Artikel 75 §3, 4° van het omgevingsvergunningsdecreet
Het retributiereglement hangt samen met de herziene gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van de stad Roeselare.
Financiële lasten, gekoppeld aan een omgevingsvergunning, kunnen sinds 1 januari 2024 - ingevolge de bepalingen van het instrumentendecreet - enkel opgelegd worden op basis van de relevante stedenbouwkundige voorschriften van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening. Hiervoor werd artikel 75 §3, 4° van het omgevingsvergunningsdecreet ingevoerd. In Roeselare werd deze (herziene) verordening op datum van 24 juni 2024 definitief vastgesteld door de gemeenteraad en trad op 1 september 2024 in werking. (zie bijlage 1)
Evenwel werd ervoor geopteerd om de bedragen van de financiële last niet in de herziene verordening op te nemen, maar om deze in een apart retributiereglement op te nemen. (zie bijlage 2)
Voor een periode ingaand op 1 juli 2025 en eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven op de afgeleverde financiële lasten die gekoppeld worden aan omgevingsvergunningen. De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de omgevingsvergunning. Dit kan zowel een natuurlijke persoon als een rechtspersoon zijn.
De retributie is verschuldigd voor omgevingsvergunningsaanvragen die ingediend worden op het grondgebied van Roeselare, vanaf 1 juli 2025, ongeacht de bevoegde vergunningverlenende overheid.
Financiële lasten worden slechts in een minderheid van de aanvragen van een omgevingsvergunning opgelegd. Heel vaak zijn dit de complexere en grote aanvragen of aanvragen die gepaard gaan met zonevreemdheid.
Het Instrumentendecreet verplicht de gemeenten om bij bepaalde afwijkingsregels rond zonevreemdheid voor deze omgevingsaanvragen een (financiële) last op te leggen. Dit wordt gemotiveerd door het feit dat zonevreemde woningen (gebouwen) aanleiding geven tot bijkomende taken voor de lokale overheid (de gemeenten). Het betreft hier in hoofdzaak woningen en gebouwen die opgericht zijn buiten de kernen of op slecht gelegen locaties (in afwezigheid van voorzieningen en volwaardig openbaar vervoer). Aangezien deze bijkomende taken en kosten voor de gemeente hun oorsprong vinden in een louter privaat of particulier belang, acht de stad het aangewezen om de begunstigde van de omgevingsvergunning die gebruik maakt van de afwijkingsregels een stedenbouwkundige last op te leggen.
In de herziene verordening werden ook bepalingen opgenomen inzake financiële lasten die niet verplicht werden door het Instrumentendecreet, maar die de stad in artikel 17 van de verordening opnam. Deze handelen over mobiliteit, groen, de inrichting van de functionele buitenruimte en het voorzien van pompstations voor de afvoer van de riolering bij nieuwe verkavelingen of bouwprojecten. Op deze manier kan de stad ervoor zorgen dat de leefomgevingskwaliteit intact blijft of verbetert (bv het voorzien van een deelwagen bij een groot bouwproject, het inrichten van (publieke) groenzones met speeltoestellen, picknickbanken,...).
Specifiek voor lasten die verplicht worden in het Instrumentendecreet bestaat de mogelijkheid om een vermindering te bekomen voor de te betalen financiële lasten. Dit is het geval wanneer lasten in natura worden geïntegreerd in de aanvraag die de bijkomende taken voor de stad die voortvloeien uit het project verminderen. Als de waarde van de lasten in natura hoger is dan de financiële last, wordt geen financiële last opgelegd. De lasten in natura worden in mindering gebracht van de te betalen financiële last, voor zover zij gerealiseerd worden in het project. Concrete voorbeelden hiervan (lasten in natura) zijn het slopen van gebouwen, het ontharden, aanplanten van groen,...
De inkomsten uit dit retributiereglement worden door de stad aangewend voor het ruimtelijk beleid van de stad en maken het mogelijk tegemoet te komen aan het ingediende project, vanuit een ruimtelijk oogpunt.
De inkomsten van de lasten gekoppeld aan 17.1 van de verordening worden specifiek aangewend om het mobiliteitsbeleid van de stad te verbeteren. De inkomsten van de lasten gekoppeld aan art. 17. 2 en 17.3 van de verordening worden specifiek ingezet ten behoeve van het groenbeleid van de stad.
-Artikel 75 van het omgevingsvergunningsdecreet
-Instrumentendecreet van 26 mei 2023
-Artikel 2.3.1 en 2.3.2 van de VCRO
De inkomsten uit de financiële lasten worden afhankelijk van het voorwerp van de financiële last bestemd en aangewend voor:
1. het ruimtelijk beleid van de stad
2. het mobiliteitsbeleid van de stad
3. het groenbeleid van de stad
De gemeenteraad stelt het retributiereglement financiële lasten gekoppeld aan de omgevingsvergunning vast zoals in bijlage gevoegd.