Het gewijzigde Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 geeft erkende onroerenderfgoedgemeenten vanaf 1 januari 2023 de mogelijkheid hun inventaris bouwkundig erfgoed zelf geheel of gedeeltelijk vast te stellen (Art. 4.1.1). Vlaanderen is op dat ogenblik niet meer bevoegd om in deze gemeenten de inventaris van bouwkundig erfgoed te gaan vaststellen. Het Wijzigingsdecreet voorziet hierin wel een overgangsbepaling (Art. 59) die toelaat dat de Vlaamse overheid de inventaris van het bouwkundig erfgoed nog een laatste maal vaststelt zodat er een gelijke juridische vertrekbasis is voor alle Vlaamse gemeenten.
De vaststelling van de inventaris bouwkundig erfgoed in de provincie West-Vlaanderen is voorzien in 2023-2024. Het agentschap Onroerend Erfgoed organiseert het openbaar onderzoek van 1 april 2023 tot en met 30 mei 2023.
De Stad Roeselare is een onroerenderfgoedgemeente.
Een onroerenderfgoedgemeente kan ervoor kiezen om de inventaris bouwkundig erfgoed op haar grondgebied mee te laten opnemen in de Vlaamse vaststellingsprocedure die start op 1 april 2023.
Indien een onroerenderfgoedgemeente de inventaris van haar gemeente mee wil laten vaststellen met de Vlaamse vaststellingsprocedure in 2023-2024 dient deze gemeente de volgende stappen te doorlopen:
Als het agentschap geen akkoord heeft ontvangen, zal het de onroerende goederen zoals opgenomen in de inventaris van de betreffende onroerenderfgoedgemeente niet mee opgenomen worden in de vaststellingsprocedure die start op 1 april 2023. Het vaststellingsbesluit van 2014 blijft dan geldig voor de inventaris bouwkundig erfgoed van die gemeente.
De basis voor de inventaris welke in openbaar onderzoek zou gaan in 2023 is de huidige, maar met de aanpassingen door DVV Midwest overgemaakt eind december 2022, nl. fout aangeduide adressen, panden welke al gesloopt zijn of geen erfgoedwaarde meer hebben omwille van zware verbouwingen. Er konden geen nieuwe panden toegevoegd worden, noch wijzigingen aangebracht worden aan de beschrijvingen e.d.
Indien wordt geopteerd om de inventaris te laten mee vaststellen in de Vlaamse procedure 2023-2024, wordt alle administratie hiervoor door de Vlaamse Regering op zich genomen.
Bijkomend door deze laatste vaststelling door Vlaanderen zal dit een stabiele correcte basis zijn waarop de stad Roeselare als onroerenderfgoedgemeente zal kunnen verder bouwen. Indien de stad Roeselare in een latere fase panden wil toevoegen/schrappen kan dit via een aparte vaststellingsprocedure waarbij enkel voor de extra panden een openbaar onderzoek dient ingericht te worden.
Indien er geoordeeld zou worden dat de stad niet wil meegaan in de huidige vaststellingsprocedure, dan blijft het huidig vaststellingsbesluit van 2014 gelden. De objecten die nu vastgesteld zijn, blijven dus vastgesteld. Nadeel: de updates over sloop, verbouwingen, adreswijzingen worden niet verwerkt; de oude situatie blijft dus gelden.
Voor een inventaris die niet met een openbaar onderzoek is vastgesteld, geldt de zorg- en motiveringsplicht voor administratieve overheden niet. Dat verschil tussen de rechtsgevolgen is de belangrijkste reden waarom de minister ons vraagt om voor alle provincies nog een vaststellingsprocedure met openbaar onderzoek te doorlopen.
Gezien de gemeenteraad pas doorgaat op 13 februari, werd het agentschap reeds op de hoogte gebracht van de datum en werd akkoord gegaan met de werkwijze om ons binnen de tijd op een informele manier op de hoogte te brengen van het akkoord, en ons daarna het formele besluit van de gemeenteraad te bezorgen.
Voor erkende onroerenderfgoedgemeenten wordt in het gemeenteraadsbesluit volgende bepaling opgenomen:
“De gemeente geeft conform artikel 59 van het decreet van 10 juni 2022 tot wijziging van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, wat betreft de uitvoering van de visienota lokaal erfgoedbeleid en de toekenning van beboetingsbevoegdheid aan de gewestelijke beboetingsentiteit, haar akkoord voor een laatste vaststelling door de Vlaamse Regering van het bouwkundig erfgoed, zoals opgenomen in de Inventaris onroerend erfgoed, waarvan het openbaar onderzoek plaatsvindt in 2023. De gemeente zal tijdens de lopende procedure de betrokken onroerende goederen niet opnemen in een ander openbaar onderzoek voor het vaststellen van de inventaris van bouwkundig erfgoed zoals vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet.”
Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 (artikel 59)
Er zijn geen financiële gevolgen.
De gemeente geeft conform artikel 59 van het decreet van 10 juni 2022 tot wijziging van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, wat betreft de uitvoering van de visienota lokaal erfgoedbeleid en de toekenning van beboetingsbevoegdheid aan de gewestelijke beboetingsentiteit, haar akkoord voor een laatste vaststelling door de Vlaamse Regering van het bouwkundig erfgoed, zoals opgenomen in de Inventaris onroerend erfgoed, waarvan het openbaar onderzoek plaatsvindt in 2023. De gemeente zal tijdens de lopende procedure de betrokken onroerende goederen niet opnemen in een ander openbaar onderzoek voor het vaststellen van de inventaris van bouwkundig erfgoed zoals vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet.