigen deel van het meerjarenplan (en de aanpassing van het meerjarenplan) vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan (en de aanpassing van het meerjarenplan) dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan (en de aanpassing van het meerjarenplan) definitief is vastgesteld.
Het ontwerp van de aanpassing meerjarenplan 8 2020-2025 bevat volgende documenten:
De documentatie bij de aanpassing meerjarenplan 8 2020-2025 is raadpleegbaar op de portaalsite van de mandatarissen en bevat de volgende documenten:
Er zijn geen financiële gevolgen aan dit besluit.
De kredieten van het OCMW voor het boekjaar 2025 (M3) worden vastgesteld zoals opgenomen in de aanpassing meerjarenplan 8 2020-2025 en in bijlage gevoegd.
De aanpassing meerjarenplan 8 2020-2025 wordt vastgesteld zoals in bijlage gevoegd.
Stad en OCMW hebben een gezamenlijk meerjarenplan opgesteld dat door beide raden dient te worden vastgesteld. Beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de Stad vervlochten zijn. Omdat de Stad en het OCMW een geïntegreerd meerjarenplan hebben, wordt het financiële evenwicht voor die twee besturen als één geheel gepresenteerd en beoordeeld.
Omdat elke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in het meerjarenplan een duidelijk onderscheid bestaan tussen de kredieten van de Stad en die van het OCMW. Dat komt tot uiting in het schema met het overzicht van de kredieten, waarin de kredieten voor de Stad en het OCMW apart worden opgenomen.
De vaststelling van het meerjarenplan en de aanpassing van dit meerjarenplan behoort tot de voorbehouden bevoegdheden van de raad.
De Stad en het OCMW hebben een geïntegreerd meerjarenplan, maar hebben hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moeten eerst hun eigen deel van het meerjarenplan (en de aanpassing van het meerjarenplan) vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan (en de aanpassing van het meerjarenplan) dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan (en de aanpassing van het meerjarenplan) definitief is vastgesteld.
Het ontwerp van het meerjarenplan 2026-2031 bevat volgende documenten:
De documentatie bij het meerjarenplan 2026-2031 is raadpleegbaar op de portaalsite van de mandatarissen en bevat de volgende documenten:
Er zijn geen financiële gevolgen aan dit besluit.
De kredieten van het OCMW voor het boekjaar 2026 worden vastgesteld zoals opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 en in bijlage gevoegd.
Het meerjarenplan 2026-2031 wordt vastgesteld zoals in bijlage gevoegd.