Op grond van artikel 134 NGW heeft de burgemeester het recht op te treden middels een politieverordening in geval van oproer, kwaadwillige samenscholing, ernstige stoornis van de openbare rust of andere onvoorzien gebeurtenissen, waarbij het geringste uitstel gevaar of schade zou kunnen opleveren voor de inwoners, onder verplichting om daarvan onverwijld aan de gemeenteraad kennis te geven, met opgave van de redenen waarom hij heeft gemeend zich niet tot de raad te moeten wenden. Die verordeningen vervallen dadelijk, indien zij door de raad in de eerstvolgende vergadering niet worden bekrachtigd.
Op heden heerst een epidemie waarbij de federale overheid zich genoodzaakt zag de nodige maatregelen te nemen om de verspreiding van het Covid-19 virus tegen te gaan.
Dit resulteerde onder meer in het MB van 28 oktober 2020, gewijzigd door o.a. het MB van 4 juni 2021.
Strikte naleving van de bepalingen van het besluit is noodzakelijk, zoniet komt de volksgezondheid ernstig in gevaar.
Gezien het feit dat de Covid-19 pandemie nog steeds aanwezig is, maar dat de besmettingscijfers en opnamecijfers gunstig evolueren keurde de burgemeester op 1 juli 2021 en op 6 september 2021 het politiebesluit inzake lokale aanvullende maatregelen in functie van de bestrijding van de Covid-19 crisis (in casu coördinatie-versie en afschaffing mondmaskerplicht) goed.
Er zijn geen financiële gevolgen.
Het politiebesluit van de burgemeester van 1 juli 2021 inzake lokale aanvullende maatregelen in functie van de bestrijding van de Covid-19 crisis (coördinatie-versie) zoals in bijlage gevoegd, wordt bekrachtigd.
Het politiebesluit van de burgemeester van 6 september 2021 inzake lokale aanvullende maatregelen in functie van de bestrijding van de Covid-19 crisis (afschaffing mondmaskerplicht) zoals in bijlage gevoegd, wordt bekrachtigd.