Op basis van artikel 245, §1 van het Decreet Lokaal Bestuur (DLB) zijn steden en gemeenten gemachtigd om gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen (EVA’s) op te richten in de vorm van een vennootschap, vereniging of stichting, zoals bedoeld in het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV). Deze EVA’s kunnen worden belast met welbepaalde beleidsuitvoerende taken van gemeentelijk belang en kunnen, vanuit hun uitvoerende opdracht, ook betrokken worden bij de beleidsvoorbereiding.
De gemeenteraad beslist over de oprichting van een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap op basis van een voorafgaand verslag van het college van burgemeester en schepenen. Dat verslag moet een afweging bevatten van de voor- en nadelen van externe verzelfstandiging in de gekozen rechtsvorm, en aantonen dat het beheer binnen de rechtspersoonlijkheid van de stad of via een autonoom gemeentebedrijf de beoogde voordelen niet kan realiseren.
De stad Roeselare staat voor de uitdaging om haar positie als ondernemende handelsstad en toeristische trekpleister te versterken in een context van veranderende economische, maatschappelijke en ruimtelijke dynamieken.
De beleidsambitie bestaat erin om (het centrum van) Roeselare verder te transformeren tot een bruisende, vitale kern die aantrekkelijk is voor bezoekers en bewoners, en een duurzaam ondernemersklimaat biedt voor handelaars, horeca en andere economische actoren.
Deze ambitie is verankerd in het bestuursakkoord, waarin de stad expliciet kiest voor een vernieuwd handels-, evenementen- en citymarketingmanagement. De oprichting van een handels-, evenementen- en toerismehub wordt daarbij als hefboom gezien om deze doelstellingen te realiseren.
Op basis van artikel 245, §1 van het Decreet Lokaal Bestuur (DLB) zijn steden en gemeenten gemachtigd om gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen (EVA’s) op te richten in de vorm van een vennootschap, vereniging of stichting, zoals bedoeld in het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV). Deze EVA’s kunnen worden belast met welbepaalde beleidsuitvoerende taken van gemeentelijk belang en kunnen, vanuit hun uitvoerende opdracht, ook betrokken worden bij de beleidsvoorbereiding.
De gemeenteraad beslist over de oprichting van een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap op basis van een voorafgaand verslag van het college van burgemeester en schepenen. Dat verslag moet een afweging bevatten van de voor- en nadelen van externe verzelfstandiging in de gekozen rechtsvorm, en aantonen dat het beheer binnen de rechtspersoonlijkheid van de stad of via een autonoom gemeentebedrijf de beoogde voordelen niet kan realiseren.
Het afwegingsverslag, opgesteld door het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig artikel 245, §2 DLB, beschrijft de argumentatie voor de oprichting van een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk, met als naam Roeselare Bloeit vzw.
De belangrijkste motieven uit dit verslag zijn de volgende:
Het verslag besluit dat de structuur van een gemeentelijke EVA-vzw de meest aangewezen vorm is om de beleidsdoelstellingen te realiseren, binnen een juridisch en bestuurlijk verantwoord kader.
Het oprichtingsbesluit houdende het oprichtingsverslag en de statuten wordt naderhand geagendeerd op de raad ter goedkeuring.
art 245 decreet lokaal bestuur:
§ 1De gemeente is gemachtigd om onder de voorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk, een vennootschap, een vereniging of een stichting als vermeld in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen op te richten en te belasten met welbepaalde beleidsuitvoerende taken van gemeentelijk belang. Vanuit hun taak voor de beleidsuitvoering kunnen de gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen in privaatrechtelijke vorm ook betrokken worden bij de beleidsvoorbereiding.
De gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen, vermeld in het eerste lid, worden opgericht in overeenstemming met het gelijkheidsbeginsel, de regelgeving over de mededinging en de staatssteun.
Naast de gemeente mogen in de oprichting van die gemeentelijke vennootschap, vereniging of stichting andere personen deelnemen, met uitzondering van andere gemeenten, gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen van andere gemeenten, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, provincies, provinciale extern verzelfstandigde agentschappen, de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest.
De gemeente is gemachtigd om onder dezelfde voorwaarden deel te nemen in een vennootschap of in een vereniging als vermeld in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen
De openbare centra voor maatschappelijk welzijn mogen deelnemen in een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm van de gemeente die door het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn wordt bediend. Ze hoeven in dat geval niet te voldoen aan de voorwaarden, vermeld in deel 3, titel 4.
§ 2De gemeenteraad beslist over de oprichting of de deelname, vermeld in paragraaf 1, op grond van een door het college van burgemeester en schepenen opgemaakt verslag. In dat verslag worden de voor- en de nadelen van externe verzelfstandiging in de gekozen vorm afgewogen en wordt aangetoond dat het beheer binnen de rechtspersoonlijkheid van de gemeente of in de vorm van een autonoom gemeentebedrijf niet de vereiste voordelen kan bieden.
§ 3De beslissing tot oprichting of deelname en de statuten van de gemeentelijke vennootschap, vereniging of stichting worden samen met het verslag, vermeld in paragraaf 2, gepubliceerd op een webtoepassing van de gemeente.
Het afwegingsverslag of de princiepsbeslissing hebben geen directe financiële repercussies.
Er wordt akte genomen van het afwegingsverslag.
De oprichting van een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm van een vereniging zonder winstoogmerk onder de naam Roeselare Bloeit vzw, wordt principieel goedgekeurd. Aan het College van Burgemeester en Schepenen wordt gevraagd het formele oprichtingsbesluit uit te werken en aan de gemeenteraad ter goedkeuring voor te leggen.